'Ik wil de echte dingen laten zien'; Kunstenaar Jeroen Kooijmans over zijn 'videoschilderijen'

Video-kunstenaar Jeroen Kooijmans won dit jaar de NPS-cultuurprijs met zijn 'videograffiti'. Daarbij projecteert hij videobeelden van dansende mensen op muren en voorbijgangers. “Mijn ideeën zijn vaak heel eenvoudig, maar met de uitwerking ben ik eindeloos bezig.”

De tentoonstelling 'Solo' van Jeroen Kooijmans is van 20 juni t/m 18 juli te zien in MonteVideo/TBA, Keizersgracht 264, Amsterdam. Di. t/m za. 13-18 uur.

AMSTERDAM, 18 JUNI. De concurrentie bestond uit drieëntwintig jonge Nederlandse kunstenaars, waaronder een acteur, een vormgever, een fotograaf, een schrijver en een danser, maar het was videokunstenaar Jeroen Kooijmans (1967) die er enkele weken geleden met de NPS Cultuurprijs, groot 25.000 gulden, vandoor ging. De jury koos hem als winnaar omdat hij met zijn 'videograffiti' “een uitgeholde en over het algemeen doodsaaie kunstvorm een vernieuwende en persoonlijke impuls weet te geven.” In het media-instituut MonteVideo/TBA in Amsterdam, waar Kooijmans een solotentoonstelling heeft ingericht, kan het publiek kennismaken met zijn intrigerende en poëtische video's.Videograffiti zal de bezoeker in MonteVideo niet aantreffen, want dat is een door Kooijmans uitgevonden kunstvorm die onaangekondigd, in de buitenlucht en bij voorkeur 's avonds plaatsvindt. In de televisieuitzending van de NPS Cultuurprijs was te zien hoe dat in zijn werk gaat. De kunstenaar reed in een auto door nachtelijk Amsterdam en projecteerde met een sterke videobeam beelden van een in het wit geklede, dansende man op de muren van huizen en op de jassen van verbijsterde voorbijgangers. Vorig jaar bescheen Kooijmans met zijn projector vanuit een perronhuisje de voorbijrazende treinen tijdens de tentoonstelling Off the road in Kopenhagen. Als een spookverschijning doemde steeds een groepje dansende vrouwen op, om vervolgens - als de trein langsgereden was - weer in de duisternis te verdwijnen. Hand in hand dansend deden de feeërieke figuurtjes uit de videograffiti Train Dance denken aan de dansers op het beroemde schilderij van Matisse.

Kooijmans richtte zich tijdens zijn opleiding aan de Rietveld Academie in eerste instantie op het schilderen, maar verruilde in het derde jaar zijn penselen voor een videocamera. Uit de manier waarop hij in zijn filmpjes omgaat met compositie en kleur, blijkt dat zijn schilderkunstige achtergrond nog steeds een belangrijke rol speelt. In Kooijmans' eerste video Werk bijvoorbeeld, die inmiddels door het Stedelijk Museum Amsterdam is aangekocht, filmde hij van bovenaf drie identiek geklede mannen in witte overalls. Zij scheppen steeds gelijktijdig een schepje zand van een berg en gooien die op een volgende berg. Terwijl de camera bij iedere beweging een slag wordt gedraaid, herhalen de werkers hun handeling en zorgen zo dat de zandhopen nooit uitgeput raken. “Mijn filmpjes zijn eigenlijk een soort videoschilderijen”, meent Kooijmans. “Daarom hebben mijn eerste werken geen geluid en zijn mijn video's doorlopend, zonder begin of einde. Bij Werk is de kleur van het zand heel belangrijk, de bergjes zijn geel en de grond is bruin. Ik let ontzettend op dat soort details. Mijn ideeën zijn vaak heel eenvoudig, maar met de uitwerking ben ik eindeloos bezig. Ik vind het belangrijk dat mijn filmpjes duidelijk zijn en voor iedereen te snappen. De toeschouwers kunnen er, zonder dat ik ze een verhaal vertel toch hun eigen ideeën bij verzinnen.”

Voor zijn eindexamenwerk Flat filmde Kooijmans wekenlang de bewoners van het flatgebouw aan de overkant van zijn straat. De installatie bestaat uit ruim twintig monitoren, die opgestapeld een heuse flat vormen. Sommige beeldschermen zijn zwart, alsof de bewoners niet thuis zijn, andere tonen verlichte woonkamers met daarin mensen die televisie kijken, een boek lezen of een sigaret roken. De activiteit beperkt zich tot iemand die door de kamer loopt, gordijnen die worden gesloten of het licht dat uitfloept. “Omdat ik elke avond hun handelingen volgde, had ik het gevoel alle bewoners echt te kennen”, vertelt Kooijmans. “Zo was er een man die iedere avond voor de televisie hing en altijd twee keer op een avond naar de koelkast liep om een pilsje te pakken. Op een gegeven moment zag ik dat hij heel onrustig door zijn kamer liep en wist ik dat er iets aan de hand was. Toen bleek dat er een vriendinnetje op bezoek kwam. Af en toe voelde ik mij wel een voyeur, maar ik wilde dat mijn film de werkelijkheid zo dicht mogelijk benaderde. Je zou zoiets nooit kunnen naspelen, want de meeste handelingen zijn zo logisch dat je ze zelf niet bedenken kunt.”

Om dezelfde reden (“de echte dingen te laten zien”) filmde Jeroen Kooijmans voor zijn werk Petrol Station in het geheim automobilisten die op weg zijn naar hun werk. Verstopt onder een deken liet hij zich rondrijden op de autowegen rond Amsterdam en legde hij het gedrag van de andere weggebruikers vast. Telefonerend, neuspeuterend of rokend zitten ze achter het stuur, wachtend tot de file weer is opgelost. Kooijmans: “Door de mensen te filmen wanneer ze zich onbespied wanen, krijg je hele maffe maar bruikbare beelden. Ik presenteer de videobeelden in de vorm van een benzinepomp, met het geluid van de radio op de achtergrond, omdat veel mensen daarnaar luisteren in de auto. Zo blijft het werk bovendien actueel.”

Kooijmans' grootste kracht is zijn vindingrijkheid: “Mijn beste ideeën krijg ik wanneer ik op reis ben. Dan hoef ik nergens aan te denken en kan ik mijn hoofd leegmaken. Het liefst ga ik naar werelden die ik niet ken, zoals India of Afrika. Maar ook dichter bij huis liggen de ideeën voor het oprapen. Even buiten Amsterdam staat een grote fabriek waar altijd dikke rookwolken uit de pijp komen. Een jaar lang heb ik daar staan filmen, steeds vanuit een andere positie, zonder dat ik wist wat ik met het materiaal aanmoest. Naar mijn idee maakte die schoorsteen de wolken. Toen bedacht ik mij ineens dat het ook mooi zou zijn als de schoorsteen de wolken op zou kunnen zuigen, om zo een onbewolkt Nederland te creëren. Dat idee resulteerde in de video Wolkenfabriek. Alhoewel ik in de tijd dat ik die pijp dagelijks filmde wel eens dacht dat ik niet goed wijs was, wist ik dat er op een dag iets uit voort zou komen. Het heeft iets van zaaien en oogsten, soms moet er een winter overheen voordat je resultaat ziet.”