Blind maar niet bitter

Stephen Kuusisto: Planet of the Blind. Faber and Faber, 194 blz. ƒ 43,75

'De vogels! De vervloekte vogels! Ik heb iets groots gemist. Maar waar zijn ze?' Stephen Kuusisto is al in de twintig als hij voor het eerst het bestaan van vogels beseft. Hij is drie maanden te vroeg geboren, overleeft het maar net, maar een gevolg is dat zijn netvliezen niet volgroeid zijn. Hij is niet volkomen blind, maar ziet weinig en heeft vrijwel geen controle over zijn oogspieren. Het is dus lastig om scherp te stellen, met moeite kan hij iets zien als het vlak voor zijn ogen wordt geplaatst. Vogels zijn per definitie te ver weg - die bestaan niet. Pas als hij toevallig een oude plaat hoort waarop iemand vogelgeluiden duidt en benoemt - 'Luister naar de pluvier!' - weet hij dat hij al die tijd iets bijzonders heeft gemist.

In Planet Of The Blind, het debuut van de Amerikaanse schrijver Stephen Kuusisto, vertelt hij zijn ongelooflijke, pijnlijke verhaal. Omdat hij nog wel iets kan ontwaren, probeert hij als kind zo goed en kwaad het gaat normaal te functioneren. Zijn ouders willen niet erkennen dat er iets mis is met hun kind en geven hem niet de goede steun en begeleiding. Zijn moeder geeft hem een fiets. 'Hoe rijd je een fiets als je niet kunt zien? Je houdt je hoofd als een stijve bloem en richt je naar het licht. Je denkt niet na over de risico's - de fysieke aanwezigheid van goten en stoepen. Je onderwerpt je aan het Heilige Lot en rijdt vooruit.' Zo fietst hij jarenlang over straat.

Kuusisto weet zijn handicap min of meer te verbergen. Hij draagt een bril en wordt daarom gepest door de andere kinderen - als ze zijn bril afnemen is hij volkomen hulpeloos - en kan op school niet lezen wat op het bord geschreven wordt. Maar hij weet zich er doorheen te slaan. Door goed te luisteren, voorzichtig rond te lopen en een fotografisch geheugen voor trappen, meubels en andere obstakels te ontwikkelen, kan hij zijn weg vinden. Hij loopt voorovergebogen, in voortdurende angst. Hij krijgt hulp van andere kinderen en later van medestudenten, die hem schoolboeken voorlezen.

Maar zelfs als hij rond zijn twintigste voor het eerst een vriendinnetje krijgt - wat hij als een wonder beschouwt: wie zou hem aantrekkelijk kunnen vinden? - durft hij haar niet te vertellen hoe blind hij eigenlijk is. Pas als zijn beste oog door een ongelukje beschadigd raakt en hij zich echt niet meer kan redden, zoekt hij hulp bij een blindeninstituut en gaat hij met een stok lopen. Hij ontmoet iemand die precies weet wat er met hem aan de hand is, en zijn problemen begrijpt. De grootste doorbraak beleeft hij als hij een blindengeleidehond krijgt: voor het eerst voelt hij zich veilig op straat.

Planet Of The Blind is geen fictie, geen roman. Maar het is, door Kuusisto's schrijftalent, toch veel meer dan een aardig opgeschreven levensverhaal. Zijn beschrijvingen van zijn ervaringen zijn beeldend, zoals van de manier waarop hij het Newyorkse Grand Central Station ziet, in verwaaide kleuren en vormen: 'supremely lovely in its swaying hemlock darknesses and sudden pools of rose-colored electric light.' Het mooie omslag van het boek, een foto met vage vormen, in blauwe, witte en gele kleurenstreken, is een weergave van hoe Kuusisto ongeveer de wereld moet zien. Een wrange schoonheid.

Kuusisto roept in weinig woorden de wanhoop op die hij als kind voelde, de angst, de verwarring, de woede en de zelfhaat: korte zinnen, nuchtere vaststellingen, harde conclusies. 'Ik benijd allen die dingen zien. De godverdomde vogel-kijkers, motorrijders, vlinderverzamelaars. Ik benijd ze allemaal. Ik benijd de gezegende lammeren, ik benijd en benijd en benijd.' Toch is de toon over het algemeen niet bitter, en evenmin sentimenteel. Wel humoristisch, zoals wanneer Kuusisto zijn hond voorstelt de bloemetjes buiten te gaan zetten in Manhattan: 'The dog does not raise her head in expectation. She is not a Disney creature.'

De waarde van het boek ligt uiteindelijk in het overbrengen van een ervaring die de meeste mensen niet kennen en die moeilijk voor te stellen is. Niet alleen de blindheid, maar ook het verlies van eigenwaarde dat ermee gepaard gaat. Dat verklaart waarschijnlijk waarom Kuusisto met zo weinig wrok de wreedheid van de sterken tegen de zwakke beschrijft - hij had geen andere keus dan die te accepteren, de lage dunk die anderen van hem hadden over te nemen en eenieder die hem hielp te zien als reddende engel.

    • Sietse Meijer