'Alleen krachtig driemanschap kan Indonesië redden'

De Indonesische roepia zakt steeds verder weg. Een economische verklaring is er eigenlijk niet: alle 'slechte nieuws' is al in de koers verdisconteerd. Alleen een politiek krachtig leiderschap kan Indonesië nog redden, meent de econoom Kwik Kian Gie. Habibie moet plaats maken voor een 'driemanschap'.

JAKARTA, 18 JUNI. Gebogen over hun lunch in het Grand Hyatt hotel in Jakarta zochten Hubert Neiss, directeur voor Azië en het gebied van de Grote Oceaan van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en Kwik Kian Gie, gerenommeerd Indonesisch econoom, gisteren naar een economische verklaring voor de aanhoudende val van de Indonesische roepia. “We kwamen er niet uit”, zegt Kwik. “Terwijl alle andere markten en munten in de regio zich herstelden, bleef de roepia dalen. Economisch gezien is dat moeilijk verklaarbaar. De enige reden voor de daling ligt bij de politiek in dit land. Investeerders zien geen licht meer aan het einde van de tunnel in Indonesië.”

Kwik was gisteren door Neiss uitgenodigd voor de lunch naar aanleiding van een column die hij eerder deze week schreef op de voorpagina van de Jakarta Post. De econoom en directeur van het wetenschappelijk bureau van de nationalistisch/christelijke PDI, de partij van Megawati Soekarnoputri, vroeg zich openlijk af wanneer het IMF nu eindelijk eens afkomt met de tweede tranche van het financiële hulppakket ter waarde van 43 miljard dollar. Volgens Kwik dreigt het IMF door de talloze bureaucratische procedures die verbonden zijn aan het vrijgeven van de miljardenhulp, het momentum te verliezen om de Indonesische economie te redden. Bovendien, zo vindt Kwik, pakt het IMF de zaken verkeerd aan in Indonesië en past het instituut zich ten onrechte niet aan aan de steeds verder verslechterende economische situatie in het land.

Gisteren, toen beide heren aan de lunch zaten, daalde de koers van de Indonesische roepia bijna tot een historisch dieptepunt van 17.000 voor één Amerikaanse dollar. “Meneer Neiss erkende dat er geen heldere economische analyse meer mogelijk is voor de roepia. Al het slechte nieuws is in de koers verwerkt, maar toch daalt de munt gewoon door”, vertelt Kwik. “Het IMF weet hoe cruciaal de koers van de roepia is voor zijn hulpprogramma. Desondanks houdt Neiss vast aan datzelfde programma en wil hij geen veranderingen aanbrengen. Dat komt op mij heel tegenstrijdig over.”

Het IMF gaat in zijn hulpprogramma uit van een koers van 6.000 roepia voor één dollar. Vanmorgen schommelde de koers rond 16.000. Een jaar geleden konden Indonesiërs nog een dollar kopen voor slechts 2.400 roepia. Sommige investeerders in het land houden serieus rekening met een verdere daling tot 20.000.

Een dergelijk doemscenario verbaast Kwik Kian Gie niet. De econoom, die in de jaren zestig in Rotterdam studeerde bij prof. Witteveen, en nog steeds zweert bij diens standaardwerk 'Structuur en Conjunctuur', voorspelde maanden geleden al dat Indonesië een volwassen economische crisis te wachten stond. Helaas, zegt hij, krijgt hij gelijk. “Er is sprake van massale kapitaalvlucht. Veel etnische Chinezen vertrekken tijdelijk of voorgoed uit angst voor nieuwe rellen. Ze verkopen alles wat ze hier hebben en wisselen hun roepia's om voor dollars”, legt Kwik uit.

De Indonesische economie verslechtert met de dag. De inflatie op jaarbasis is inmiddels gestegen tot meer dan 100 procent, het aantal werklozen bedraagt ruim 20 miljoen. De daling van de roepia maakt het voor bedrijven en fabrieken steeds duurder grondstoffen te importeren. Tegelijkertijd maakt de absurd hoge rente - de centrale bank heeft de 'korte' rente inmiddels verhoogd tot 58 procent - het voor veel bedrijven vrijwel onmogelijk leningen af te sluiten bij de banken. “Veel fabrieken en bedrijven zijn daarom gedwongen hun deuren te sluiten met als gevolg ontslagen, een groeiend leger werklozen, steeds meer hongerige magen en een steeds grotere kans op nieuwe sociale onrust.”

Wat Indonesië nu nodig heeft, volgens Kwik, is miljarden dollars om de roepia te stabiliseren en het tekort in het regeringsbudget te dekken. Maar Neiss vertelde Kwik gisteren dat dat geen optie is voor het IMF. “Ze vinden het te riskant om in een keer al die miljarden in de economie hier te pompen. Bovendien zouden ze daarmee afwijken van hun standaardprocedures en dat wil Neiss ook niet.”

Als de dollars niet snel loskomen van het fonds, zal Indonesië alleen nog gered kunnen worden door wat Kwik omschrijft als “een soort Marshall-hulp”: financiële steun van 'de wereld'. “Vergelijk het met de situatie na de val van Soekarno. Toen is onder leiding van Nederland een succesvol financieel hulpprogramma opgesteld. Zoiets zou nu weer kunnen gebeuren”, meent Kwik. Voorwaarde voor massale internationale bijstand is vertrouwen in de politieke leiding van het land en dat bestaat volgens Kwik niet zolang Habibie president is. “Hij neemt allerlei puur cosmetische maatregelen, maar structureel verandert er weinig. Zijn schema, met parlementsverkiezingen volgend voorjaar en pas eind 1999 verkiezingen voor een nieuwe president, is verkeerd. Er moet op korte termijn iets gebeuren. Indonesië heeft een nationale leider nodig die het volk door de moeilijke tijden heen leidt zonder dat er sociale onrust ontstaat.”

De politieke elite in Indonesië moet het voortouw nemen. “Zij spelen dit spel, bij hen begint de politieke verandering.” Golkar, de regeringspartij van Soeharto en Habibie, kondigde deze week een eerste stap in die richting aan. Volgende maand houdt de partij een speciale vergadering. Kwik noemt het “een van de belangrijkste politieke ontwikkelingen van de laatste tijd.”

Hij denkt dat het de rust ten goede zal komen als uiteindelijk niet één persoon, maar een driemanschap zo snel mogelijk de macht in Indonesië overneemt. Hij heeft zijn ideale trio al in gedachten: Abdurrahim Wahid, beter bekend als Gus Dur, de leider van de grootste moslim-organisatie in het land; oppositie-politica Megawati Soekarnoputri (van wie Kwik adviseur is), en een hoge militair, bijvoorbeeld generaal en minister van Defensie Wiranto. Amien Rais, voorman van de tweede moslim-organisatie in Indonesië en tijdens de protesten vorige maand de meest luidruchtige oppositieleider, zou zich bij deze groep kunnen aansluiten. “Maar zijn nadeel is dat hij niet behoort tot de politieke elite in het land. Bovendien zigzagt hij erg met zijn mening. Dat maakt het moeilijk.”

Kwik heeft zijn gedachten gisteren, tijdens de lunch met Neiss, uitgebreid kunnen uiten. De IMF-directeur luisterde aandachtig maar voorlopig wordt de strategie voor Indonesië niet aangepast, vertelde Neiss. “Dat baart me grote zorgen. Ze blijven maar praten over hervormingsprogramma's en zijn bezig met het afbreken van monopolies, maar ze nemen niet de noodzakelijke noodmaatregelen”, zegt Kwik. “In feite zijn ze bezig een half ingestort huis weer op te bouwen, maar ze doen niets aan de doodzieke patiënt die binnen ligt. Als het huis straks is opgeknapt, is de patiënt dood.”