Vrijheid

Mijn deur staat op een kier. Na de lucht hebben ze me vergeten in te sluiten. Ik kan mijn geluk niet op. Het lijkt een kleinigheid. Maar als je al maandenlang tegen een gesloten deur zit aan te kijken, is een kier vrijheid. Voorzichtig maak ik hem wat groter. Niet te ver. Want dan zien de blauwen het en ben ik hem kwijt.

Beetje bij beetje wordt de gang groter, moeiteloos haal ik de X-ray en op een bepaald moment kan ik zelfs de blauwen zien zitten. Ze lachen en praten wat en hebben geen flauw idee dat ik ze kan zien. Ook dat geeft een kick. Want wanneer komt het nou voor dat een bajesklant stiekem een blauwe kan bekijken. Altijd is het omgekeerd. Dag en nacht worden we geobserveerd, om de zoveel uur worden onze luikjes gelicht en voor het minste of geringste vallen ze je cel binnen.

Er komt er eentje mijn kant uit. Snel doe ik de deur dicht. Maar het is loos alarm. Want opeens blijft hij staan en loopt weer terug. Klik, klak, klik, klak...

Opnieuw open ik de deur. Er dwarrelt wat verse lucht naar binnen. Iemand moet een raam hebben opengezet. Met diepe zuchten snuif ik haar op. Ook dat is vrijheid: verse lucht en geen blauwe die er aan te pas komt. Ik duw de deur wat verder open en stuit op een schoonmaker.

“Pssst”, sis ik. Maar hij hoort me niet.

“Pssst”, sis ik opnieuw, harder nu. Verbaasd kijkt hij om zich heen. Onze blikken kruisen elkaar, even blijft hij stokstijf staan, kijkt schichtig om zich heen en bezemt weer door. Maar geen blauwe heeft het gezien. Langzaam komt hij mijn kant uit.

“Hoe heb je dat versierd?”

“Die klootzakken hebben me vergeten”, fluister ik.

Hij lacht. Hij zit al drie jaar en weet wat een kier waard is.

“Kijk uit.” Langzaam loopt hij weg. Er komen twee blauwen aan. Voorzichtig duw ik de deur dicht.

“En jij dan”, hoor ik er een zeggen.

“Nou, dat maakt niks uit”, bromt de ander.

Ze zijn nu vlakbij. Ik houd mijn hart vast. “Wat is dat in godsnaam?” Mijn deur valt wagenwijd open. In één klap is al mijn vrijheid weg.

“Je weet wat je te doen staat als we je vergeten.”

Geïrriteerd noteren ze mijn nummer. Keihard valt de deur in het slot. Uitgeput val ik op bed. Lang heeft mijn vrijheid niet geduurd. Maar het was een aantekening méér dan waard. Wie weet hoelang de volgende kier op zich laat wachten?

    • Ferdy Verschuur