Sir Colin Davis terug in Amsterdam

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Colin Davis m.m.v. Radu Lupu, piano. Werken van Berlioz, Beethoven, en Elgar. Gehoord: 17/6, Concertgebouw Amsterdam. Herhaling 18/6. Uitzending: 4/7 14 uur AVRO Radio 4.

'Wee u componisten! Zorgt dat gij weet hoe te dirigeren (-) want vergeet niet dat achter de dirigent hoogstpersoonlijk de allergevaarlijkste vertolker schuilgaat.' Door schade en schande wijs geworden, begreep Hector Berlioz (1803-1869) dat hij zijn werk maar beter zelf kon dirigeren. Menige kunst echter overleeft zijn maker, en dan is de componist opnieuw uitgeleverd aan die 'allergevaarlijkste vertolker' die de onvermijdelijke schakel vormt tussen partituur en luisteraar.

Onze huidige visie op de muziek van Berlioz is voor een belangrijk deel gevormd door de talrijke uitvoeringen onder leiding van de Engelse dirigent Sir Colin Rex Davis. De Berlioz-vertolkingen van Davis (70), die deze week bij het Koninklijk Concertgebouworkest de ouverture tot de opera Benventu Cellini en volgende week maandag de 'légende dramatique' La damnation de Faust uitvoert, zijn al decennia maatgevend en hebben veel bijgedragen tot de herwaardering voor het dramatisch-symfonische oeuvre van Berlioz. Alle belangrijke werken van Berlioz legde hij al op vinyl vast. Hector Berlioz stond aan het begin van zijn carrière (na een uitvoering van L'enfance du Christ besloot hij dirigent te worden) en ook nu, in de nadagen van die carrière, overtuigt Davis het meest als hij werk van Berlioz dirigeert.

In de ouverture Benvento Cellini is Berlioz een nog jonge componist die in stemming en thematiek van de hak op de tak springt, zoals in de vroeg-romantische opera gewoonte was. Davis zet deze uiterlijkheden, deze contrasten in dynamiek, tempo en instrumentatie stevig aan. In een clair-obscur plaatst hij akkoorden die als zweepslagen door het orkest knallen tegenover ingetogen strijkersthema's. Het was aanvankelijk nog wat zoeken naar de juiste balans, maar dat stond een vitale uitvoering geenszins in de weg.

Meer moeite had Davis met het vinden van een pasklaar antwoord op het markante spel van de Roemeense meesterpianist Radu Lupu, die de zieke Maria Joao Pires vervangt. De grillige interpretaties van Lupu zijn voor een dirigent niet eenvoudig te begeleiden, vormen daarentegen voor de luisteraar vaak een verademing. In het spel van Lupu overheerst als de verwondering, en dat maakt zijn vertolkingen uniek. Zo tovert hij in het langzame middendeel van Beethovens Tweede pianoconcert in de stilte van de pedaalresonantie schitterend met paar toontjes. Pas in de Finale, waarin Lupu syncopisch jongleert met het rondo-thema, kreeg Davis weer greep op het geheel.

Sir Colin Davis, die tussen 1966 en 1986 regelmatig te gast was bij het Concertgebouworkest, heeft in het verleden naast Berlioz ook altijd een lans gebroken voor een aantal van zijn componerende landgenoten, Edward Elgar in het bijzonder. Deze week staat Elgars Enigma-variaties op het programma. Het zijn vooral de langzame delen van dit vriendenportret in orkestklanken waarin Davis overtuigt. Helaas zijn dat er niet zoveel. En dan ontpopt zelfs Davis zich als een 'gevaarlijk vertolker'.