OPVANG

Vanuit een aanmeldcentrum komen asielzoekers terecht in de centrale opvang. Een relatief kleine groep wordt momenteel nog regionaal opgevangen, omdat zij nog onder een regeling van voor 1 januari 1996 valt. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) is belast met de uitvoering van de opvang.

Centrale opvang In een Opvang- en onderzoekscentrum (OC) wonen mensen die na hun aankomst in een aanmeldcentrum in principe zijn toegelaten tot de asielprocedure. Er wordt een lichamelijk onderzoek gehouden, onder andere naar TBC. Vanaf de aankomst in een OC is de asielzoeker verzekerd tegen ziektekosten en WA. Leerplichtige kinderen krijgen onderwijs en in sommige OC's kunnen de bewoners al taalcursussen volgen. Net als in een asielzoekerscentrum verblijven de bewoners met meer mensen op een kamer. Voor asielzoekers die zelf koken bedraagt de toelage 80 gulden per week. Voor hen die dat niet doen 35 gulden. Vanuit een OC gaat de asielzoeker, als positief is beslist over zijn aanvraag, naar een asielzoekerscentrum (AZC). Hier verblijven ook uitgeprocedeerden in afwachting van verwijdering en mensen die in beroep zijn gegaan. Ook zijn er statushouders die wachten op definitieve woonruimte. In een AZC koken de bewoners zelf. Ze krijgen maandelijks een toelage van gemiddeld 320 gulden, afhankelijk van de gezinssituatie. In sommige centra zijn kleine uitzendbureaus opgezet. Voor een gulden per uur verrichten asielzoekers dan werk dat is gerelateerd aan het centrum. Maximaal mag zo 30 gulden per week worden verdiend.

Aanvullende opvang Asielzoekers kunnen vanuit een OC naar een AZC doorstromen, maar er bestaat ook aanvullende opvang (AVO). Circa 7.000 mensen verblijven momenteel in kleinschalige accommodaties zoals hotels of pensions, waarmee het COA een tijdelijk contract afsluit. Bewoners hebben hier dezelfde rechten en plichten als in een AZC. Na deze opvang verhuizen ze naar een AZC of een zelfstandige woning.

Beëindiging van opvang Als een asielzoeker wordt toegelaten als vluchteling (A-status) of een vergunning krijgt tot verblijf op humanitaire gronden (C-status) kan hij of zij zich regulier huisvesten. Elke gemeente moet elk jaar een bepaald aantal statushouders huisvesten.

Als de vluchteling nog in een centrale opvangplaats verblijft, dan blijft dat het onderkomen tot een huis is gevonden. Als nog sprake is van decentrale opvang via de Regeling Opvang Asielzoekers (ROA), dan eindigt de opvang drie maanden nadat de asielzoeker als vluchteling is erkend of een vergunning tot verblijf (vtv) is verleend. Na die tijd krijgt de statushouder geen ROA-uitkering meer. Als er dan geen andere woonruimte is, kan de statushouder aanspraak maken op een uitkering op grond van de Algemene Bijstandswet en mag hij vooralsnog in de ROA-woning blijven wonen. Soms wordt de ROA-huisvesting omgezet in een reguliere huisvestingsplaats. Zodra de statushouder reguliere huisvesting heeft gekregen, kan hij/zij huursubsidie aanvragen.

Uitgeprocedeerden en technisch niet-verwijderbaren Als er een last tot uitzetting is gegeven, dan eindigt de opvang in principe op de dag waarop de vreemdeling Nederland moet verlaten. Er bestaat een speciaal verwijderingscentrum (VC) in Ter Apel waar uitgeprocedeerden verblijven in afwachting van de uitzetting. De opvang loopt door als het technisch niet mogelijk is de vreemdeling te verwijderen. Dit geldt niet als hij/zij zelf niet wil meewerken aan uitzetting, door bijvoorbeeld te weigeren een reisdocument aan te vragen.

Bron: Oriëntatie in het vluchtelingenrecht, mr. Elmy Elderman, Utrecht (1997)