Hermitage exposeert Schliemann-collectie; Eigendom veel stukken nog steeds omstreden

Rusland ontkende tot 1992 een deel van de collectie van archeoloog Heinrich Schliemann in zijn bezit te hebben. Nu wordt er in de Hermitage een belangrijk deel van geëxposeerd. “Al die verhalen over verborgen collecties zijn typisch in de stijl van Schliemann.”

Tentoonstelling: Schliemann-Petersburg-Troy, 17 juni t/m 18 oktober, Hermitage, Sint Petersburg. Open: di t/m zo 10.30-18u.

SINT PETERSBURG, 17 JUNI. Vandaag opent in de Hermitage in Sint Petersburg de tentoonstelling Schliemann-Petersburg-Troy. De meer dan vierhonderd keramieken en bronzen objecten in deze tentoonstelling worden voor het eerst publiekelijk getoond sinds ze in 1945 door het Rode Leger in Duitsland werden buitgemaakt. Eerder, in 1996, werd een ander deel van dezelfde oorlogsbuit, de gouden juwelen en kunstvoorwerpen, in het Poesjkin Museum in Moskou tentoongesteld. Nu zijn er vazen te zien uit de derde eeuw voor Christus, offerbeelden, kleine bronzen goden- en heldenbeelden maar ook gebruiksvoorwerpen als een steenhamer en een garenspoeler. De tentoonstelling is niet louter om het kunstgenot georganiseerd. De Russen moesten wel. In 1992 was de zaak van de verdwenen Schliemann-collectie aan het rollen gebracht. Dat leidde uiteindelijk tot de officiële bekendmaking dat de collectie zich inderdaad in Rusland bevond.

De huidige tentoonstelling is de vierde van een serie 'Trofeeënkunst' uit Duitsland die in 1992 begon. Eerder waren tekeningen van oude meesters uit de Kunsthalle Bremen en tekeningen en impressionistische schilderijen uit Duitse privéverzamelingen te zien. “Toch”, zegt Dr. Mikhail Petriovski, directeur van de Hermitage, “gaat de tentoonstelling niet over trofeeënkunst. Hij gaat over Schliemann, over zijn opgravingen en over Troje en is samengesteld uit diverse Schliemann-collecties: de verzamelingen die altijd al in Sint Petersburg geweest zijn, degene die na de oorlog uit het buitenland meegenomen zijn en degene die aan Duitsland teruggegeven zijn en die nu tijdelijk weer hier zijn.”

Maar wat is er nu precies terug in Duitsland en wat bevindt zich nog steeds in Rusland? De verklaringen daarover lopen uiteen. Volgens Petriovski is het grootste deel van alle kunstwerken die destijds uit Duitsland meegenomen zijn 'zoals iedereen weet' teruggegeven. “Wat we nu nog hebben”, zegt hij, “en wat onderwerp van discussie is, zijn wat restanten en enkele privé-collecties waarvan het niet duidelijk was aan wie ze teruggegeven moesten worden.”

Daar moet professor Menghin, directeur van het Museum vor Vor- und Frühgeschichte uit Berlijn, hartelijk om lachen. De Schliemann-collectie die zich tot 1945 in Berlijn bevond bestond uit ruim 3500 voorwerpen. In 1958 is er inderdaad sprake geweest van teruggave, maar dat waren slechts 500 objecten. Daarvan zijn er nu 37 aan de Hermitage in bruikleen gegeven. Zoals de lemen drinkpot uit 2300 voor Christus die Schliemann opgroef uit de zogenaamde Tweede laag van Troje. Een vrouwtje is het, zonder twijfel, en een van Menghins lievelingsstukken. Is het naast een genereus ook niet een riskant gebaar om haar weer aan de Russische leeuw te geven? Menghin: “Er bevinden zich nog steeds 1578 van onze meest waardevolle stukken in het Poesjkin Museum in Moskou en 1200 stukken in Sint Petersburg. Het geven van dergelijke bruiklenen is voor ons inderdaad ongebruikelijk. Maar we hopen door ons gebaar openheid bij de Russen te krijgen, met ze in gesprek te komen. We moeten ook wel. Want onze collectie is nu niet meer dan een Hahn ohne Schwanz.”

Toch ziet het er voor Menghin en de zijnen somber uit. Want met die Schwanz is mededinger Petriovski danig op de loop. Met de tentoonstelling en de bijbehorende lijvige catalogus, waaraan ook Duitse deskundigen hebben meegewerkt, wil hij namelijk de onlosmakelijke historische band tussen Schliemann, Sint Petersburg en Troje bewijzen. De wetenschap zal het daarbij met de fantasie mogelijk nog duchtig te stellen krijgen.

Daar maakte Schliemann (1822-1890) het ook wel naar. De verbeeldingsrijke domineeszoon, die ooit als schipbreukeling in Amsterdam belandde waar hij zeker zeven talen leerde, werd in 1846 als medewerker van een handelsfirma naar Sint Petersburg uitgezonden, waar hij zijn fortuin maakte. Zo kon hij, in 1873, als amateur-archeoloog de kostbare opgravingsexpedities in Hissarlik, Turkije ondernemen. Hij ging dusdanig op in zijn nieuwe hoedanigheid als veroveraar van Troje dat hij, op 47-jarige leeftijd, hertrouwde met een 17-jarige Griekse schone, waarbij hij zoon Agamemnon en dochter Andromache verwekte. Wahrheit und Dichtung zijn in zijn leven moeilijk te onderscheiden.

Petriovski, zelf van huis uit archeoloog, zegt: “In archeologie is het erg belangrijk om geluk te hebben. En Schliemann had geluk. Zijn verhaal is het omgekeerde van dat van Rimbaud, de grote dichter die zakenman in Afrika werd. Schliemann was de zakenman die dichter werd. En al die verhalen over de verborgen collecties van Schliemann zijn typisch in de stijl van Schliemann zelf. Ik denk dat hij ervan genoten zou hebben hoe zijn collecties verdwenen en weer opdoken. Dus in zekere zin denk ik dat we proberen het op de manier van Schliemann zelf te doen.”

Past daar dan ook het nieuwe 'wetenschappelijke' inzicht bij dat het in Sint Petersburg was waar Schliemanns belangstelling voor de Griekse klassieke oudheid gewekt werd? Dat wordt in de catalogus beweerd. Het is bekend dat Schliemann in de neo-classicistische stad aan zijn studies Grieks en Latijn is begonnen, mede om zijn status van zakenman te ontstijgen. Maar ook weten we dat Schliemann al als kind, door de verhalen die zijn vader hem vertelde, gefascineerd was door Troje.

“De tentoonstelling”, licht Piotrovski toe, “moet u niet zien als louter een verzameling van Schliemann-objecten. Hij spitst zich toe op het feit dat al die objecten altijd al opgevat zijn als één verzameling, zowel fysiek als in de verbeelding. Ze waren immers nooit in hun geheel bij elkaar te zien. De tentoonstelling gaat dus over de werkelijkheid én over de geschiedenis van alle verhalen.” En die zijn nog lang niet ten einde.

    • Elly Stegeman