China als hoeder van stabiliteit

PEKING, 18 JUNI. Vorige week veroorzaakte de Chinese bankgouverneur Dai Xianglong nog een siddering op de Aziatische financiële markten met de suggestie dat de val van de yen de positie van de Chinese yuan op den duur zou ondermijnen. Gisteren toonde hij zich voor een gehoor van Aziatische bankiers in Peking zeer tevreden met de interventie voor de yen. Hij gaf opnieuw de verzekering dat de Chinese munt niet zal worden gedevalueerd. “Het is onnodig dat te doen”, aldus gouverneur Dai Xianglong.

Mede door toedoen van de opmerking vorige week van Dai en een gestage toename van kritische artikelen in de Chinese media, werd alom gevreesd dat China bij een aanhoudende waardevermindering van de yen zelf een devaluatie zou overwegen. China heeft voortdurend volgehouden dat het daartoe geen noodzaak acht en dat het veel waarde hecht aan stabiliteit in de regio. Economen zijn van mening dat een yuan-devaluatie zeer grote gevolgen zal hebben voor de toch al gekwetste regio.

China lijkt de groeiende invloed van zijn economie en speculaties aangaande de voorgenomen devaluatie van zijn munt, steeds meer te gebruiken als een pressiemiddel voor het afdwingen van internationaal respect. Hoewel Peking - met nog een week te gaan tot het bezoek van de Amerikaanse president Bill Clinton - de devaluatie van de yuan zal wensen te voorkomen, lijkt het zich steeds meer bewust van zijn positie. Peking kan voor het tegengaan van een verdieping van de economische crisis in de regio wat terug verlangen, zoals toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie.

Gisteren nog beweerde de Chinese vice-minister van buitenlandse handel, Sun Zhenyu, dat “wanneer de veranderingen in de wisselkoers grote druk uitoefenen op de buitenlandse handel en export, (...) ik bang ben dat we de vraag of we aanpassingen zullen moeten doen, zullen moeten heroverwegen.” Sun gaf daarmee antwoord op de vraag van het Britse persbureau Reuters hoever de yen zou moeten vallen alvorens China zelf een koerscorrectie overweegt.

De vice-minister herriep diezelfe dag nog zijn uitspraak in een artikel op de voorpagina van de China Daily, waarmee vooral werd aangegeven hoe gevoelig de kwestie - wel of niet devalueren - in China ligt en hoezeer China zich bewust is van het feit dat de rest van de regio daar ook zorgen over heeft.

China heeft zich de afgelopen maanden voorgedaan als de hoeder van de regionale economische stabiliteit, waar de regionale economische supermacht Japan het heeft laten afweten. Maar opmerkingen van Chinese politici en berichten in de media, begin deze week, deden voorkomen alsof China bezig was zich op te maken voor een devaluatie van zijn munt.

Buitenlandse economen meenden dat China, op zoek naar een zondebok, zou overwegen de val van de Japanse yen te gebruiken als een excuus te devalueren. Diezelfde economen stelden namelijk vast dat in China geen serieuze aanleiding bestaat te devalueren wegens de val van de yen. Want hoewel sprake is van een daling van de Chinese export, is die vooral te wijten aan de valutacrisis elders in Azië. De export naar Japan daalde over het eerste kwartaal van dit jaar met 3,1 procent, maar die naar Zuid-Korea met bijna een kwart. Bovendien beschikt China over een enorm handelsoverschot. De druk op de Chinese munt lijkt dan ook vooral het gevolg van de zorgelijke condities van de binnenlandse economie - de toenemende werkloosheid, de groeiende verliezen binnen de staatsbedrijven en een zwakke vraag op de binnelandse markt.

    • Floris-Jan van Luyn