Het plezier van een slechte film

Playing God. Regie: Andy Wilson. Met: David Duchovny, Timothy Hutton, Angelina Jolie. In: 5 theaters, o.a. City 6, Amsterdam; Pathé 6, Scheveningen, Lumière 3, Rotterdam.

Een paar jaar geleden brachten de New Yorkse Beastie Boys bij de single 'Sabotage' een videoclip uit die eruit zag als de jongensdroom van elke filmmaker-in-spé. Mike D, MCA en Ad-Rock hadden een gretige graai gedaan in het snorren- en pruikenkoffertje van de grimeur en parmantige zonnebrillen op hun neus gepoot. Gehuld in veel te grote herenkostuums speelden zij beurtelings voor FBI-agent of boefje in een up-tempo aflevering van 'Ren-je-rot'.

Die speelsheid en lol heeft ook Playing God, de debuutfilm van voormalig cameraman en theatermaker Andy Wilson. Hoewel sommigen zich zullen storen aan de pretentieuze voice-over van hoofdrolspeler David Duchovny: “De hel ziet er niet altijd uit als de hel. Op zekere dag kan het er behoorlijk op Los Angeles lijken.” En dat uitgesproken met die monotone, iets nasale stem die kijkers van de populaire televisieserie The X-Files zo goed kennen van Fox Mulder, de in het buitenaardse gespecialiseerde FBI-agent waar Duchovny's naam wel voor altijd mee verbonden zal blijven. Maar Duchovny is nu eens zelf op de vlucht voor de FBI in plaats van andersom en de slechterikken in deze film flirten weliswaar met allerlei new age gedachtengoed, maar zijn gewoon van aardse komaf.

In feite is Playing God niet veel meer dan een lange televisie-aflevering van een spin-off van The X-Files over het aan lager wal geraakte broertje van Mulder. Duchovny speelt een geschorste chirurg, verslaafd aan roesmiddelen en uppers 'om zich normaal te voelen', die zich lafhartig laat inlijven bij de entourage van de filosofisch ingestelde crimineel Raymond Blossom (Timothy Hutton). Hij vult de eed van Hippocrates op wel heel eigen wijze in door neergeschoten boeven op te lappen alvorens ze door Raymond weer te laten afmaken als hij de benodigde informatie uit ze gekregen heeft. Een geflipte Australiër en sjieke rastaman zijn ingehuurd als lijfwacht en maken ongetwijfeld aanspraak op het grootste aantal kostuumchangementen van de film; hun garderobe bevat onder meer leren broeken, designeroverhemden, trainingspakken en felgekleurde gaatjes-t-shirts.

Voortgepompt door ondefinieerbare 'techno' en andere muziek van de generatie X plakt de film allerlei stripverhaal-scènes aan elkaar met montage-frivoliteiten als freeze-frames en fade-outs. Hutton en Duchovny spelen zo goed als tweede keus-acteurs dat maar kunnen en gangsterliefje Angelina Jolie (de dochter van Jon Voigt en het model uit de Lenny Kravitz-video 'Stand by my woman') is ondoorgrondelijk en verleidelijk bovendien. Playing God rammelt als een oude Chevrolet Corvette, maar heeft minstens evenveel flair en vaart als hij eenmaal op gang is. Het is een van die slechte films die goed worden door er met plezier naar te kijken.

    • Dana Linssen