Geen sloeber

B Leeftijd: 33 Land: Irak Plaats: Basrah In Nederland sinds januari 1998

“Ik leidde vroeger een vrolijk leven. Ik had een eigen kapperszaak. Ik kende veel mensen, en we kletsten de hele dag door. Ik was ook rijk. In 1987 werd mijn broer opgehangen, omdat hij tegen het regime was. Mijn andere broer vluchtte via Saoedi-Arabië naar de Verenigde Staten, en ik bleef bij mijn familie. Mijn vader was ongeneeslijk ziek. Later ben ik opgepakt. “Ik heb twee jaar in de gevangenis gezeten. Ik werd er verschrikkelijk behandeld. Toen ik ernstig ziek werd, stuurden ze me naar het ziekenhuis. Van daaruit ben ik ontsnapt. Eerst naar Bagdad, en met hulp van vrienden ben ik naar Jordanië gegaan. Daar heb ik van 1993 tot 1997 onder valse naam geleefd. Ik leefde voortdurend in angst. Als ze me pakten, zou ik zeker naar Irak worden teruggestuurd. Met hulp van mijn broer uit Amerika kon ik uiteindelijk 4.000 dollar betalen aan een organisatie die me via Turkije met een vrachtwagen naar Europa smokkelde. In Amsterdam werd ik uit de auto gezet. “Het is voor mij nu een hele moeilijke tijd, vol onzekerheid: mag ik blijven of niet. In de supermarkt voel ik dat mensen me in de gaten houden, omdat ze bang zijn dat ik zal stelen. Ik wil graag wat zeggen tegen de mensen: ik ben geen arme sloeber die op Nederland is afgekomen wegens het gratis eten. Ik moest vluchten, omdat ik anders zeker vermoord zou zijn. Ik ben geen dief. “Met andere vluchtelingen maken we plannen om later in Nederland in zaken te gaan. We willen misschien een krant in het Arabisch opzetten. Ik kan natuurlijk altijd weer kapper worden. Ik hoor dat je daar goed mee kunt verdienen in Nederland.”

    • Annet van Eenennaam