Miljoenenschade door betonrot in woningen

In ruim 20.000 woningen door heel Nederland liggen vloeren met betonrot. Nog eens 125.000 huizen zijn mogelijk aangetast. De schade loopt in de honderden miljoenen guldens. Wie betaalt?

NIEUWEGEIN, 18 JUNI. Voorbeelden van mensen die spontaan door hun vloer zijn gezakt, kent hij niet. Maar denkbeeldig is het volgens bouwkundige R. Gelhard allerminst. “Een vreugdedans met vier mensen tijdens het wereldkampioenschap kan in de kruipruimte eindigen.”

Gelhard is oud-directeur van een renovatiebedrijf. Hij heeft ruime ervaring met betonschade. De laatste jaren houdt hij zich als zelfstandig adviseur vrijwel uitsluitend bezig met zogenoemde Kwaaitaalvloeren. De fabrikant van deze kant-en-klare vloerelementen, die in de jaren zeventig en begin jaren tachtig op grote schaal werden toegepast in de woningbouw, voegde destijds calciumchloride toe aan het betonmengsel om het productieproces te versnellen. Ook bij de concurrent Manta werd calciumchloride door het beton gemengd. Een wondermiddel, zo leek het. Maar halverwege de jaren tachtig verschenen de eerste berichten over roestende wapening en afbrokkelend beton. Vooral in een vochtige omgeving, zoals kruipruimten. Oorzaak: de chloridetoevoeging.

Bij meer dan 20.000 woningen in heel Nederland is sindsdien betonrot aangetroffen, weet bouwkundige Gelhard. En dat aantal zal nog toenemen. Ruim een week geleden maakte de gemeente Culemborg bekend dat mogelijk honderd woningen zijn aangetast door betonrot. In Pijnacker zijn onlangs honderdveertig verdachte vloeren gevonden. Onderzoek wijst ook daar op betonrot. De schade kan oplopen tot veertigduizend gulden per woning.

Gelhard krijgt dagelijks verontruste huiseigenaren aan de telefoon die bij een inspectie van de kruipruimte scheuren en roestplekken in de vloer vonden.

In Nieuwegein, waar een bewoner vorig jaar februari betonresten onder de vloer tegenkwam. Al snel bleek dat in de hele wijk vloeren - afkomstig uit de Kwaaitaalfabrieken - waren aangetast.

Dat nieuws kwam hard aan, zegt J. Verbeek van de ijlings opgerichte Vereniging Huiseigenaren met Betonschadevloeren Nieuwegein (VHBN). In Nieuwegein bleken 4.100 woningen gebouwd op Kwaaitaalvloeren, de helft door particulieren en de rest door woningbouwverenigingen. In haar wijk staan 140 huizen met een Kwaaitaalvloer. Op acht na zijn ze allemaal aangetast. Bij Verbeek zelf zijn de plavuizen ervan gebarsten.

Hoeveel Nederlandse woningen precies Kwaaitaal- en Mantavloeren met calciumchloride hebben, weet niemand. De bedrijven zelf zijn halverwege de jaren tachtig failliet gegaan. Ook het ministerie van Volkshuisvesting heeft geen cijfers.

Volgens de VHBN gaat het om ten minste 125.000 woningen met een chloridevloer van Kwaaitaal. De vereniging baseert zich daarbij op gegevens van oud-werknemers.

Gelhard en andere deskundigen komen bij benadering op hetzelfde aantal uit. “Het werkelijke aantal huizen waarin de chloridevloeren liggen kan veel hoger zijn, omdat elementen met en zonder de verharder door elkaar heen zijn gebruikt. Overigens hoeft niet aan elke vloer met calciumchloride betonrot te ontstaan”, zegt Gelhard.

In Nederland zijn eerder problemen geweest met betonvloeren waaraan calciumchloride was toegevoegd. Begin jaren zeventig zorgde de Monoliet-affaire voor opschudding toen 100.000 vierkante meter betonvloeren van de Bredase firma Monoliet vervangen moesten worden wegens doorgeroeste bewapening. De schade bedroeg destijds zo'n vijftig tot zeventig miljoen gulden.

Hoewel de minister na de Monoliet-affaire in 1974 een verbod instelde op het gebruik van calciumchloride, ging Kwaaitaal nog een kleine tien jaar door met mengen van chloride door de betonspecie, zegt oud-werknemer D. Boonstoppel. “De vraag was enorm. Overal werden in de jaren zeventig huizen gebouwd. En de geprefabriceerde vloeren waren stukken goedkoper.” Volgens Boonstoppel “ging het calcium met scheppen tegelijk door het betonmengsel.”

Naar aanleiding van de nieuwe gevallen in Culemborg drong het CDA in de Tweede Kamer aan op een onderzoek naar de omvang van het betonrotprobleem. De partij wil weten of het kabinet gedupeerde huiseigenaren financieel tegemoet wil komen. De schade loopt naar schatting in de honderden miljoenen guldens. Omdat de beide firma's begin jaren tachtig failliet gingen, kan dat niet meer verhaald worden op de fabrikant.

Volgens Gelhard was de schade geringer geweest als begin jaren tachtig alerter was gereageerd. In veel plaatsen is destijds onderzoek gedaan, maar is verzuimd om huiseigenaren op de hoogte te stellen van de risico's van betonrot. “Ook de bouwwereld heeft de problemen lang stilgehouden. Betonrot was geen goede reclame”, zegt Gelhard.

Na de ontdekking van betonrot in februari vorig jaar is Nieuwegein de probleemvloeren gaan inventariseren. Maar de vereniging van gedupeerde woningbezitters eist ook per woning een uitgebreid onderzoek naar de schade en de kosten van herstel. Volgens mr. C. van Schaik, raadsman van de VHBN, is Nieuwegein op grond van de Woningwet zelfs verplicht om de staat van de huizen te onderzoeken. Hij heeft deze claim inmiddels voorgelegd aan de rechter.

Nieuwegein voelt evenwel niets voor zo'n onderzoek. Wethouder C. de Bruin (Volkshuisvesting) is bang dat de bewoners Nieuwegein aansprakelijk willen stellen voor de geleden schade. “Het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de huiseigenaar. Als Nieuwegein de schade moet vergoeden, gaan wij ook failliet.”

    • Job van de Sande