Oud-premier Balladur splijt resten van gaullisme

Oud-premier Edouard Balladur heeft met zijn oproep tot bestudering van de 'nationale voorkeur', het belangrijkste campagnethema van het Front National, een gegêneerd debat veroorzaakt bij klassiek rechts. Wat eens extreem-rechts was, overschaduwt steeds meer de politieke agenda in Frankrijk.

PARIJS, 18 JUNI. Symbolen tellen, zeker in Frankrijk. Popzanger Johnny Hallyday (50+) zingt vanavond op de televisiezender France 3 'Le Chant des Partisans', de in 1943 in Londen geschreven ode aan het verzet en aan de oproep die Charles De Gaulle op 18 juni 1940 richtte tot de verslagen Fransen: 'de slag is verloren, de oorlog niet!'. 58 jaar na dato verlangen sommigen naar een nieuw Appel du 18 Juin.

Het Partisanenlied vloeide destijds uit de pen van de romanschrijver Joseph Kessel en zijn neef Maurice Druon. De laatste is nu tachtig en 'secretaris voor het leven' van de Académie Française. Als waker over de Franse taal haalde hij in Le Figaro gisteren ongemeen heftig uit naar ieder misbruik van het woord 'gaullisme'. Met een keur aan voorbeelden en subjonctifs imparfaits rekende hij af met alle dieven van 's generaals erfenis. Eerste geadresseerde: president Jacques Chirac, oprichter en virtueel leider van de 'neo-gaullistisch' genoemde Rassemblement pour la République.

“Wie duft zijn politieke groepering, waarin nauwelijks gaullisten zitten, nog gaullistisch te noemen? Is wat we op het stadhuis van Parijs zien een gaullistisch spektakel? Is 'cohabitatie' [een president en een regering van een tegengestelde politieke kleur, red.] gaullistisch? (...) Het gaullisme is ontaard in 1976 toen de oude Rassemblement van de generaal stilzwijgend is omgezet in een lift die als enig doel had een presidentskandidaat omhoog te hijsen. Nu hij op de Elysée-verdieping is aangekomen maken de liftboys ruzie. Ze zijn bang voor hun baantje bij het overbodig geworden apparaat.”

Treffender kan de hondsdolheid in de RPR nauwelijks worden omschreven. Het hele systeem-Chirac is in crisis, iedereen bijt iedereen. De illegale financiering van de partij via het stadhuis van Parijs, waar Chirac achttien jaar aan zijn lift werkte, wordt steeds minder geheim. Oud-minister van justitie Jacques Toubon heeft er een mislukte stadhuiscoup achter de rug: burgemeester Tibéri weet alles van het verleden en is dus onaantastbaar. Voorlopig beloert men elkaar in een valse windstilte.

Op het nationaal-politieke vlak is de verwildering niet geringer. De andere klassiek-rechtse groepering, de centrum-liberale UDF, was Giscards presidentiële liftkoker. Na zijn onvrijwillige vertrek valt die federatie uiteen door mannetjesruzies waar satirici overuren aan maken. Het leidt de aandacht wat af van de RPR, die zowel organisatorisch als programmatisch in verwarring is. De regering van Alain Juppé (jaren Chiracs RPR-hoofdschakelaar) heeft noodzakelijke hervormingen niet kunnen realiseren en is nauwelijks toegekomen aan ideologische hobbies. Sinds de rampzalige vervroegde verkiezingen van mei vorig jaar slaagt de socialist Jospin waar Juppé faalde, wat de RPR in een dubbele rouw dompelt. Een deel der ex-gaullisten zoekt zijn toevlucht in zuiverder liberalisme, de rest in herbevestiging van de nationalistische waarden en emoties waarmee Jean-Marie Le Pen zijn vijftien procent van de stemmen heeft vergaard.

Dat laatste blok is het waar Edouard Balladur op mikt. De som is eenvoudig: als klassiek rechts accepteert dat er nog een rechts blok is, zal het nooit meer aan een werkbare meerderheid komen. Na de regionale verkiezingen van maart, die vier 'coalities' tussen rechts en extreem-rechts opleverden, is het debat geopend. Besmuikt. Oud-minister van Defensie Charles Millon heeft veel hoon geoogst met zijn FN-samenwerking in de regio Rhônes-Alpes. Zijn nieuwe groepering La Droite herbergt nu al duizenden teleurgestelde rechtse kiezers die alles liever willen dan links - dus ook regeren met het Front National.

Balladur heeft, ondanks zijn bittere nederlaag in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen van '95, nog steeds het gevoel een nationale roeping te belichamen. En partijgenoot Chirac voor de voeten lopen hindert hem niet echt. Wat Millon kan, kan ik beter, moet hij hebben gedacht. Geen nieuwe partij, alleen maar de kolkende lavastroom kanaliseren, in een richting die in 2002 maar één natuurlijke unificator kent. Zijn naam begint met een B.

Zonder een onvertogen woord te zeggen, zonder te onthullen wat hij dacht van de omstreden 'préférence nationale', plaatste Balladur, premier van '93 tot '95, zondag zijn tijdbommetje. Laten we een commissie instellen die kijkt naar de vraag of we bepaalde voorzieningen moeten voorbehouden aan Fransen. Een commissie met mensen van alle richtingen - ook het Front National? Waarom niet.'' Meer zei hij niet.

De beer was los. Weinig getrouwen van Balladur haastten zich hem te verdedigen. De voorzitter van de RPR, Philippe Séguin, is fel tegen, maar de meesten wachten op wat Chirac zal zeggen. Alleen Bruno Mégret, de tweede man van het Front National, was tevreden. Toen zijn vrouw in januari '97 kandidaat stond voor het burgemeesterschap van Vitrolles, legde ze me uit wat zij verstaat onder 'nationale voorkeur': “Belastingsvoordelen geven aan bedrijven die voorrang geven aan geboren Fransen. Ik weet wel dat het wettelijk niet mag, maar als je het stadhuis hebt, kun je alles.” Cathérine Mégret bestuurt sindsdien Vitrolles.

    • Marc Chavannes