Uitstoot CO neemt nog steeds toe

Nederland hoeft de uitstoot van broeikasgassen niet met acht maar met slechts zes procent te reduceren, zo kwamen deze week in Luxemburg de ministers van Milieu van de EU overeen. Een reductie met 6 procent is echter al moeilijk genoeg.

LUXEMBURG, 18 JUNI. Niet zonder trots zette minister De Boer (VROM) gisteren uiteen hoe ze op het EU-milieuberaad voor Nederland een reductie met 6 procent van de uitstoot van zogenoemde broeikasgassen uit het vuur had weten te slepen. Via een telefoontje naar premier Kok op de EU-top in Cardiff had ze zich ervan vergewist dat ook deze een vermindering van meer dan 6 procent onaanvaardbaar vond.

Zo wees De Boer een Brits compromisvoorstel voor een reductie met 7,5 procent gedecideerd van de hand en kreeg uiteindelijk haar zin. Nederland kon derhalve beneden de gemiddelde EU-reductie van 8 procent blijven. Een tevreden De Boer: “Het waren buitengewoon stevige onderhandelingen, maar het is een akkoord waarin Nederland zich kan vinden.”

Intussen blijft echter enigszins in nevelen gehuld hoe Nederland en de overige lidstaten hun reducties van de emissies van CO en vijf andere broeikasgassen in 2010 ten opzichte van het ijkjaar 1990 zullen verwezenlijken. Ook Ritt Bjerregaard, de Europese commissaris voor Milieuzaken, waarschuwde dat het zeer lastig zou worden die percentages te realiseren zonder ingrijpende beleidswijzigingen. En juist daarover bleven de ministers het gisteren nogal oneens.

Ondanks de overeenkomst van Kyoto van eind vorige jaar en jarenlange pogingen de uitstoot van vooral CO te beteugelen, blijft die in de praktijk nog steeds toenemen. Men beseft al jaren dat er een probleem is maar de politieke leiders weten niet precies hoe ze het in de hand kunnen houden.

Zo blijft de mobiliteit van de burgers, vooral die over de weg, groeien. De Europese commissaris voor Vervoerszaken, Neil Kinnock, verklaarde gisteren in Luxemburg dat liefst 74 procent van het passagiersvervoer in de Europese Unie over de weg gaat. Bij het vrachtvervoer is dat percentage zelfs 80 procent en het aandeel van het wegtransport blijft nog steeds toenemen en daarmee de emissies van CO en andere gassen die schadelijk zijn voor het milieu.

In Nederland groeide bijvoorbeeld tussen 1990 en 1996 de CO-uitstoot met 7 procent. Weliswaar lijkt de groei thans iets af te vlakken, maar van een stabilisatie, laat staan een reductie, is in de verste verte geen sprake. Zeker zolang de economische groei blijft aanhouden, en alles wijst erop dat dat de komende jaren het geval is, zal het Nederland dan ook ongetwijfeld de grootste moeite kosten de afspraak van Luxemburg gestand te doen.

De ministers van Milieu bespraken gisteren een scala aan mogelijke maatregelen, maar tot harde afspraken kwamen ze niet. De zogeheten ecotax, een belasting op fossiele brandstoffen waaraan Nederland maar ook een land als Denemarken bijzondere waarde hechtte, ligt in Europees verband vooralsnog niet in het verschiet. Spanje, Portugal en Griekenland willen er niet aan.

De Boer en het kabinet beloofden vorige week zich voor zo'n Europese ecotax sterk te maken. Volgens Nederland is het een onmisbaar instrument om de reducties te bewerkstelligen. Bovendien zouden daardoor ook grote bedrijven niet langer buiten schot hoeven blijven. Die zijn nu ook in Nederland vrijgesteld van energieheffingen uit vrees dat ze anders naar elders uitwijken. Vooral de ministers Wijers (Economische Zaken) en Zalm (Financiën) waren erg voor zo'n ecotax geporteerd.

Nederland verkeert in een minder makkelijke positie dan veel andere EU-landen omdat het in het recente verleden al betrekkelijk veel heeft gedaan tegen de luchtvervuiling. Daardoor zijn de 'goedkope' maatregelen goeddeels uitgeput. Een land als Duitsland kan naar verwachting zijn reductie van 21 procent al voor een belangrijk deel bereiken door het sluiten van de zeer vervuilende op bruinkool gestookte elektriciteitscentrales in de voormalige DDR.

Een deel van de Nederlandse emissiereducties, zo'n 40 procent, zal relatief eenvoudig verkregen kunnen worden op grond van bilaterale milieuhulp aan armere landen. Uitstootreducties die daar bereikt worden met hulp van Westerse landen mogen op grond van het protocol van Kyoto deels op het emissieconto van donorstaten worden bijgeschreven. Daarnaast is het de bedoeling om een nieuw internationaal fonds voor schone ontwikkeling op te richten dat armere landen moet bijstaan op milieugebied.

Volgens velen, de Amerikanen voorop, is hulp aan de armere landen de goedkoopste en meest doelmatige manier om wereldwijd reducties in de uitstoot van de broeikasgassen te bewerkstelligen. Minister De Boer is er op zichzelf niet op tegen om zo'n 40 procent van de reducties op die wijze te verkrijgen, maar ze betoogde gisteren in Luxemburg dat het ook economisch wel degelijk loont in eigen land te investeren in emissiereducties.

“Het is helemaal niet zo dat wat je daarin stopt weggegooid geld is, zoals wel eens wordt beweerd”, aldus De Boer. “De economie profiteert er juist van wanneer je de industrie moderniseert en investeert in nieuwe technologieën. Ik geloof dat een gulden die je op zo'n manier in Nederland investeert beter besteed is dan buiten het land.”

Een hele reeks vrijblijvende maatregelen passeerde gisteren verder in Luxemburg de revue. Van een heffing op kerosine voor het luchtverkeer en het verminderen en schrappen van subsidies op brandstoffen die uit milieu-oogpunt niet erg efficiënt zijn zoals kolen (bijvoorbeeld in Duitsland), tot het differentiëren van btw-tarieven om milieuvriendelijke goederen te bevorderen en het ontwikkelen en aanmoedigen van nieuwe, meer milieuvriendelijke technologie. Voorts heeft de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, voorgesteld een aantal heffingen op energieverbruik in te voeren.

De ministers beseffen echter heel wel dat hun macht om het beleid om te gooien beperkt is. “De ministers van Milieu hebben de hulp van anderen nodig, wanneer ze vooruitgang willen boeken”, aldus Europees commissaris Bjerregaard. Op fiscaal terrein kunnen ze om te beginnen weinig uitrichten zonder de steun van hun collega's van Financiën en Economische Zaken.

Aangezien een aanzienlijk deel van de luchtvervuiling het gevolg is van het verkeer, is ook de medewerking van de ministers van Vervoer van belang. Met het oog daarop werd gisteren voor het eerst een korte gezamenlijke Europese milieu/transportraad gehouden. Tot grote daden kwamen de ministers echter niet direct. “Het bleef een beetje vaag”, aldus minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) na afloop.

    • Floris van Straaten