Gods ballenjongen

Ook de EO kan niet van het WK voetbal afblijven.

Begrijpelijk, want de kijkcijfers stijgen op zulke dagen naar waanzinnige hoogten. Waar het Nederlandse volk de tijd vandaan haalt, mag joost weten, maar feit is dat bijvoorbeeld afgelopen maandagmiddag zo'n anderhalf tot twee miljoen mensen rechtstreeks naar Engeland-Tunesië en Roemenië-Colombia zaten te kijken.

Twee miljoen mensen: zoveel bejaardenhuizen hebben we toch ook weer niet in Nederland?

Daar wilde de EO ook wel een graantje van meepikken, en dus verblijdt deze omroep ons deze dagen met de serie WK-Portret, die interviews bevat met buitenlandse voetbalsterren.

Het basisidee is aardig. In de maanden vóór het WK is de EO op bezoek gegaan bij een aantal voetbalsterren, te weten Taffarel (Brazilië), Lassiter (Amerika), Bierhoff (Duitsland), Oliseh (Nigeria) en Tchoutang (Kameroen). Die jongens waren toen nog goed benaderbaar en namen uitgebreid de tijd voor een vraaggesprek. Zelfs de beroemde Bierhoff - de nieuwe Gerd Müller - trok er na enige aandrang een half uur voor uit. Daar zouden nu heel wat voetbalverslaggevers bij het WK een moord voor doen.

Je moet bij deze aanpak als omroep wel enig geluk hebben, en dat had de EO niet in alle gevallen, want Lassiter en Tchoutang zijn kennelijk in de voorbereiding afgevallen: ze komen niet voor op de definitieve deelnemerslijsten.

De EO stuurde als interviewer ene Marc Dik op reis, op het eerste gezicht een vlotte, sympathieke verschijning ('met een goede mond met tanden', zei mijn oma er dan altijd bij). Dik doet zich aanvankelijk voor als de geïnteresseerde voetballeek die vol bewondering zijn idolen bezoekt. In het geval van Taffarel mocht hij zelfs mee naar diens huis, waar ook nog een papegaai bleek te zijn die even spraakzaam was als Taffarels vrouw.

Maar de EO zal altijd de EO blijven, zodat niemand vreemd moet opkijken als na verloop van tijd opeens Onze Lieve Heer uit de mouw van de interviewer glijdt. Ook Marc Dik blijkt uiteindelijk toch gewoon Andries Knevel in voetbalbroek te zijn.

Beetje jammer.

Je zou zo graag wat meer van zo'n Taffarel te weten komen. Het leek mij een zwaar gefrustreerde man, omdat hij in eigen land niet voor vol wordt aangezien. Men noemt hem als keeper een franguero, een kippenvanger, ook al bezorgde hij Brazilië bij de vorige WK de wereldtitel door de beslissende strafschop van de Italiaan Baggio te stoppen. “Keepen kan hij niet”, zei een Braziliaanse supporter kortaf.

Een goede interviewer zou wat dieper in de psyche van die arme Taffarel zijn gedoken, maar Dik trok zijn geheime agenda en introduceerde halverwege het gesprek de Heere Heere. Hoe zat het met Zijn invloed? “Hij zegent, maar hij speelt niet mee”, zei Taffarel zonder te verblikken of te verblozen. “God wist dat we wilden winnen, omdat we dan beter van Gods liefde zouden spreken.”

Wég interview. Want op de velden van de devotie groeit geen voetbalgras. Je kunt niet én de ballenjongen van God zijn én een goede sportinterviewer. Je moet kiezen.

Nu vingen we alleen glimpen op van prachtige levensverhalen áchter de voetballer, maar verder kwamen we niet. Lassiter bleek bij een voetbalbezoek aan Costa Rica met enkele collega's een inbraak te hebben gepleegd. “Ik heb niks gestolen, maar ik stond er wel bij.” Hij was betrapt en bestraft en had zich daarna in de armen van God gestort. Bij de EO is daarmee de nieuwsgierigheid bevredigd.

Oliver Bierhoff vertelde dat hij na vier mislukte jaren in de Bundesliga had willen stoppen met voetbal. Nu is hij een van de best betaalde spitsen ter wereld. Vertel verder, Oliver! Maar nee. “Mijn geloof is intenser geworden”, zei Oliver, “ik bid elke avond.”

Andries Knevel zag dat het goed was en streek zijn voetbalbroekje glad.

    • Frits Abrahams