Moskou moet betere wetten maken

Rusland heeft dringend nieuwe investeringen nodig. Maar investeerders willen zekerheid. H.G. van Buren noemt het van groot belang dat het land eerst zijn wetgeving verbetert. Daarna zullen de buitenlandse investeerders graag over de brug komen.

Jeltsin laat zich graag op de televisie zien als de waarachtige leider die vermaningen en wijze raad uitdeelt. Onlangs sprak hij Russische bankiers toe. Zij dienden meer in de economie te investeren; anders zouden buitenlanders zéker niet bereid zijn investeringen te doen.

Daar zit natuurlijk wat in. Het valt op dat altijd gesproken wordt over de buitenlandse investeringen in Rusland en veel minder over de omvang van alle investeringen. Dat laatste cijfer maakt veel duidelijk over de toestand van de economie.

De cijfers van de afgelopen jaren wekken niet veel optimisme. In 1994 daalden de totale investeringen in vergelijking met het voorgaande jaar met 28 procent, in 1995 met 14 procent, in 1996 met 18 procent en in 1997 met vijf procent. Dat laat weinig ruimte voor misverstand: er is onvoldoende vertrouwen in de toekomst van het land. Jeltsin sprak vooral de bankiers daarop aan. Wie resultaat wil bereiken, moet zich natuurlijk ook niet al te genuanceerd uitlaten. Maar er is een hele reeks oorzaken op te noemen:

Een groot probleem is het bankwezen. Rusland had vrij snel ruim 3.700 particuliere banken. Een aantal hiervan was voor speciale doelen in het leven geroepen. Industriële giganten die het niet konden redden, richtten een bank op om zo via het interbancaire circuit financiering te krijgen. Het leidde tot wonderlijke taferelen. Zo is de interbancaire rente enige tijd hoger geweest dan de marktrente. Op deze, maar ook op andere manieren zijn de banken met veel slechte leningen komen te zitten. Kredietverlening is een kunst die je moet leren.

Inmiddels is het bankwezen sterk uitgedund - niet door fusies maar door faillissementen - tot een aantal van ongeveer 1.850. In de afgelopen periode zijn er jaarlijks zo'n 300 banken failliet gegaan. Dit jaar worden het er waarschijnlijk ruim 500, omdat er eind dit jaar voldaan moet zijn aan nieuwe eisen wat betreft het eigen vermogen. Elk nieuw faillissement leidde bij de bestaande banken tot nog grotere voorzichtigheid. Daardoor is het op dit moment voor bedrijven erg moeilijk kredieten te krijgen. Als dat al lukt, moeten zij bovendien rekening houden met een zeer hoge rente. Ook voordat de Centrale Bank de rente naar de spraakmakende 150 procent bracht, was er al een rente die een barrière vormde. Commerciële leningen tegen ongeveer 40 procent kunnen de activiteiten moeilijk opstuwen.

Rusland heeft een duidelijk tekort aan investeringskapitaal. Dat geld is voor een groot deel het land uitgebracht. Hoe is niet precies bekend hoe groot die kapitaalvlucht is, maar het bedrag valt wel enigszins te benaderen. In Rusland hebben we cijfers die grotendeels politiek ingegeven lijken. Het ministerie van Binnenlandse Zaken noemde een bedrag van 50 miljard dollar, het ministerie van Economische Zaken kwam tot 230 miljard dollar. Het zal duidelijk zijn dat de Russische economie een flinke stimulans zou krijgen als dat geld teruggesluisd zou worden - waarschijnlijk een grotere dan bij een iets ruimer kredietverleningsbeleid van de banken. Die hebben goede redenen om uiterst voorzichtig te werk te gaan. Russen neigen ertoe te denken dat het niet per se onfatsoenlijk is kredieten niet terug te betalen.

Een tweede probleem vormt het Russische belastingstelsel. Zowel Russische als buitenlandse bedrijven ondervinden daar veel hinder van. Er bestaan ruim 200 verschillende belastingen, die niet op elkaar zijn afgestemd. Dit kan er gemakkelijk toe leiden dat bedrijven voor meer dan honderd procent van hun winst worden aangeslagen, waarbij moet worden aangetekend dat veel kosten niet aftrekbaar zijn. De bedrijven voelen zich daardoor gedwongen de belastingen te ontduiken. En wie eenmaal dat pad is opgegaan, zal vaak nog een stapje verder gaan dan strikt nodig is.

De conclusie ligt dus voor de hand: er dienen nieuwe belastingwetten te komen. Twee jaar geleden werden al nieuwe belastingwetten ingediend bij het parlement, die heel verstandige maatregelen omvatten. Zo werd het aantal verschillende belastingen teruggebracht naar ruim twintig. Maar veel was nog vatbaar voor kritiek en werd dus in de Doema afgeschoten, inclusief nuttige verbeteringen.

Inmiddels is een nieuwe belastingwetgeving aangekondigd. Nog dit jaar zal het parlement zich er weer over moeten buigen. Hopelijk doen de parlementariërs dat zonder vooringenomenheid. Nu blijken Westerse bedrijven die daadwerkelijk investeerden vaak af te haken wegens de problemen waar ze tegenaan lopen. Philips gebruikte bij de sluiting van de fabriek in Voronezj onder andere het argument dat de belastingafdracht veel hoger uitkwam dan het zelf had becijferd. Andere Westerse bedrijven volgen de gebruikelijke Russische methode en ontduiken dus de belasting. Als bijna de hele bevolking geen belasting betaalt, staat een overheid machteloos.

Criminaliteit weerhoudt veel Russen ervan om een bedrijf te beginnen. Westerlingen hebben er momenteel niet zo veel meer van te vrezen. Dit betekent niet dat er geen criminaliteit meer zou zijn. Alleen is de ermee gepaard gaande gewelddadigheid sterk afgenomen. Rusland heeft nu al meer politie dan vroeger de hele Sovjet-Unie had. Als er iets fout gaat met westerlingen wordt dit apparaat ook daadwerkelijk ingezet omdat de nationale eer ermee gemoeid is. Men kan zelfs stellen dat ondernemingen van westerlingen meer steun krijgen dan de eigen bedrijven. Voor Russische criminelen is het dan ook meestal aantrekkelijker om een Russische bankier te grazen te nemen dan een - vaak toch minder rijke - westerling.

In de Russische wetgeving is veel nog niet geregeld. Ook dat brengt moeilijkheden met zich mee voor Westerse bedrijven. Het ziet er niet naar uit dat daarin snel verbetering komt. Een van die problemen is het grondbezit, dat volgens velen niet privé kan zijn. Niet alleen de communisten, maar ook de nationalisten hangen dat idee aan. Samen hebben zij de meerderheid in de Doema en ze lijken liberalisering op dit punt te blokkeren.

Het punt speelt sterk bij grondstoffenwinning. Rusland is rijk aan olie. De grote oliemaatschappijen lijken miljarden klaar te hebben liggen om in Rusland te investeren. Zij doen dit echter maar mondjesmaat, omdat zij geen zekerheid hebben over de eigendom van hetgeen zij vinden.

In de wetgeving bestaan nog meer problemen, zoals het soms haaks op elkaar staan van federale en regionale wetgeving, waardoor men afhankelijk wordt van interpretatie of goedwillendheid van ambtenaren. Hierbij behoeft het geen betoog dat een ambtenaar die maanden salarisachterstand heeft, bij het binnentreden van een Westers zakenman nog wel eens wil denken: “Daar komt mijn salaris.”

Het mag duidelijk zijn dat Rusland veel kan doen om de aarzelingen bij Westerse investeerders weg te nemen. Het zwaartepunt moet dan liggen bij verbetering van de wet- en regelgeving. Investeerders zoeken altijd zekerheden, vooral bij grotere projecten. Als Rusland betere wetgeving krijgt en zo meer zekerheid kan bieden, zullen de problemen allengs minder worden. Potentiële investeerders in het buitenland kunnen redelijk snel reageren; de interesse bij Russische investeerders is vooral een kwestie van mentaliteit en zal dan ook wat meer tijd nodig hebben. Een simpel beroep op bankiers is in elk geval niet voldoende.

    • Drs. H.G. van Buren