Kosovo is Bosnië niet

We hebben de lessen uit Bosnië geleerd.” “De fouten van Bosnië worden niet herhaald.” Het is het diplomatieke refrein van de dag, met als ondertoon: de Serviërs mogen van de internationale gemeenschap in Kosovo niet doen wat ze jarenlang ongestraft in Bosnië hebben gedaan.

De vraag is in hoeverre de crises in Bosnië en Kosovo met elkaar te vergelijken zijn: ze verschillen meer dan ze overeenkomen. En de lessen van Bosnië zijn daarom maar zeer betrekkelijk.

De oorlog in Bosnië werd in 1992 door Slobodan Miloševic ontketend om te voorkomen dat Bosnië zich uit Joegoslavië zou losmaken, maar die oorlog draaide door de etnische samenstelling en voorkeuren van de bevolking onmiddellijk uit op een oorlog tussen drie etnische gemeenschappen: twee ervan wilden een eigen staat, de derde wilde die niet. De internationale gemeenschap greep er uiteindelijk militair in op uitnodiging en met instemming van de wettige Bosnische regering in Sarajevo. De diverse vredesmachten - Unprofor, later IFOR, nog later SFOR - opereerden er met de (al dan niet hardhandig afgedwongen) formele instemming van de drie strijdende partijen.

Die instemming ontbreekt in Kosovo. Daar draait het conflict al jaren om de onderdrukking van een grote meerderheid van Albanezen door een kleine minderheid van Serviërs in een provincie die deel uitmaakt van de soevereine staat Joegoslavië. Als er militair wordt ingegrepen, gebeurt dat tegen de zin van die soevereine staat. Dat levert een juridisch probleem op waar de internationale gemeenschap nog niet uit is. Het levert ook een nog veel groter militair probleem op, want die soevereine staat, Joegoslavië, is voortreffelijk bewapend, kan zich militair verdedigen en zal dat ook doen.

Het conflict in Bosnië draaide in wezen om de wens van een etnische groep, de Serviërs, om zich door middel van geweld en etnische zuivering een zo groot mogelijk deel van de staat toe te eigenen. De etnische zuivering en het separatisme van de Serviërs lagen in Bosnië in elkaars verlengde.

In Kosovo ligt dat anders: daar wordt ook etnisch gezuiverd, door de Serviërs, maar bestaat het separatisme aan Albanese kant. Zolang de ultranationalisten in Belgrado niet hun zin krijgen, gaat het de Serviërs ook niet om de volledige verdrijving van de 'andere' etnische groep, de Albanezen, maar om de ontvolking van het grensgebied met Albanië, met het doel de aanvoer van wapens en manschappen van het Kosovo Bevrijdingsleger af te snijden. De internationale gemeenschap stond in Bosnië voor het probleem, het separatisme (van de Serviërs) de pas af te snijden. In Kosovo staat ze voor het probleem de etnische zuivering van de Serviërs te stoppen zonder het Albanese separatisme in de kaart te spelen.

Deze fundamentele verschillen maken ingrijpen in Kosovo veel gecompliceerder: het doel van het ingrijpen is veel moeilijker vast te stellen en ook veel moeilijker te bereiken, politiek èn militair. En tot nu toe is de internationale gemeenschap zelfs niet begonnen met de formulering van dat doel. Het is niet zo moeilijk om 84 NAVO-vliegtuigen vier uur lang over Albanië en Macedonië te laten vliegen. Als demonstratie of signaal is zo'n actie volmaakt nutteloos en niemand in Belgrado ligt er wakker van. Vliegmanoeuvres zijn geen luchtaanvallen.

En ook luchtaanvallen zouden in Kosovo niets oplossen - dat deden ze in Bosnië ook niet: ze maakten indertijd zeker indruk op de Bosnische Serviërs, maar pas nadat de Bosnische moslims en Kroaten succes boekten dankzij een paar strategische blunders van Ratko Mladic, het uit boeren bestaande leger van de Bosnische Serviërs werd uitgehold door oorlogsmoeheid en er zestigduizend man grondtroepen naar Bosnië werden gestuurd, kwam daar iets dat vaag op vrede of althans de afwezigheid van strijd leek. In Kosovo is het recept van nul en gener waarde. De NAVO kan er gaan bombarderen. Maar dan moet het heel Joegoslavië bombarderen, een land dat zich zal verdedigen (en daartoe ook in staat is, dit in tegenstelling tot de Bosnische Serviërs). En met welk doel? Dat moeten de politici zeggen. Maar die zeggen vooralsnog niets, behalve dat ze “van de fouten in Bosnië hebben geleerd”.

Daarmee bedoelen ze, zo moet men aannemen, dat ze in Bosnië jaren te laat zijn gekomen met een coherent beleid. Maar juist in die zin herhalen ze op dit moment de fouten van Bosnië; jegens Kosovo bestaat immers al evenmin een coherent beleid, ook al heeft de internationale gemeenschap liefst negen jaar kunnen nadenken over het probleem-Kosovo - dit in tegenstelling tot de kwestie-Bosnië, die ze maar driekwart jaar konden zien aankomen, namelijk vanaf de zomer van 1991 tot de lente van 1992. Dat driekwart besteedden ze bar slecht. In de kwestie-Kosovo hebben ze negen jaar bar slecht besteed. Sterker: door die negen jaar slecht te besteden hebben ze de reputatie van de leider van de Albanezen in Kosovo, de pacifist Ibrahim Rugova, stelselmatig ondergraven. Het separatisme en het terrorisme van het Kosovo Bevrijdingsleger zijn producten van het geweld van Miloševic, maar óók producten van negen jaar volstrekte onverschilligheid en afzijdigheid van het Westen.

Als er 'lessen van Bosnië' zijn geleerd, dan alleen door Slobodan Miloševic. Hij heeft geleerd dat etnische zuivering werkt als het maar snel gebeurt. En hij heeft geleerd dat het scheppen van voldongen feiten werkt omdat de tegenstander - het Westen - verdeeld is, en bang voor zijn eigen schaduw. Wat blufpoker betreft heeft het Westen het altijd tegen Miloševic afgelegd. En dat doet het nu weer.

    • Peter Michielsen