Zeggen wat je denkt

Van wijlen Ien Dales is bekend dat zij, als minister van Binnenlandse Zaken, weleens hardhandig uitviel naar journalisten die zich wat al te gretig aan haar opdrongen met het verzoek om 'commentaar'. Op zo'n moment zag je haar denken 'rot op met die microfoon' en zich al duwend een weg banen naar de gereedstaande dienstauto. Met haar onconventionele gedrag stal zij menig hart en menig tv-kijker zal haar gelijk hebben gegeven: hoezo comentaar als er geen commentaar te geven valt.

Een verbluffend staaltje van het tegendeel staat deze week in Vrij Nederland. Verslaggeefster Ageeth Scherphuis, every inch a lady en het tegendeel van een opdringerige journalist, wordt zonder reden afgebekt door feministe Betty Friedan die even Amsterdam aandoet. “Als ik haar om uitleg vraag omdat ik een woord niet meteen begrijp, barst ze los. Als ik haar Engels niet kan volgen, kunnen we beter meteen stoppen met dit gesprek.” Dat is precies wat Scherphuis had moeten doen: mevrouw Friedan een hand geven (we blijven beleefd), haar in gedachten het heilige kruis nageven, terug gaan naar de krant en zeggen: “Jongens, ze deed zo gek als een bos uien, ik schrijf zelf wel een verhaal over dertig jaar tweede feministische golf, de voor- en nadelen van parttime werken en het recht op abortus. De paar zinnige uitspraken van Friedan zet ik er wel in een kadertje bij.” Dat was dan een heel klein kadertje geworden want mevrouw Friedan mag dan 'woedend blijven' zoals de kop boven het verhaal luidt, veel te melden heeft ze niet. Uit de twee pagina's die VN aan haar besteedt, rijst het beeld op van een enge vrouw.

Heel wat vrolijker wordt de lezer van twee verhalen over zorgende (jonge) vaders. Het ene staat in HP/De Tijd, het andere in Elsevier. “Je verandert erdoor, geloof ik. Het heeft me leren relativeren en doen inzien dat er belangrijker zaken zijn dan je maatschappelijke status. (...) Bij kinderen hoef je niet te presteren, maar gaat het vooral om je authenticiteit. Ze halen alle schillen van je af en laten je alleen nog maar vader zijn”, zegt een zorgende vader in HP/De Tijd. In Elsevier wordt een batterij geleerden op het onderwerp losgelaten wat het verhaal niet in alle opzichten ten goede komt. Zo zegt een geleerde die zich al jaren wetenschappelijk bezighoudt met de veranderende rol van de vader dat deze ontwikkeling 'onvermijdelijk (heeft) geleid tot een verzwakking van de (machts)positie van de vader in het gezin'. Maar het adagium 'vaders wil is wet' is al heel lang achterhaald. Dat geldt ook voor de vaststelling dat warmte en intimiteit heel lang als typisch vrouwelijke eigenschappen werden beschouwd. Ik zou ze mevrouw Friedan en veel van haar collega-feministes van het eerste uur, in ieder geval niet zomaar durven toedichten.

Minder vrolijk, maar dat kan ook niet de bedoeling zijn geweest, is het relaas van de dichteres Hanny Michaelis in HP over haar ervaringen als joodse overlevende in het Nederland vlak na de oorlog. Het RIOD gaat aan dit onderwerp (hoe werden joodse (kamp)overlevenden bij terugkeer behandeld) een omvattende studie wijden - na meer dan vijftig jaar gaat dan eindelijk gebeuren waar onze Oosterburen al jàren mee bezig zijn. Wij hadden het waarschijnlijk al die tijd te druk met het verketteren van die buren in plaats van ons te richten op onze eigen na-oorlogse geschiedenis.

Verketteren - de term is misschien wat te hard maar erg vriendelijk oordeelt VN niet over Mart Smeets die tijdens het WK dagelijks via het scherm de huiskamer binnenkomt. “Het probleem met Smeets is (...) dat hij nooit zegt wat hij denkt. Smeets zegt wat hij denkt dat de kijker leuk vindt om te horen.” Zo, zo, die Mart Smeets - wat denkt hij wel. Ik denk dat Smeets denkt: kom, we gaan er weer eens goed voor zitten, de kijker zal niet worden teleurgesteld - althans niet door mij. Het is natuurlijk een kwestie van smaak maar de aanblik van Smeets en zijn spitsvondigheden maken tijdens dit WK veel goed. En Marjan Luif die nòg eens de buitenspelregel uitlegt verdient hulde. Want, VN, er zijn nog altijd vrouwen die geen verstand van voetbal hebben.

    • Anneke Visser