Europarlement geschokt door kritiek leiders EU

BRUSSEL, 18 JUNI. In het Europees Parlement is grote opschudding ontstaan naar aanleiding van kritiek van de staats- en regeringsleiders van de Europese Unie. De Europese regeringsleiders zijn verontrust over het slechte imago van de Europarlementariërs.

Zij vrezen dat als er niet snel radicale veranderingen komen, nog minder burgers voor de Europese verkiezingen naar de stembus zullen gaan dan in 1994 het geval was. Toen werden onder anderen in Nederland en Duitsland historische dieptepunten geregisteerd met opkomstpercentages van respectievelijk ruim 35,6 procent en 58 procent.

De staats- en regeringsleiders van de EU hebben tijdens de top van Cardiff begin deze week de voorzitter van het Europees Parlement, de Spanjaard Gil-Robles, hard toegesproken. Ze hebben hem aangespoord voor het einde van dit jaar een nieuwe onkosten- en inkomensregeling voor de parlementariërs te presenteren. Ze willen dat Europarlementariërs werkelijke onkosten declareren en geen vergoedingen krijgen waaraan zij - zoals nu - dikwijls verdienen.

Binnen het Europees Parlement is slechts een minderheid bezorgd over de geloofwaardigheid van de instelling. Het Bureau, zoals het presidium van het Europees Parlement wordt genoemd, heeft tot nu toe op kritiek gereageerd door slechts beperkte maatregelen te nemen en vooral de pers te bekritiseren. De Europarlementariërs moeten sinds vorig jaar instapkaarten overleggen om vliegreizen te kunnen declareren. Maar tegelijkertijd is onder andere de riante autokostenvergoeding gehandhaafd.

Verandering van de onkostenvergoeding voor Europarlementariërs, waarop al jaren aangedrongen wordt door de Groenen en de Liberalen, stuit tot nu toe vooral op verzet van parlementsleden met lage inkomens. Europarlementariërs ontvangen hetzelfde inkomen als parlementariërs in hun land van herkomst. Dat heeft tot gevolg van een Italiaanse Europarlementariër 3,5 keer meer verdient dan een Portugees. Voor parlementariërs met een laag inkomen is een aanvulling door middel van onkostenvergoedingen van groot belang.

Gil-Robles, de voorzitter van het Europees Parlement, vindt dat alle Europarlementariërs een gelijk inkomen moeten hebben. Hij gaat er echter vanuit dat er geen parlementariërs zijn die er op achteruit willen gaan. Daarom wil het Bureau van het parlement een inkomen voorstellen van tussen de 20.000 en 26.000 gulden per maand. Nederlandse Europarlementariërs van CDA en VVD vinden dat teveel. Over zo'n eenheidssalaris voor Europarlementariërs moeten uiteindelijk de Europese ministers van Buitenlandse Zaken of de Europese regeringsleiders beslissen. Die zitten met het probleem dat hun nationale parlementariërs niet gemakkelijk zullen aanvaarden dat hun collega's in het Europees Parlement meer verdienen dan zij, of dat bij andere Europarlementariërs het slikken om minder te verdienen dan hun nationale collega's.