Paniek bij RTL

Een gedenkwaardig zinnetje, gisteravond uitgesproken door Pia Dijkstra in het NOS-Journaal: “RTL tracht Willibrord Frequin nog te behouden.”

Om te begrijpen hoe groot de paniek is in de top van RTL, moeten we ons even in de geest verplaatsen naar het HMG-hoofdkantoor, waar directeur P. Ponsius bevend de scepter zwaait. Hij wilde als eigenaar van RTL en Veronica zijn peperdure contract met hoofdleverancier Endemol op een zuiniger pitje zetten en ziet zich nu geconfronteerd met de wraak van John & Joop: desertie van de Endemol-sterren naar de vijand SBS6.

Doodsbleek zit P. Ponsius aan de telefoon. “Heb je Frequin nog gebeld”, snauwt hij.

“Hij is bezig aan de voorbereiding van het nieuwe tv-seizoen en hij kan niet gestoord worden”, zegt de telefoniste.

Ponsius drentelt nagelbijtend door zijn kamer. Mijn boegbeeld, denkt hij, mijn symbool van journalistieke integriteit. Hoe voorkom ik dat ook hij overloopt?

Heel even liet hij een aantal journalistieke heldendaden van zijn troetelcoryfee de revue passeren. De achtervolgingen op straat van mensen die nog maar van een misdaad verdacht werden; de bestrijding van een roddeljournaliste met haar eigen wapens; de uitgelokte confrontatie van een van incest beschuldigde moeder met haar dochter onder het oog van de camera.

Zou hij voortaan al deze verpletterende primeurs moeten missen?

Het was geen vooruitzicht waarmee hij zich kon verzoenen. Alsof hij al niet genoeg tegenslagen had moeten incasseren. Ten Brink weg! Peter R. de Vries weg! Wat een geluk dat hij Brandsteder, Van Duin, Tensen en Huisman nog had kunnen behouden. Of zou Joop uiteindelijk ook hen weghalen?

Hij huiverde. Nooit meer die schuine handelsreizigershumor van Brandsteder. Geen uitzending bij het eeuwfeest van de Soundmixshow. En de fans van Van Duin zouden de tragische laatste jaren van een gevierde, maar inmiddels volkomen uitgebluste komiek moeten missen.

Zou RTL dat allemaal overleven? Misschien. Heel misschien. Maar het was duidelijk dat hij, P. Ponsius, dat als directeur niet meer zou meemaken. Aandeelhouders waren geen geduldige mensen.

Het werd tijd om een list te verzinnen. Waarom zou hij geen toenadering zoeken tot de publieke omroepen ten einde de Endemollen een koekje van eigen deeg te geven? Misschien konden ze een monsterverbond vormen waardoor een uitruil van sterren mogelijk werd.

Hij gaf zijn secretaresse opdracht de omroepdirecties te bellen.

Een uurtje later meldde ze zich. Onverrichterzake, helaas. Ze had ze allemaal gebeld, behalve de VPRO en de EO, want die zouden er toch wel niks voor voelen.

“En de anderen?” vroeg Ponsius.

Ze waren gewoon niet bereikbaar. Allemaal met vakantie. Er zat alleen een uitzendkracht aan de telefoon die wist te vertellen dat ze tegen september weer terug zouden zijn, als alles meezat, en dat ze trouwens al vanaf mei uitstedig waren, zoals de heer Ponsius wel had kunnen weten.

“Hoezo?” vroeg Ponsius kwaad.

“Het schijnt dat je dat aan de programmering kunt zien”, zei de secretaresse. “Allemaal herhalingen op Nederland 1 en 3. En op Nederland 2 is er alleen sport.”

“Hoe kan ik dat nou weten”, zei Ponsius, “een tv-directeur kijkt geen tv.”

Toen ging de andere telefoon. Het was alsof het door een stukjesschrijver bedacht was. Ponsius hoorde een lijzige, beetje dronken klinkende mannenstem met een zuidelijk accent. “Zo, Ponsius Pilatus”, zei de man, “jij zocht mij?”

Het duizelde Ponsius even. Hij klampte zich vast aan zijn bureau en vroeg: “Valt er nog te praten?”

De man lachte kort en zei: “Iedereen is te koop, dus waarom ik niet?”

    • Frits Abrahams