Nigeria's eerste man neemt risico's

Generaal Abdulsalam Abubakar, de nieuwe leider van Nigeria, heeft negen tegenstanders van zijn voorganger, Sani Abacha, in vrijheid gesteld. Een politiek kleurloze officier profileert zich.

ROTTERDAM, 17 JUNI. Deze week wandelen negen politieke gevangenen in Nigeria de (relatieve) vrijheid tegemoet. De politicus Olabisi Durojaiye, de activist voor de rechten van de mens dr. Beko Ransome-Kuti en de journaliste Chris Anyanwu werden gisteren al uit de gevangenis ontslagen. Anyanwu, directrice van het weekblad The Sunday Magazine, die 15 jaar kreeg omdat zij zou hebben gepoogd het bewind van de vorige week overleden dictator Sani Abacha omver te werpen, dankte “God en de Nigerianen” dat zij “het hart hebben beroerd” van generaal Abdulsalam Abubakar, Abacha's opvolger.

Een van 's lands prominentste politieke gevangenen, gewezen staatshoofd en generaal b. d. Olusegun Obasanjo, die een celstraf van 15 jaar uitzat in Yola, in het verre noordoosten van het land, wordt pas morgen verwacht op zijn boerderij, even buiten de zakelijke metropool Lagos, waar hij voorlopig onder huisarrest zal blijven.

In de verklaring die de regerende junta maandagmiddag uitgaf, heet het dat de negen zijn vrijgelaten “in de geest van nationale verzoening”. Dat twee stentorstemmen van de Nigeriaanse oppositie, de advocaten Gani Fawehinmi en Femi Falana, de vrijlating van de negen hebben begroet als een “grote stap voorwaarts” laat zien dat de tegenstanders van het militaire bewind aangenaam zijn verrast door deze eerste beleidsdaad van Abubakar.

Susan Rice, de Amerikaanse onderminister voor Buitenlandse Zaken, belast met Afrikaanse aangelegenheden, noemde het een “belangrijk gebaar” en sprak de hoop uit dat “het wordt opgevolgd door de onvoorwaardelijke vrijlating van alle politieke gevangenen en stappen naar democratie en burgerbestuur”.

Abubakar heeft met zijn gebaar verwachtingen gewekt. De oppositionele Nationale Democratische Coalitie (NADECO) toonde zich gisteren in een open brief aan de nieuwe eerste man “bereid tot een constructieve dialoog, waarom wij uw voorganger bij herhaling hebben verzocht, zij het vergeefs”. Het is maar de vraag hoever Abubakar kan en wil gaan. Want een keur aan invloedrijke officieren kijkt mee over zijn schouder.

Dat de keuze van de Voorlopige Regeringsraad (PRC), het college van hoge officieren dat in Nigeria de dienst uitmaakt, vorige week op Abubakar is gevallen, stond niet bij voorbaat vast. Amerikaanse zakenlieden in Lagos tipten de minister voor de federale hoofdstad Abuja, luitenant-generaal Jeremiah Useni, als opvolger van Abacha. Naar verluidt heeft een militaire pressiegroep onder leiding van generaal Victor Malu, gewezen commandant van de West-Afrikaanse vredesmacht ECOMOG, anders beslist. Malu en zijn medestanders, die onder meer dienden bij de VN-troepen in Angola, gelden in de eerste plaats als militaire professionals, die voorrang geven aan een verenigd en sterk leger, in het geval van een succesvolle overgang naar burgerbestuur. Zij hechten ook aan verbetering van het internationale imago van Nigeria.

Hun keuze viel op Abubakar, een beroepsofficier die nooit politieke posten heeft bekleed en zich tijdens zijn opmars door de rangen de naam verwierf van degelijk, discreet en recht-door-zee. Degenen die hem kennen, beweren dat het Abubakar vooral is te doen om stabilisering van de strijdkrachten en een zo spoedig mogelijke overgang naar burgerbestuur.

Dat programma is zeer omstreden binnen Nigeria's machtige officierenkorps. In 38 jaar onafhankelijkheid heeft het land slechts tweemaal een burgerregering gehad en de generaals hebben sterke motieven om vast te houden aan de macht. In de eerste plaats hun obsessie voor stabiliteit en eenheid van hun door etnische, regionale en religieuze tegenstellingen verscheurde land. De oudste generatie nog actieve officieren diende in de jaren zestig in de burgeroorlog tegen het afgescheiden Biafra en wordt nog steeds achtervolgd door het secessiespook. In de tweede plaats maakt een deel van het officierenkorps zich zorgen over zijn zakelijke belangen. Nigeria's economie kent vanouds een omvangrijke staatssector, vooral in de lucratieve olie-industrie, en een kwart eeuw politieke macht heeft de generaals geen windeieren gelegd. De professionaliseringsdrang van mensen als Abubakar stuit op grote gevestigde belangen.

Doorslaggevend in de nabije toekomst is de opstelling van de jongere generatie officieren, onder wie de militaire gouverneur van de deelstaat Lagos, kolonel Mohamed Marwa.

Die laatste geldt als een geslepen politicus en kan in Lagos bogen op een zekere populariteit. Marwa trok gisteren alle aanklachten in tegen achttien oppositieleiders, onder wie Fawehinmi, die vorige week vrijdag werden opgepakt wegens het organiseren van een “illegale” demonstratie.

Door de vrijlating van negen tegenstanders van Abacha heeft Abubakar niet alleen afstand genomen van zijn voorganger, maar ook een doos van Pandora geopend. “Nationale verzoening” is ondenkbaar zonder de vrijlating van Abacha-vijand nummer één: de zakenman Moshood Abiola, de vermoedelijke winnaar van de door de militairen geannuleerde presidentsverkiezingen in 1993. Dit is de lakmoesproef voor Abubakar, want de Abacha-getrouwen in het leger zullen zich hier met kracht tegen verzetten.