Misbruik voorkennis; Celstraffen geëist in Bols-zaak

AMSTERDAM, 18 JUNI. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft gisteren zware gevangenisstraffen geëist in de voorkenniszaak rond het beursfonds BolsWessanen.

Tegen Teun van N., de voormalige groepsdirecteur van het drank- en voedingsmiddelenconcern, eiste de officier van justitie vijftien maanden celstraf, waarvan vijf voorwaardelijk. De officieren van justitie verdenken hem ervan in 1994 en 1995 optiehandelaren en particuliere beleggers te hebben getipt over slechte resultaten van BolsWessanen.

Optiehandelaar Stanley M. kreeg eenzelfde straf voor handelen met misbruik van voorwetenschap. Net als alle andere verdachten moet hij het voordeel dat hij uit de transacties heeft behaald betalen aan de staat.

De optiehandelaren Lex B. en Koos M. hoorden een straf van twaalf maanden tegen zich eisen, waarvan respectievelijk zes en vier maanden voorwaardelijk.

Ook tegen vier verdachte particuliere beleggers eiste het Openbaar Ministerie gevangenisstraffen. De uitbater Jan G., van het restaurant Blanje Bleu in Bentveld waar geheime informatie over BolsWessanen zou zijn overgedragen, hoorde een straf van een jaar gevangenisstraf tegen zich eisen, waarvan vier maanden voorwaardelijk. Tegen zijn vrouw Arletta H. die ook zou hebben geprofiteerd van de geheime bedrijfsinformatie van Van N., is zes maanden cel geëist, waarvan drie voorwaardelijk.

Wegens zijn riante vermogenspositie van zeven miljoen gulden, werd P. van D., een golfvriend van de BolsWessanen-directeur, ontslagen van rechtsvervolging.

Het OM had hiertoe al voor het proces besloten maar bewaarde de redenen hiervoor “om strategische redenen” voor het requisitoir.

Van D. was volgens het OM minder verdacht omdat hij geen speciale fondsen had moeten vrijmaken voor de financiering van de verdachte transacties. De advocaten van de andere verdachten noemden dit 'klassenjustitie' en tekenden bezwaar aan.

Ook de broer van optiehandelaar Lex B. (Henk B.) wordt niet vervolgd. Hij zou “alleen zijn portemonnee” ter beschikking hebben gesteld voor de transacties.

Het OM eiste dat een vriend van de verdachte optiehandelaren, makelaar D. de R., een straf krijgt van negen maanden waarvan drie voorwaardelijk. De advocaat van De R. eiste dat het OM in deze zaak niet ontvankelijk wordt verklaard omdat de zaak van zijn cliënt nauwelijks zou afwijken van de geseponeerde zaken.

De rechtbank zal zich hierover morgen uitspreken. Morgen en volgende week houden de advocaten van de verdachten hun pleidooien.

De uitspraak van de rechtbank volgt naar verwachting op 16 juli.