Romeo en Julia als wegwerpdrama

Voorstelling: Romeo en Julia van Peter Verhelst naar Shakespeare door Het Zuidelijk Toneel. Regie: Ivo van Hove. Decor: Jan Versweyveld. Spel: Camilla Siegertsz, Ramsey Nasr e.a. Gezien: 16/6, Stadsschouwburg, Amsterdam. Aldaar t/m 18/6. Inl. 020-5307111. Tournee v/a sept.

Als derwishen draaien de spelers door de ruimte. Ze dragen grote fleurige hoepelrokken, uitgekiend belicht en daardoor blikvangers in een overigens in duister gehuld toneel. Snoeiharde housemuziek weerklinkt. Twee rokken naderen elkaar, komen in botsing, versmelten, rollebollen over de vloer. Een kluwen van bloemstof, baleinen, armen, benen. De liefde tussen Romeo en Julia ziet er niet alledaags uit.

Niets oogt - noch klinkt - als gebruikelijk in Ivo van Hoves enscenering (bij Het Zuidelijk Toneel) van Shakespeares liefdesdrama in een vergaande bewerking van Peter Verhelst. Shakespeare herschrijven is na Ten Oorlog, Tom Lanoyes megaproject over de Rozenoorlogen kennelijk erg en vogue. Verhelst deed het in een versloze taal, waarin het beeld van de bloem en het mes een hoofdrol spelen. De bloem is (het gezicht van) de geliefde (haar hals een vaas), het mes bevindt zich tussen de benen van de man. De bloem wil gesneden te worden.

Deze nogal banale beeldspraak dient een boodschap. De mens is een lemming. Stort zichzelf, op zoek naar verheffing, in de afgrond. Voor Verhelst is de zoektocht naar geluk de bron van het kwaad - minder duidelijk is of, omgekeerd, degene die het ongeluk accepteert gelukkig wordt. Het uitgangspunt van zijn bewerking zweemt in elk geval in de richting van Oscar Wildes regel each man kills the thing he loves, niet toevallig ooit door Fassbinder als leidraad gekozen voor zijn verfilming van Jean Genets Querelle.

Genets aan Baudelaires notie van 'de schoonheid van het kwaad' ontleende romantiek heeft ook Van Hoves enscenering bepaald. De regisseur kiest voor de kinky kant van de liefde, precies als menige populaire discotheek doet met mediagenieke parties. Bovendien is goede kunst gevaarlijk - dus lopen alle spelers van Het Zuidelijk Toneel met een mes rond. Het staat beurtelings voor blinde agressie en voor 'zoete pijn' van 'vlees dat door vlees gesneden wordt'. In het gedurig halfduister van deze voorstelling zijn de lemmeten de enige lichtpunten: zo ziet, moeten we kennelijk geloven, het leven er ook uit.

Maar het enige dat Van Hove doet om ons in dat geloof te stijven is plaatjes produceren, sferen scheppen, en op uiterlijkheid en effecten al zijn kaarten zetten. Het lege toneel is door het betraliede plafond de luchtplaats van een gevangenis. De messen blikkeren, in de verte rommelt vrijwel voortdurend een dreigende soundtrack die tot geheide schrik van het publiek bij tijd en wijle plotseling in oorverdovende house-klanken overgaat. De acteurs rennen daarop heen en weer, de stilte die erop volgt markeert de dood van een personage.

Van Hoves theater komt uit de volumeknop, net als Dirk Tanghes Fröken Julie vorig seizoen, waaraan deze produktie sterk herinnert. Van Hove intimideert in plaats van te regisseren, hij scoort of tracht te scoren. Driekwart van zijn voorstelling trekt zonder enige mogelijkheid tot identificatie aan je voorbij, pas als Julia gesommeerd wordt graaf Paris te trouwen ontstaat er iets als drama, dan pas worden Jan Klaassen en Katrijn herkenbaar en gaan ze menselijke trekken vertonen.

Maar het is te laat en te weinig. Want tien minuten later is de glimp op iets anders dan uiterlijkheid alweer voorbij. De sterfscène van Julia (Camilla Siegertsz) - in een prachtige belichting van lijkgrauw en Rembandtiek goudgeel - is mooi en dramatisch, maar die van Romeo (Ramsey Nasr) is een en al terloopsheid, even routineus en bloedeloos als Julia's heropstanding en hernieuwde dood die erop volgt. Wegwerpdrama is het, modieus en handig. De Romeo en Julia-versie van filmer Baz Luhrman ligt duidelijk ten grondslag aan die van Van Hove, maar harteklop, warmte en gedrevenheid laten zich moeilijk kopiëren.