Het dorpsleven verstoord

De komst van een asielzoekerscentrum in Strijen ging met veel tumult gepaard. Net als elders. Niet dat asielzoekers overlast veroorzaken, “maar ze kijken op een bepaalde manier”.

ZIJN OUDSTE ZOON PEPIJN werd mishandeld. Andere kinderen trokken hem uit de bus, sneden zijn schooltas aan stukken, schopten en sloegen hem. Zijn vader, PvdA-wethouder in het Zuid-Hollandse dorp Strijen, was immers vóór de komst van een centrum voor asielzoekers.

Het asielzoekerscentrum (AZC) is er gekomen. Het ligt op een industrieterrein buiten Strijen, aan het oog onttrokken door een hoge aarden wal. Pepijn wordt tegenwoordig 'slechts' uitgescholden. “Teringlijer, door jouw vaders schuld zijn die buitenlanders hier.” Verder wordt het gezin Van der Kellen met rust gelaten.

De bedreigingen begonnen in de zomer van 1994. De bevolking van Strijen had in maart een nieuwe gemeenteraad gekozen. Hans van der Kellen, directeur van een lokale basisschool, had net plaats genomen in het kersverse college van burgemeester en wethouders. Hij werd onder meer belast met 'asielzoekers'. Dat was een relatief rustige portefeuille; er woonden twaalf vluchtelingen in het dorp.

Die rust duurde niet lang. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) was dringend op zoek naar opvangruimte en de organisatie had haar oog laten vallen op het dorp Strijen met ruim 8.000 inwoners. Hier, zo liet men weten, moest een centrum voor 600 asielzoekers komen.

Het gemeentebestuur wees de komst van zo'n centrum niet af. Van der Kellen: “We wilden onze verantwoordelijkheid nemen.” Een voorlichtingsavond in de plaatselijke sporthal volgde. “Een ramp”, herinnert de oud-wethouder zich. Het gemeentebestuur werd overschreeuwd door honderden Strijenaren. Zeshonderd asielzoekers, hoe haalden ze het in hun hoofd!

Diezelfde nacht begonnen de bedreigingen, om de tien minuten ging de telefoon. Eerst bleef het stil, angstwekkend stil. Later zei iemand hun huis in brand te zullen steken. “Die telefoontjes pleegden een ware aanslag op ons gezinsleven”, zegt mevrouw Van der Kellen nu. Het gezin wilde niet de stekker eruit trekken - Hans' vader was ernstig ziek en een verpleegster van het ziekenhuis mocht eens bellen.

“Kwamen we 's avonds thuis, dan hoopten we dat ons huis er nog stond”, weet mevrouw Van der Kellen. En na afloop van diverse voorlichtingsavonden werd het echtpaar onder politiebegeleiding naar huis gebracht. “Ja, ik wilde wel verhuizen. Naar Timbuktu of zo.” Maar haar man wilde niet wijken onder de druk van dreigementen.

De komst van een asielzoekerscentrum gaat vaak gepaard met tumult. De voormalige wethouder van Strijen kan erover mee praten, evenals zijn collega's in Overdinkel en Ouderkerk aan den IJssel. Zij werden in dezelfde periode ook bedreigd. De tegenstanders hadden zich evenwel de moeite kunnen besparen; slechts een zeer klein aantal gemeenten wist de afgelopen tien jaar een centrum buiten zijn grenzen te houden. Daarvoor is het probleem te omvangrijk - en de politieke druk uit Den Haag te groot.

“Wij roeien tegen de stroom in”, zegt Frans van der Grinten, adjunct-directeur opvang Zuid-Nederland van het COA, met zichtbaar genoegen. De afgelopen tien jaar richtte zijn organisatie zo'n honderd centra in. Stuitte ze op tegenstand, dan werden de burgemeesters soms door een minister of staatssecretaris zelf opgebeld of zelfs bij de premier in het Torentje geroepen.

Begin dit jaar liep de opvang weer spaak. Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht bleek een aantal gemeenten zijn vingers niet te willen branden aan een asielzoekerscentrum. Daarop belde staatssecretaris Schmitz (Justitie) zelf met burgemeesters en stuurde ze uiteindelijk de oud-commissaris van de koningin in Gelderland, Jan Terlouw, erop uit. Hij sprokkelde 1.100 plaatsen bij elkaar.

De medewerking van gemeenten is van groot belang. In theorie heeft het COA verregaande bevoegdheden, in de praktijk begint het weinig zonder instemming van de gemeenteraad. “Soms staan ruzies in de raad de vestiging van een AZC in de weg”, zegt Van der Grinten. “In de trant van: stem jij voor, dan stem ik tegen.”

Speelt de politieke kleur een rol? Nee, meent de adjunct-directeur. “Er is geen peil op te trekken. Een VVD-raadslid kan helemaal voor zijn, terwijl een PvdA'er of een SP'er in de vox populi het hoogste goed ziet.” En die vox populi wil zich nog wel eens tegen asielzoekers keren.

Waar komt die felheid aan protesten vandaan? In Strijen heeft men verschillende verklaringen. Oud-wethouder Van der Kellen wijst naar de Strijense bevolking van buitenaf, de zogenoemde import. “Zij was een stad als Rotterdam wegens de criminaliteit en de buitenlanders ontvlucht. Deze mensen wilden koste wat het kost aan het dorpsleven vasthouden.”

Dominee J. van Doorn wijst op de geslotenheid van de Strijense gemeenschap. De dominee sprak zich tijdens een kerkdienst uit vóór de komst van het centrum. Hij moest dat bekopen met bedreigingen aan het adres van zijn gezin, evenals het gezin van de toenmalige wethouder. Van Doorn: “Strijen is goed en daar moet alles voor wijken. In die eenheidsgedachte past geen Somalische asielzoeker.”

Daarnaast zou het dorp, evenals vele andere plattelandsgemeenten, een afkeer van landelijke en lokale overheid hebben - 'ze' willen alleen je zuurverdiende centen hebben! Was dit niet een 'mooie' gelegenheid om diezelfde overheid een voet dwars te zetten? Ook speelde angst voor het onbekende een rol, denkt dominee Van Doorn. Sommige mensen zeiden hardop dat asielzoekers inbreken, fietsen stelen en met hun islamitisch geloof het dorpsleven zouden beïnvloeden. De Strijenaren werden daar bang voor.” Tot op vandaag zijn de contacten tussen de inwoners van het dorp en de asielzoekers schaars, meent Van der Kellen. “Kinderen van het centrum liepen laatst mee in een lampionnenoptocht en ze voetballen bij de plaatselijke club, dat is het wel.”

De ex-wethouder noemt het een “brandhaard van verzet”: het winkeltje De Kolenkit van mevrouw Overkamp. De deurbel klingelt en klanten stappen over haar snurkende hond op de deurmat. In het voorste deel verkoopt Overkamp handwerkspullen, in het achterste deel vermaakt ze kleren. Tussendoor knipt ze allerlei krantenberichten over asielzoekers uit die ze boven de strijkplank in haar winkeltje ophangt. “Kijk”, zegt ze, wijzend naar een foto van een protestbijeenkomst. “Daar zit ik vooraan.”

Nee, ze heeft geen “echte overlast” van de asielzoekers. Maar, hoe moet ze het zeggen? “Ze kijken op een bepaalde manier. U weet wel. Vooral Afghaanse jongemannen kijken zo naar Hollandse vrouwen.” Soms helpt ze in de rijwielhandel van haar zoon, aan de overkant van de straat. Dan willen sommige asielzoekers volgens haar alleen door haar zoon worden geholpen. “Donder maar op, zeg ik dan. Wat verbeeld je je wel?”

Overkamp heeft geen spijt van het door haar georganiseerde verzet tegen het centrum. “Maar ik sta niet achter de dreigementen.” Ze is nog altijd een geducht tegenstander van het centrum, dat even buiten Strijen ligt. Ze wist onlangs een uitbreiding met vijftig asielzoekers tegen te houden en wijst een verlenging van het vijfjarig contract van de hand. “In 2001 is Strijen vijf jaar tolerant geweest. Dan is het wel mooi genoeg geweest.”

Strijen kreeg - mede door het harde protest waartoe mevrouw Overkamp had opgeroepen - geen 600 maar 250 asielzoekers binnen zijn grenzen. Voormalig wethouder Van der Kellen heeft daar vandaag de dag nog “de damp” over in. “Het ideale centrum zou 600 asielzoekers herbergen. Het college hikte erg tegen zo'n groot aantal aan, maar stak zijn nek ervoor uit. Na de protesten bleken 250 asielzoekers ook ineens heel goed te kunnen. Toen voelden we ons wel belazerd.”

De controverse over het AZC liep voor de PvdA slecht af. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart ging de partij van vier naar twee zetels. Van der Kellen is wethouder af. Zelf wijt de PvdA haar verlies aan de komst van het AZC en de omstreden bouw van een nieuw gemeentehuis, waar de sociaal-democraten ook voorstander van waren. Veel stemmen zijn naar een nieuwe lokale partij gegaan, Strijens Belang. Daarin hebben zich de tegenstanders van het eerste uur verzameld.

Voor de andere partij in het college, de VVD, liep het anders. Zij behield haar drie zetels; het raadslid Tuynman die uiteindelijk tegen het AZC stemde, kreeg, vindt Van der Kellen, opmerkelijk veel voorkeursstemmen. “Men zei: heeft er toch nog iemand naar de bevolking geluisterd”, zegt hij enigszins smalend.

Van der Kellen heeft desondanks geen spijt van het besluit over het asielzoekerscentrum. Maar als de overeenkomst met het COA in 2001 is afgelopen, moet het contract niet worden verlengd. “We hebben genoeg onze nek uitgestoken”, aldus Van der Kellen. “We doen politiek erbij, omdat we aardige dingen voor het dorp willen doen. En dan krijgen we dit voor onze kiezen. In Den Haag houdt men nauwelijks rekening met de gevolgen; voor mensen die het besluit moeten nemen en voor het dorp zelf. Er is tweedeling ontstaan in Strijen. Nee, eigenlijk gaat dit probleem ons boven de pet.”

    • Yaël Vinckx