Hiddink, Kalff en Adidas

Een glazen deur. Een muur van beton. Een rode waas. Het zit Nederlanders deze maand niet mee als ze met België te maken krijgen.

Eerst mislukte de poging van ABN Amro om de Generale Bank over te nemen, en daarna volgde de teleurstellende afloop van de wedstrijd van Oranje tegen de Rode Duivels. De Nederlandse bankiers dachten dat ze een Belgische bank konden kopen en ze stootten hun neus tegen een glazen deur. De voetballers van Oranje stuitten fysiek op de muur van beton van de Belgische verdediging en ze bleven steken in een gelijkspel, waarbij een speler ook nog een rode kaart opliep. In alle gevallen bleef een gevoel van verongelijktheid hangen.

Is het een overschatting van de eigen kracht of een onderschatting van de tegenstander?

Guus Hiddink, de trainer van het Nederlands elftal, is een nuchtere man. Hij weet als geen ander dat de wedstrijd pas voorbij is als die is afgelopen. De overspannen verwachtingen leefden vooral bij de supporters, opgenaaid door weken van Oranje-gekte nog voordat er een bal getrapt was. Als je honderden guldens betaald hebt voor een kaartje op de zwarte markt omdat de Franse organisatoren daaraan de kaartdistributie hebben uitbesteed, wil je natuurlijk ook resultaten zien.

Het Belgische voetbalelftal bleek een taaie tegenstander, het Belgische financiële establishment ook. Jan Kalff had dat kunnen weten. Toen een van zijn voorgangers, Roelof Nelissen, aan het hoofd stond van de Amrobank, probeerde hij eind jaren tachtig de Generale Bank over te nemen. Het avontuur mislukte omdat de lunch-culturen van Belgische oesters en Nederlandse broodjes met kaas een onoverbrugbare kloof bleken te vormen en omdat de Nederlandse en Franstalige Belgische bankiers geen gemeenschappelijke taal spraken om met elkaar te communiceren.

Misschien heeft men in Amsterdam gedacht: de Generale en de Nederlandsche Handel Maatschappij, een voorloper van ABN Amro, zijn beide opgericht door koopman-koning Willem I. Dat geeft een historische band die de upstarts van Fortis moeten ontberen. Bovendien heeft ABN Amro ruime ervaring met internationale overnemingen. In de Verenigde Staten is het de grootste buitenlandse bank, vanuit het regionale hoofdkwartier in Chicago beheerst ABN Amro een groot deel van de markt in het midden-westen. Ook in de Londense City staat ABN Amro, na de overname van Hoare Govett en samenwerking met Rothschild, sterk.

Maar de Angelsaksische financiële cultuur is een heel andere dan die van het Europese continent - zeker van België. Een overname is niet gewonnen met een hoger bod. En zelfs niet met de steun van de vakbeweging of het management. In twee recente gevallen, zowel in Frankrijk (de privatisering van de staatsbank CIC) als in België (de Generale) steunden die het bod van ABN Amro. Maar de markttransparantie werd doorkruist door andere belangen.

De directie van de Generale heeft de consequenties uit haar steun aan het ABN Amro-bod getrokken en is afgetreden nu Fortis de overnameslag heeft gewonnen. Bij ABN Amro hebben zich geen personele wijzigingen in de top voorgedaan. Toch is daar - het kan moeilijk anders worden genoemd - een cultuur-sociologische inschattingsfout gemaakt. Want dat de traditionele (Waalse) Belgische haute finance, nauw verbonden met de politiek en zelfs het koningshuis, anders opereert dan een Amerikaanse investmentbank is duidelijk. De machten achter de Generale wilden de Belgische invloed behouden. Dat zou beter lukken bij de overname door Fortis, de bankverzekeraar die aantoont dat Belgisch-Nederlandse samenwerking wel degelijk succesvol kan zijn.

Was ABN Amro misschien onvoorbereid op de Belgische markt afgestapt, dat kan niet gezegd worden van het Nederlandse elftal in de eerste WK-wedstrijd. Nederland waande zich al in de finale. Geen wonder dat de Belgen in het Café de la Gare, diep in de Belgische Ardennen waar ik de wedstrijd toevallig zag, na afloop uitermate tevreden waren. Ze vierden het gelijkspel als een overwinning. Een van de Belgische spelers was er ook nog in geslaagd om Kluivert tot een rode kaart te provoceren.

Een agressieve kop van Kluivert hing de afgelopen weken in een levensgrote reclame van Adidas in Nederlandse bushokjes met als tekst: Saturday, the 13th, unlucky for some. Like Belgians.

Het was misschien grappig bedoeld, maar gezien het privé-verleden van de afgebeelde speler was dit op zichzelf al een buitengewoon onsmakelijk gezicht. Het werd na de rode kaart alleen maar pijnlijker en het verbazingwekkende was dat deze posters drie dagen later nog steeds in de bushokjes hingen, nu vaak van grievende graffiti voorzien. Het reclamebureau dat deze campagne voor Adidas heeft uitgevoerd, had die ergernis natuurlijk kunnen zien aankomen en dat men dat niet heeft gedaan, mag als een uiting van arrogante zelfoverschatting worden gekwalificeerd.

In de financiële wereld en in de reclame gelden andere spelregels dan op het voetbalveld. Maar voetballen is in veel opzichten een metafoor voor de samenleving. Vandaar dat het WK zo'n uitzinnige aandacht krijgt. En niet alleen in de wedstrijd op het veld blijft het tot het laatst spannend wie wint.