Amerikaans huiswerk raakt Japanse ziel

De VS zijn Japan bijgesprongen om de koersval van de yen te stoppen. Nu moet Japan werken aan herstel van vertrouwen. Maar is het land daartoe in staat?

TOKIO, 19 JUNI. De VS hebben Japan “huiswerk meegegeven”, zo luidt de opinie in Japan na de gezamenlijke interventie van beide landen deze week op de valutamarkten om de daling van de Japanse yen tegen te gaan. De daling is voorlopig gestopt, maar Japan zal komend weekeinde tijdens een vergadering van vice-ministers van Financiën van de 7 belangrijkste industrielanden (G-7) plus 11 Aziatische landen (waaronder China) moeten tonen wat het concreet gaat doen om het internationale vertrouwen te herstellen.

Doortastendheid is dus gewenst van de Japanse leiders, maar ook hierbij reiken de VS de helpende hand. Gisteravond kwam de Amerikaanse vice-minister van Financiën, Lawrence Summers, in Tokio aan en hij ging direct in conclaaf met zijn Japanse collega, Eisuke Sakakibara. Sakakibara, om zijn invloed internationaal bekend als 'Mr. Yen', is echter geen politicus zoals Summers, maar de hoogste ambtenaar op het Japanse ministerie van Financiën.

Terwijl Summers en Sakakibara achter gesloten deuren in gesprek waren, toonde een Japanse tv-zender gisteren tijdens het avondjournaal een dezer dagen vaker voorkomend 'gezelschapsspel'. Een verslaggever vroeg 'de man in de straat' in deze tijden van economische rampspoed naar zijn mening over het leiderschap van premier Ryutaro Hashimoto. Het meest voorkomende antwoord is voorspelbaar: Hashimoto toont géén leiderschap.

Dit spel is gebaseerd op het idee dat Japan een democratisch land is, waarin dus de democratisch gekozen leider de baas is. Hashimoto zou dus ook verantwoordelijk zijn voor het huidige economische beleid en de wijze waarop Japan zijn 'Amerikaanse huiswerk' nu gaat maken. Dit model was na de oorlog onvermijdelijk, want de Amerikaanse bezetter had Japan immers met een keurig democratisch systeem opgezadeld. En Japan zat tijdens de Koude Oorlog nu eenmaal in het Westerse, democratische kamp. Secretaris-generaal Koichi Kato van Hashimoto's Liberaal Democratische Partij stelde onlangs in een tv-discussie echter openhartig vast dat Japan “in feite al 50 jaar een socialistisch land is, waarbij de bureaucratie in Tokio alle besluiten neemt”.

Pagina 4: Politici hebben geen visie

Het probleem van Japan is het faillissement van dit 'socialistische' systeem. De Amerikanen zijn hier inmiddels zeer goed van op de hoogte. In april zei president Clinton dat de uitermate sterke macht van Japanse bureaucraten in het verleden wellicht succesvol mag zijn geweest, maar dat Japan zich moet realiseren dat deze bureaucratie niet in staat is tot succesvolle beleidsaanpassingen in de huidige crisis. De Japanse ambassadeur in Washington reageerde enkele dagen later tegenover Japanse journalisten: “Clinton heeft gelijk. Alle Japanners weten dat het oude systeem niet meer functioneert. Ambtenaren zijn behoudend en dat schaadt hervormingen.”

Dat hervormingen gewenst zijn is inmiddels een algemeen aanvaard gegeven. Maar welke hervormingen en wie moet deze vervolgens doorvoeren? Voor het hervormen van het land is in de eerste plaats kennis vereist. De eerder genoemde secretaris-generaal Kato, de tweede man dus binnen de regerende LDP, schetste de partijcultuur enige tijd terug als volgt: “Ik studeer in mijn vrije tijd om te proberen iets van de economie te begrijpen. Als ik woorden als 'obligaties' of 'achtergestelde leningen', die ik nu regelmatig gebruik, dertig jaar geleden in mijn mond had genomen, was ik direct uit de partij gegooid.” Over het hervormen van de bestuursstructuur zelf, het aantasten van de macht van de ambtenaren bij wier gratie de LDP regeert, bestaan binnen de partij sowieso geen revolutionaire ideeën.

De LDP bestaat niet uit mensen met politieke visie, maar uit mensen die een grote aanhang aan zich hebben weten te verplichten. Verkiezingskandidaat worden namens de LDP vereist dat de betreffende persoon kan aantonen dat zijn aanhang groter is dan die van de concurrent. De kiezer die niet tot een dergelijke belangengroep behoort, heeft het inmiddels opgegeven. De steun voor de regering staat op een absoluut dieptepunt, maar dat wil niet zeggen dat die voor de oppositie is gegroeid.

Uitgezonderd de serieuzere, vuistdikke maandbladen, doet de pers zijn best de oppositie als partijen “zonder nieuwe ideeën” af te schilderen, en gaan de media niet in op de ideeën die de oppositie wèl naar voren brengt. Ook in het tv-journaal, waar twee presentatoren gisteravond lachend verslag uitbrachten over de lage waardering voor het leiderschap van premier Hashimoto, werd niet ingegaan op het fundamentele probleem van de bestuursstructuur: de ambtelijke leiband waaraan politici lopen. Deze zender behoort toe aan de Nihon Keizai Shinbun (Japans Economisch Dagblad), door critici wel de spreekbuis van het ministerie van Financiën genoemd.

    • Hans van der Lugt