Paus niet kritisch over Nederland

ROME, 18 JUNI. In een brief vrijwel zonder kritische noten heeft paus Johannes Paulus II de Nederlandse bisschoppen aangespoord de onderlinge samenwerking en het wederzijds vertrouwen verder te vergroten.

De brief is vanmorgen overhandigd aan kardinaal Simonis, na een gezamenlijke mis van paus en bisschoppen in de privé-kapel van Johannes Paulus. De paus gaat daarin uitgebreid in op “de moeilijke tijd die de Kerk in uw land doormaakt”, noemt een aantal speciale aandachtsgebieden, maar ziet geen aanleiding tot kritische kanttekeningen. Hij roept de bisschoppen op tot “steeds meer vertrouwvolle samenwerking”.

De bisschoppen hadden in hun rapport ter gelegenheid van hun vijfjaarlijkse bezoek aan Rome geconstateerd dat plannen voor landelijke catechese, de geloofsverkondiging, haperen door interne meningsverschillen. Bovendien constateerden zij dat de catechese in het algemeen teveel wordt overgelaten aan katholieke scholen en te weinig volwassenen raakt. De paus geeft het op dit punt een duidelijke opdracht mee.

“Het komt u toe te streven naar de uitwerking van nieuwe serieuze catechetische methodes,” schrijft de paus. Gezien de kritiek in het verleden vanuit het Vaticaan is zijn toevoeging daarbij opvallend. Dat moet gebeuren “met een bijzondere aandacht voor de specifieke cultuur van uw land.”

De paus spoort de bisschoppen verder aan speciale aandacht te besteden aan “een dynamisch jeugdpastoraat” en aan het roepingenpastoraat: de werving en opleiding van nieuwe priesters. Jonge priesters hebben extra begeleiding nodig, schrijft de paus, “om hen te helpen bij hun eerste stappen in het dienstwerk, ook al komt de manier waarop zij het priesterschap zien niet direct overeen met de manier waarop het door hun voorgangers is beleefd.”

Johannes Paulus heeft uitdrukkelijk lof voor de leken die zich inzetten binnen de katholieke kerk. Hij vraagt de bisschoppen hen zijn hartelijke groeten over te brengen, maar onderstreept dat er een duidelijke scheiding moet blijven bestaan tussen priesters en niet-priesters.

    • Marc Leijendekker