Beste cijfers sinds 1981; Minder dan 300.000 werklozen

ROTTERDAM, 18 JUNI. De werkloosheid in Nederland is het afgelopen kwartaal gedaald tot onder de 300.000. Dat is 24 procent minder dan in dezelfde periode vorig jaar. Toen telde Nederland nog 381.000 werkzoekenden, nu 289.000. Iedere maand vinden 7.000 tot 8.000 mensen een baan.

Dat blijkt uit vanmorgen bekendgemaakte cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS plaatst daar wel de kanttekening bij dat de werkloosheid in de maanden maart, april en mei, waar de cijfers op gebaseerd zijn, altijd lager is dan in de rest van het jaar. Gecorrigeerd voor seizoensinvloeden komt het werkloosheidscijfer uit op 294.000.

In 1981 daalde de werkloosheid voor het laatst tot onder de 300.000. Begin 1994 telde Nederland nog een half miljoen werkzoekenden. In vier jaar tijd is de werkloosheid dus met meer dan 40 procent gedaald, van 7,5 procent van de beroepsbevolking in 1994 naar 4,2 procent nu. Dat is een kwart minder dan in dezelfde periode vorig jaar (5,6 procent).

De daling met 7.000 tot 8.000 werkzoekenden per maand is een gemiddelde, berekend over een heel jaar. De laatste maanden daalde de werkloosheid sneller, gemiddelde met 13.000 werkzoekenden per maand.

Aan dit cijfer mogen volgens het CBS overigens geen conclusies verbonden worden, daarvoor beslaat de steekproef een te korte periode. “Dit cijfer valt buiten de nauwkeurigheidsmarge van het onderzoek. Alleen uit grote veranderingen en uit veranderingen die zich gedurende een langere periode voortdurend aftekenen mogen conclusies worden getrokken over de tendens van de werkloosheid.”

De Amsterdamse effectenbank Stroeve schrijft de uitzonderlijk lage werkloosheid toe aan de krapte op de arbeidsmarkt. Wel zijn er grote verschillen tussen de industrie en de zakelijke dienstverlening. De sterke banengroei zit voor een belangrijk deel in de industrie en in segmenten van de zakelijke dienstverlening, zoals de automatiseringssector.

Volgens Stroeve versterkte jarenlange loonmatiging de Nederlandse concurrentiepositie en legde de basis voor de huidige groei van de werkgelegenheid.

De lage werkloosheid en de stormachtige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt baren de effectenbank zorgen. “De kans groeit dat de loonmatiging, de hoeksteen van het Poldermodel, wordt ondermijnd.”

Stroeve waarschuwt voor een overspannen arbeidsmarkt, met looninflatie tot gevolg. In de industriesector zijn loonstijgingen verantwoord, doordat de productiviteit ook groter wordt. De dienstensector, waar de lonen de pan uit rijzen, heeft veel minder productiviteitsgroei, vergeleken met dienstverlenende bedrijven in het buitenland.

Looninflatie kan het einde van de loonmatiging inluiden. Volgens de effectenbank kan dat aanleiding zijn voor “het verval van het huidige economische succes”.