Het traditionele zwijgen van de informateur

Informateurs spreken niet graag in het openbaar. Zij verrichten hun werk liever in beslotenheid. Die werkwijze kent een lange geschiedenis.

DEN HAAG, 17 JUNI. Ze komen met forse tegenzin. De informateurs Kok, Zalm en Borst verschijnen volgende week in de Tweede Kamer. Maar liever zouden ze wegblijven.

We hebben eigenlijk niets te melden, wacht op onze daden, liet het drietal gisteravond weten. Maar een verzoek van het parlement wilden zij niet naast zich neerleggen, al begrepen ze niet precies wat de Tweede Kamer wil, schreven ze gisteravond in een kort briefje. “Mocht uw Kamer er evenwel aan hechten ons eerder voor het geven van mondelinge inlichtingen uit te nodigen, dan zullen wij uiteraard aan een dergelijk verzoek gevolg geven”, aldus Kok, Zalm en Borst.

De Tweede Kamer vroeg gistermiddag op initiatief van fractieleider Rosenmöller van GroenLinks om de komst van de informateurs. De oppositie vindt dat de formatie te geheimzinnig verloopt en wil opheldering over het verloop van de onderhandelingen. Alleen GPV-leidsman Schutte zei de informateurs niet nodig te hebben om de gevraagde informatie te krijgen. Het bevragen van de drie onderhandelaars was wat hem betreft voldoende geweest.

De informateurs wijzen erop dat zij liever pas mededelingen doen als ze hun werk hebben verricht, dus als ze hun eindverslag aan de koningin hebben uitgebracht.

Twee weken geleden wezen zij een verzoek van CDA-fractieleider De Hoop Scheffer om de Kamer schriftelijk te informeren nog af als “niet dienstig aan een ordelijk verloop van het informatieproces”.

Maar zo vlak voor het zomerreces konden de informateurs bij de aanhoudende kritiek over de beslotenheid niet langer om het verzoek heen. Want het was diezelfde Tweede Kamer die in 1993 vastlegde dat informateurs haar desgevraagd dienen te informeren over het verloop van de formatie. Dat gebeurde na jarenlange debatten over staatkundige vernieuwing als één van de weinige en bescheiden punten, waarover men het eens werd.

De Tweede Kamer heeft een moeizame relatie met het formatieproces. Kamerleden van alle richtingen bepleiten buiten formatieperiodes doorgaans openheid, tijdens formaties accepteren fracties die deelnemen aan de onderhandelingen voor een nieuw kabinet onmiddellijk beslotenheid. 'Sorry voor de beslotenheid, maar mét openheid geen resultaat', is hun redenering dan.

Tegelijk heeft de Kamer moeite met de figuur van de informateur, zeker omdat deze een steeds grotere rol speelt bij de vorming van een kabinet. Ooit waren informateurs kortstondige verschijningen, die polsten welke partijen met elkaar wilden onderhandelen, waarna een formateur, meestal de toekomstige minister-president, een regeerakkoord opstelde.

Pogingen van de Kamer meer greep te krijgen op het verloop van de formatie liepen eerder stuk. Begin jaren zeventig hadden PvdA, PPR en D66 het idee om de formateur door de kiezer te laten aanwijzen, maar blokkeerden VVD en confessionele partijen die verandering. Wel ontstond een meerderheid om de kabinetsformateur door de Tweede Kamer te laten aanwijzen. Het was echter de Kamer zelf die deze opvatting in de praktijk negeerde.

Het idee werd in maart '71 via een motie van de KVP'er Kolfschoten omarmd, maar na de verkiezingen van april kregen partijpolitieke meningsverschillen de overhand. Partijen die later het kabinet-Biesheuvel zouden vormen (VVD, AR, KVP, CHU en DS'70) hadden vóór de verkiezingen al afspraken gemaakt over een kabinet.

Een voorstel van de progressieve partijen Den Uyl als formateur aan te wijzen, werd in het debat na de verkiezingen door de aspirant-partners van het kabinet-Biesheuvel dan ook verworpen. De koningin zette de volgende dag haar consultaties voort en wees de KVP'er Steenkamp als informateur aan. Sindsdien pleit alleen D66 nog voor de gekozen formateur, begin dit jaar nog in de persoon van fractievoorzitter De Graaf.

Het is volgende week voor het eerst dat actieve informateurs in de Tweede Kamer verschijnen. Bij de formatie van '94 kwamen de informateurs Van Aardenne, De Vries en Vis ook naar de Kamer, maar zij verschenen daar pas nadat de (eerste) poging een paarse coalitie te vormen schipbreuk had geleden. Feitelijk verschenen zij als ex-informateurs, want ze hadden op dat moment hun opdracht al teruggegeven aan het staatshoofd.

Het debatje van toen leverde vooral inzicht op in de meningsverschillen over het te voeren fiancieel-economisch beleid tussen PvdA en VVD. De sfeer van het formatieproces werd helder, maar wat zich precies in de beslotenheid van de onderhandelaarskamer afspeelde, bleef ongenoemd. We zijn er, maar we zeggen liever niks, zeiden de informateurs. Het moet vreemd lopen, willen Kok, Zalm en Borst volgende week andere taal spreken.

    • Kees van der Malen