In sport is alles gepermitteerd

Patrick Kluivert kon zich zaterdag tegen België niet beheersen toen hij voor 'verkrachter' werd uitgescholden. Spelers die spelers kwetsen, spelers die scheidsrechters kwetsen, het is een manier om te winnen.

PARIJS, 17 JUNI. J'encaisserai tous les insultes, sans rien dire. “Ik zal alles incasseren, zonder iets te zeggen.” Alle Fransen kunnen dezer dagen deze uitspraak lezen op affiches van op bussen, muren en reclamezuilen. Naast de tekst staat een foto van David Trezeguet, een zwarte voetballer van het Franse nationale team. Een andere tekst is: J'accepterai tout ce que l'arbitre ne voit pas. “Ik zal alles accepteren wat de scheidsrecher niet ziet.” Het is dit keer de zwarte Franse voetballer Christian Karembeu.

Het is nog maar de vraag of deze Franse voetballers in het bijzonder en voetballers in het algemeen zich aan deze belofte kunnen houden. Schelden en beledigen is sinds jaar en dag een beproefd middel om de tegenstander te intimideren. Opvallende uiterlijke kenmerken als de kleur van de huid en het haar, de stand van de ogen, de tanden en de benen, de vorm van de neus en de oren zijn geliefde inspiratiebronnen voor een grove belediging. Het is zo gewoon dat schelden lang niet zoveel pijn meer doet als een grove overtreding.

Kwetsen is een manier om te winnen. Een verdediger die bang is dat hij voortdurend gepasseerd wordt door een aanvaller, roept eerst onschuldig: “Je moet je voeten laten rechtzetten.” Dan: “Ik breek je benen rooie lul, als je aan de bal komt.” Of heel gewoon: “Kankerlijer, teringlijer, kale aids-lijer.” En vervolgens: “Zwarten stinken.” Alles is gepermitteerd. Wie beschuldigd is van verkrachting, terecht of onterecht, moet niet vreemd opkijken als tegenstanders het gebruiken om je van je stuk te brengen.

In Spanje zijn woorden als hijo de puta (hoerenjong) normale, geaccepteerde scheldwoorden. In Italië wil een speler nog wel eens het cornuto-gebaar maken (met opgestoken wijsvinger en pink tegen de dij slaan). Het betekent: je vrouw ligt met een ander in bed. In Amerikaanse sporten behoren uitingen als motherfucker tot de normale omgangsvormen. Basketballers als Charles Barkley, Dennis Rodman en zelfs de grote Michael Jordan zijn beruchte gebruikers van trash-talk. Rodman werd er laatst op betrapt dat hij tegen de coach van een tegenstander zei: “How is your wife? I heard she has cancer. Great.”

In bijna alle geledingen van de sportwereld is het een gewoonte geworden elkaar met beledigingen onderuit te halen. Het gebeurt niet eens in het vuur van de strijd. Gewoon bewust. Spelers die spelers kwetsen, spelers die scheidsrechters kwetsen en bestuurders die elkaar kwetsen. Het hoort bij sport, en met name bij voetbal, een sport die een bijzondere aantrekkingskracht uitoefent op het bezigen van scheldwoorden.

Sporters worden pas bestraft of beboet wanneer ze de scheidsrechters onwelvoeglijke taal toeschreeuwen. En daar is het ouderwetse hondenlul, bedacht door de Feyenoorder Piet Romein in de jaren zestig, tegenwoordig niks bij. Een enkele keer, in het jeugdvoetbal met name, worden spelers vermaand voor het uitschelden van de tegenstander of überhaupt voor het gebruik van lelijke woorden.

De affiches in Frankrijk zijn onderdeel van een reclamecampagne van Adidas, de sportartikelenfirma die sponsor is van het Franse nationale elftal. Alle Franse spelers doen er aan mee en worden opgevoerd met een of andere spreuk die symbool staat voor fairplay. De Franse selectie is wellicht de meest multiculturele groep op het wereldkampioenschap. Ze telt voetballers van Argentijnse, Baskische, Bretonse, Italiaanse, Algerijnse, Tunesische, Senegalese, Ghanese, Russische, Poolse en Armeense afkomst. Genoeg spelers met afwijkende uiterlijke kenmerken om de fantasie van de tegenstander te prikkelen.

    • Guus van Holland