Vervlogen vergezichten

“Met Kleurenvlucht betreden wij opnieuw die wonderlijke wereld der vliegerij, thans echter met de volle rijkdom van het kleurgevoelige camera-oog.” Een boek met zo'n voorwoord neem je natuurlijk mee van de rommelmarkt. De kleurenplaten zitten er nog in, alsof ze gisteren zijn ingeplakt. Maar ze tonen een andere wereld. Deze uitgave van Douwe Egberts (tabaksfabriek, koffiebranderijen, theehandel N.V.) verscheen waarschijnlijk in 1948 of 1949. Er ging een zwart-wit uitgave aan vooraf, het vooroorlogse 'De Wereld van Boven'.

Aan wie kon men de tekst beter overlaten dan Algemeen Chef Vlieger der K.L.M., A. Viruly - tevens bevlogen schrijver? Hij voorzag de luchtfoto's van W. Berssenbrugge van commentaar. Hij roemt tal van steden, stadjes en landschappen die we vanuit de lucht bekijken, maar met hem komen we steeds op Schiphol terug.

Het is zo'n vijftien jaar na de roemruchte kerstvlucht naar Batavia van de Pelikaan en de Melbournevlucht van de Uiver, en twee jaar na de oorlog. Nederland gonst van vooruitgangszin.

“De Uiver en de Pelikaan waren bij de Constellation van vandaag, als de holle boomstammen van de Batavieren bij de Willem Ruys van de Rotterdamse Lloyd”, vindt Viruly. Schiphol doet ijverig met de vooruitgang mee. “Wat er in Mei 1945 van de luchthaven restte was een schouwspel van verwoesting. In 1948 vonden opnieuw 7.000 personen werk op de luchthaven.”

Nieuwe draineerbuizen zijn in de polder geplaatst, landings- en startbanen aangelegd, “en waar in 1938 79.000 passagiers van de luchtlijnen van en naar Amsterdam gebruik hadden gemaakt, was dit aantal in 1947 tot 245.000 toegenomen. In dit jaar vonden 53.000 starts of landingen plaats (In Augustus gemiddeld 235 per dag!)”.

Viruly looft vanuit de lucht toekijkend de fraaie kustlijn en Nederlands groene polderland met zijn Ruysdaelwolken. “Vanaf een paar duizend meter hoogte kan het oog van Den Helder tot Rotterdam over al dat groen reiken.” Vervelende uitzichten kent hij alleen van verre buitenlanden, waar “haast onafzienbare huizenzeeën zich grijs uitstrekken - daar hebben ze het aanzien van de aarde werkelijk onherkenbaar veranderd om maar met miljoenen bijeen te kunnen leven in een materiële welvaart, die blijkbaar velen hoger schatten dan de natuur”.

Viruly maakt zich zorgen over Marken - een klein eiland maar een der grootste curiosa ter wereld, met bonte klederdracht. Hij vreest dat een verbinding met de vaste wal de ondergang van Marken wordt. “Zullen dan ook die duizend vreemde, aparte en bijna onbegrijpelijke zeden verdwijnen, oplossen in de alledaagse dracht van overal en nergens?” Het Markermeer is inmiddels een van de locaties voor een nieuw Schiphol.

“Onze uren schijnen korter geworden dan die van onze bezadigde grootouders en we moeten er meer in doen”, meldt hij in een tijd waarin men nog zorgvuldig kleurplaten inplakte. “Vandaar die behoefte om er van tijd tot tijd helemaal uit te zijn, tot rust te komen in de brede, wijze stilte van de natuur. Onze kust zal hier altijd een antwoord kunnen geven.” Er zijn nu plannen voor een vliegveld in zee.

Een laatste citaat van Adriaan Viruly (1905-1986): “Wie het benauwd krijgt in de lange straten, hij trekt eruit en haalt zich buiten een hap frisse lucht, een bevrijdend vergezicht over de vlakke weiden, en levensvreugde voor een week. Langer dan een half uur rijden kan het hem niet kosten.”

De foto's bewijzen het. Geen kantoorparken, geen reclamepalen, geen rafelranden aan de stad. Het boek toont overzichtelijke steden gelegen in een ongeschonden leegte.

En het wonderlijke is - je hebt het hier niet over een kroniek uit de Middeleeuwen, maar over een naoorlogs fotoboek waarin de kleuren nog modern ogen.

Maar we moeten het nu met het heden doen. Gelukkig biedt Schiphol een vluchtweg, naar rust en ruimte.

    • Frans van der Helm