RPF en GPV komen met één kandidatenlijst

DEN HAAG, 18 JUNI. De kleine christelijke partijen RPF en GPV willen aan de volgende Tweede-Kamerverkiezingen meedoen met een gezamenlijke kandidatenlijst en één verkiezingsprogramma. Over de manier waarop RPF en GPV volledig zullen samengaan verschillen de partijbesturen nog van mening.

Dit hebben de partijvoorzitters van RPF en GPV vanmorgen bekendgemaakt bij de presentatie van een rapport over de politieke samenwerking tussen de twee orthodox-protestantse partijen. Het rapport is geschreven door een commissie met RPF- en GPV-prominenten, onder wie de Tweede Kamerleden Rouvoet (RPF) en Van Middelkoop (GPV), die de afgelopen twee jaar de mogelijkheden voor samenwerking heeft onderzocht.

De partijbesturen vinden met de commissie “een blijvend zelfstandig optreden van beide partijen in de huidige politieke situatie niet langer verantwoord”. Daarmee wordt gedoeld op de jongste Kamerverkiezingen, waarbij de christelijke partijen het niet goed hebben gedaan. “We zijn verheugd over de mogelijkheden van versterking van de christelijke politiek in een ontkerstend Nederland”, lieten de besturen weten.

Minder eensgezind zijn de partijen over de “fusie van GPV en RPF”, die de commissie bepleit. De commissie wil een snelle “formatie van een nieuwe christelijke politieke partij” in Nederland, want de huidige verschillen tussen GPV en RPF zijn te klein “om het bestaan van beide partijen op middellange termijn te wettigen”. De RPF is vóór een volledig samengaan van de partij-organisaties, maar het GPV wil de mogelijkheid van een federatie openhouden.

GPV-fractievoorzitter Schutte verklaarde zich vanmorgen opnieuw tegen een fusie met de RPF en vertegenwoordigt de 'precieze' stroming in het GPV. Het grote obstakel is het ledenbeleid. Het GPV eist van zijn leden dat die de grondslagen van de partij volledig onderschrijven, terwijl de RPF daarin soepeler is. De commissie zit op de RPF-lijn en daarmee kun je volgens Schutte “leden niet meer aanspreken op de grondslagen”. Het formuleren van een gemeenschappelijke grondslag is volgens de partijen wel mogelijk.