'Moeder van alle privatiseringen' is vooral grote teleurstelling; Geen 'culturele revolutie' bij Telecom Italia

Met de privatisering van Telecom Italia, het zesde telecombedrijf ter wereld, is bijna alles misgegaan. De internationale strategie is onduidelijk en het investeringsbeleid een chaos. Machtsspelletjes verhinderen de ontwikkeling naar een public company.

ROME, 17 JUNI. De privatisering van het staatsbedrijf Telecom Italia, negen maanden geleden, zou “de moeder van alle privatiseringen” worden: voorbeeld en stimulans voor de belofte om het land minder overheid en meer markt te bieden, minder politieke sturing, meer concurrentie en lagere prijzen.

Bijna alles is fout gegaan. In negen maanden zijn er drie wisselingen aan de top geweest. Het investeringsbeleid is een chaos. De internationale strategie is onduidelijk. En de buitenlandse concurrentie ruikt zijn kans.

Op een roerige aandeelhoudersvergadering gisteren in Turijn zijn emmers vol kritiek uitgestort over president Gian Mario Rossignolo. Vier investeringsfondsen wilden de jaarcijfers niet goedkeuren, wegens kritiek op het ontbreken van een duidelijk industrieel plan en op “een exentriek beleid ten aanzien van internationale allianties”.

Senator Antonio Di Pietro, die in 1992 als officier van justitie de smeergeldonderzoeken op gang heeft gebracht en zich steeds meer gedraagt als volkstribuun, nam het woord namens de kleine aandeelhouders. Anderhalf miljoen Italianen hebben vorig jaar aandelen Telecom gekocht. Het was een culturele revolutie voor de spaarders, die jarenlang de zekerheid van staatsleningen met een hoge rente hebben gezocht, maar nu het beter gaat met de overheidsfinanciën en daardoor de rente daalt, de overstap maken naar de beurs.

Die mensen zijn niet tevreden: de Mibtel-index van de Milanese beurs is in negen maanden gestegen met 47 procent, de koers van het aandeel Telecom slechts met 16 procent. Dat vermindert de bereidheid om te investeren in andere privatiseringen.

Di Pietro eiste voor de kleine aandeelhouders een plaats in de raad van bestuur. Daarmee maakte hij zich woordvoerder van een algemeen onbehagen. In de Italiaanse financiële wereld zijn de kleine aandeelhouders traditioneel het slachtoffer van een bestel waarin een groep grotere aandeelhouders met relatief kleine pakketten aandelen de controle over bedrijven hielden. Onderlinge afspraken maakten hiervan ijzersterke pacten.

Veel mensen, ook premier Romano Prodi, hoopten dat de privatisering van staatsbedrijven zou leiden tot meer 'public companies', bedrijven die van iedereen en niemand zijn. Bij Telecom is dat niet gelukt. Daar is de macht in handen van een aantal banken en van de Ifil-holding van de familie Agnelli, die ook de Fiat-groep bezit, de grootste particuliere onderneming van Italië. Bovendien is het ministerie van Schatkist, met ruim vijf procent, nog steeds de grootste aandeelhouder.

De discussie of het bedrijf al dan niet een echte public company moest worden was aanleiding tot de eerste machtswisseling aan de top, vorig najaar. Een paar maanden later, in januari, moest de winnaar van toen het veld ruimen voor Rossignolo, de voormalige topmanager van Zanussi die onder andere het vertrouwen had van Fiat.

Rossignolo heeft de belangrijkste projecten van zijn voorgangers in de prullenbak gegooid. Het plan om tien miljoen huizen te gaan bekabelen met glasvezelkabels is gestaakt. De alliantie met het Amerikaanse AT&T, waarbij het Europese consortium Unisource zijdelings een rol speelde, is vervangen door een akkoord met Cable & Wireless waarbij veel vraagtekens zijn gezet. Gisteren is aangekondigd dat de investeringen in het netwerk van DECT-zaktelefoons die in de grote steden een verlengstuk zouden vormen van de telefoon thuis, zijn bevroren. En ongewild onderstreepte Rossignolo de onduidelijkheid van zijn koers door op de aandeelhoudersvergadering aan te kondigen dat er een commercieel akkoord was gesloten met Unisource, om een kwartier later te moeten zeggen dat hij zich had vergist en dat er nog steeds werd onderhandeld.

Rossignolo heeft de vergadering overleefd, maar zijn dagen lijken geteld. Afgelopen weekeinde had zijn tweede man, Vito Gamberale, de aanval geopend door af te treden als algemeen directeur. De belangrijkste aandeelhouders hebben duidelijk gemaakt dat zij de enorme bevoegdheden die Rossignolo zichzelf heeft toegekend, sterk aan banden willen leggen. Op termijn wordt gezocht naar een vervanger.

Telecom Italië, het zesde telecommunicatiebedrijf ter wereld, heeft de dubbele culturele revolutie van privatisering en deregulering niet goed doorstaan. Veel managers van het bedrijf reageerden op de uitdagingen die deze veranderingen stellen, met de vertrouwde reflex. Zij wilden met hand en tand de monopoliepositie verdedigen, in plaats van zich voor te bereiden op de felle concurrentie op de nieuwe markt.

De kritiek op de aandeelhoudersvergadering was extra groot, omdat de concurrentie klaar staat. Volgende maand gaat de markt voor vaste telefonie officieel open, als de consortia Albacom en Infostrada hun diensten gaan aanbieden aan bedrijven.

Eigenlijk kan alleen het ministerie van Schatkist tevreden zijn over de privatisering van Telecom, althans op financieel gebied. Die heeft de staat ongeveer 24 biljoen lire opgeleverd, zo'n 28 miljard gulden. Wie op een opener economisch bestel had gehoopt, met meer verschillende machtscentra, komt bedrogen uit. De beleggers, klein en institutioneel, zijn teleurgesteld. En hoewel de dienstverlening de afgelopen jaren al sterk is verbeterd, blijven veel consumenten jaloers over de grens kijken.

    • Marc Leijendekker