Een oceaan koelt niet vanzelf weer af

Opwarming

Ook de Zuidpool smelt. Onomkeerbaar. Beïnvloedt dat klimaatbeleid? „De urgentie was al heel hoog.”

IJsberg in de Andvordbaai, Antarctica. Foto Alexandre Meneghini/Reuters

Antarctica heeft jarenlang de klimaatverandering getrotseerd. Terwijl de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt, er in het Noordpoolgebied en op Groenland verontrustende signalen zijn over rap smeltend ijs, gletsjers zich bijna overal op de wereld terugtrekken en de atmosfeer onrustiger wordt – ook boven Nederland, zoals we de afgelopen maanden hebben gemerkt –, ontsnapt het koudste continent aan de opwarming. Althans, zo leek het.

Breed onderzoek dat deze week werd gepubliceerd in het tijdschrift Nature maakt een einde aan het idee dat Antarctica nauwelijks last heeft van het veranderende klimaat. Op basis van satellietmetingen laten de onderzoekers zien dat op het westelijk deel van het Zuidpoolgebied het ijs wel degelijk smelt. Ook blijkt dat het smelten de laatste vijf jaar met meer vaart gebeurt dan daarvoor.

„Je kunt er nu niet meer omheen”, zegt Michiel van den Broeke vanuit Davos, waar hij deelneemt aan een wetenschappelijk congres. Van den Broeke, hoogleraar polaire meteorologie aan de Universiteit Utrecht, is een van auteurs van het onderzoek. Hij voegt er wel meteen aan toe: „De onzekerheden zijn na dit onderzoek nog net zo groot.”

Lees ook: Het ijs op Antarctica smelt steeds sneller

We weten nu dat de zuidelijke oceaan opwarmt. Maar hoe warm gaat die worden? Hoe snel zal dat gaan? Hoe zal die enorme ijsmassa daarop reageren? Het zijn vragen waar we nog geen antwoord op hebben. Dat betekent echter niet dat we rustig achterover kunnen leunen tot die antwoorden er zijn, zegt Van den Broeke. Hij vermoedt dat we rond 2030 met meer zekerheid kunnen spreken over wat er bij Antarctica gebeurt. Maar daar kunnen we volgens hem niet op wachten.

„De balans is verstoord geraakt. En een warmere oceaan koelt niet zomaar weer af”, aldus Van den Broeke. „Dat proces is quasi-onomkeerbaar. Wat je moet proberen is dat zo veel mogelijk afremmen.” En dat doe je door de uitstoot van broeikasgassen, die medeverantwoordelijk zijn voor de opwarming, terug te dringen. Het wetenschappelijk klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC) roept dat volgens hem al sinds de jaren negentig.

Anderhalve graad

De Antarctica-publicatie komt op een gevoelig moment. Het IPCC werkt, op verzoek van de klimaatonderhandelaars bij de VN die in 2015 in Parijs het huidige klimaatakkoord sloten, aan een speciaal tussenrapport over wat er nodig is om de temperatuurstijging wereldwijd te beperken tot anderhalve graad Celsius (nu is de stijging ten opzichte van het begin van de industriële revolutie ongeveer één graad Celsius). Dat rapport wordt in oktober gepubliceerd, maar persbureau Reuters kreeg het bijna definitieve concept in handen en publiceerde daaruit donderdag de conclusies.

Volgens het IPCC is het nog steeds mogelijk om de temperatuurstijging onder de anderhalve graad Celsius te houden. Maar dat vergt een geweldige krachtsinspanning, grote veranderingen in levensstijl, grootschalige bebossing om kooldioxide uit de atmosfeer te halen, een sterk verminderd energieverbruik en een andere inrichting van de economie. En dat alles in ruim twintig jaar. Want als we op de huidige voet doorgaan, wordt die anderhalve graad rond 2040 gepasseerd – met volgens het IPCC grote schade voor de economie.

Lees ook: De 'transportband van de oceaan' hapert door de opwarming van de aarde

Heleen de Coninck, onderzoeker internationaal energie- en klimaatbeleid aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, is een van de auteurs van het IPCC-rapport. Op de inhoud daarvan wil ze niet ingaan voordat de definitieve versie is gepubliceerd. Maar ze kan wel iets zeggen over hoe zij denkt dat het Antarctica-onderzoek zich verhoudt tot het nieuwe IPCC-rapport. Het is een mooi onderzoek, vindt ze, maar voor het klimaatbeleid zal het volgens haar geen merkbare gevolgen hebben. Het is méér bewijs dat we snel moeten handelen, zegt ze in een telefoongesprek. „De urgentie was al heel hoog.”

Bij het IPCC verschuift het zwaartepunt in de aandacht van de klimaatfysica naar het beoordelen van de impact van klimaatverandering en wat je daartegen kunt doen. De fysica blijft het fundament, maar sociaal-wetenschappelijke inzichten en economisch onderzoek worden belangrijker. Je hebt ze nodig om de kostbare transformatie uit te voeren met zo min mogelijk schade voor kwetsbare groepen. „Dat levert onderzoeksresultaten op die minder goed in getallen te vatten zijn”, zegt De Coninck.

Extra gevoelig

Dat maakt het nieuwe IPCC-rapport extra gevoelig. Het gaat nu vooral over gedragswetenschap, over wereldbeelden, over sturing van beleid en economie. Dat geeft minder de houvast van getallen, maar het rapport moet klimaatonderhandelaars eind dit jaar wel helpen om het akkoord van Parijs uit te werken en besluiten te nemen over alle extra maatregelen (en dus extra geld) om de doelstellingen te halen.

In het nieuwe IPCC-rapport speelt het Antarctica-onderzoek geen rol, domweg omdat het na de deadline is verschenen. De samenvatting ligt al ter beoordeling bij de ondertekenaars van het klimaatakkoord. Wat De Coninck opvalt is de onomkeerbaarheid van wat zich op Antarctica afspeelt. „Dit toont weer aan dat de zeespiegelstijging nog wel een tijd doorgaat, ook als we nu meteen stoppen met de uitstoot van broeikasgassen. Voor laag-liggende eilanden gaat het dan over de vraag of ze decennia eerder of later onbewoonbaar worden. Dat is de harde, onrechtvaardige conclusie.”

    • Paul Luttikhuis