Direct in fractiebestuur

Judith Belinfante Partij: PvdA Leeftijd: 54 jaar Opleiding: moderne geschiedenis Vorige functie: directeur Joods Historisch Museum Woonplaats: Amsterdam Nieuwelingen in de Tweede Kamer - waar komen ze vandaan en wat willen ze? Judith Belinfante, hoogstgeplaatste nieuwkomer van de PvdA, wil 'de menselijke maat' terug in de politiek.

DEN HAAG, 17 JUNI. De eerste dagen was ze bekaf. “Gek, dacht ik bij mezelf. Ik heb alleen nog maar door de wandelgangen gehold. Wat heb ik nou voor elkaar gekregen?”

Voor de onrust toesloeg, realiseerde ze zich dat het lidmaatschap van het parlement een eigen ritme kent. Dat je de effectiviteit ervan niet in dagen kunt meten. Belinfante: “Je maakt deel uit van wat deftig heet het constitutioneel proces, zeg maar het proces van de democratie. Dat kost tijd in een land waar alles via consensus tot stand komt. Gelukkig kwam ik daar dus bijtijds achter.”

De vraag kwam ruim een jaar geleden op het juiste moment. Of ze voelde voor een kandidatuur als Tweede-Kamerlid, polste een goede bekende haar. Ja, met die gedachte liep ze zelf ook al een tijdje rond. “Ik was rijp voor een overstap”, zegt de voormalige directeur van het Joods Historisch Museum.

Zes weken geleden kwam ze als hoogste nieuwkomer op de kieslijst van de PvdA de Kamer binnen. Een week later zat ze ook in het bestuur van de fractie als vertegenwoordiger van de nieuwe lichting. “Ik ben geloof ik één van de oudste leden”, grapt de 54-jarige nieuwkomer.

De nieuwkomers hadden haar naar voren geschoven als hun woordvoerder. Met Mariëtte Hamer, een collega-nieuwkomer, werd ze naar fractievoorzitter Wallage gestuurd. “De meeste nieuwelingen vonden het belangrijk dat wij ook een stem kregen in de fractie. We willen er voluit bij horen en we willen geen tweedeling tussen oude en nieuwe leden, hadden we tegen elkaar gezegd. Inmiddels merk je al bijna niet meer wie er oud en nieuw is in de fractie. Althans, ik hoor het niet.”

Binnenkomen op plaats tien en daarna ook nog eens zitting krijgen in het fractiebestuur - dat tegelijk het formatieteam vormt - geeft een nieuwkomer een prominente positie. Hoe gaat ze daarmee om in een omgeving waar de rangorde vanouds een grote rol speelt? Belinfante: “Het is geen lust en ook geen last, het zit er ergens tussenin. Ik realiseer me heel goed dat het voor mensen die hier al langer zitten vervelend is om door een nieuwkomer gepasseerd te worden. Ik probeer dan ook enige bescheidenheid aan te houden, zonder dat ik wegpoets wat ik zelf allemaal kan. Ten slotte is het goed dat er naast beroepspolitici ook mensen in de fractie zitten met praktijkervaring.”

Ze noemt zichzelf een “paplepel-sociaal-democraat”. Haar grootvader was oprichter van de kantoorbediendenbond, haar grootmoeder gemeenteraadslid voor de SDAP in Bussum, haar moeder en tantes waren heel actief in de AJC, de socialistische jongerenbeweging, en haar vader ziet ze als een typische doorbraak-socialist. “Ik ben nog opgevoed met een groot verkiezingsbord van Drees in de tuin”, vertelt ze.

Zelf is ze pas drie jaar lid van de PvdA. Een late, maar bewuste keuze: “Ik had er nooit tijd voor en ik vond dat als je niet beschikbaar bent, je ook geen lid moet willen zijn. Daar ben ik heel strikt in.” Waarom de Kamer? “Ik ben opgevoed met de idee dat je een deel van je tijd beschikbaar stelt voor de samenleving. Bij ons thuis was men oprecht egalitair.”

Ze wil heel graag volksvertegenwoordiger zijn, als het kan herkenbaar en duidelijk, en sterk gericht op de burger. “Ik vind dat we de menselijke maat weer terug moeten brengen in de politiek. Bij al die grote en ingewikkelde beslissingen moeten we steeds proberen die te vertalen naar de wereld van de kiezer.” Ien Dales, de overleden minister van Binnenlandse Zaken in het laatste kabinet-Lubbers, is voor haar een voorbeeld. “Ik vond haar eerlijk en fatsoenlijk en ze was altijd duidelijk.”

Ze heeft er inmiddels al een paar nachten van wakker gelegen: de verantwoordelijkheid die het ambt met zich meebrengt. “Opeens ben je verantwoordelijk voor beslissingen die veel verder reiken dan je gewend bent. Ik sta me er niet op voor dat ik Tweede-Kamerlid ben, maar ik beschouw het als een hele grote eer. Ik weet dat het Kamerlidmaatschap niet in aanzien staat, dat er soms op neer wordt gekeken. Ik vind het erg dat het zover is gekomen. Ik hecht aan democratie, ik moet er niet aan denken dat het niet zou bestaan.”

Wat haar ambities zijn? “Het klinkt heel gek, maar ik heb niet zulke grote ambities. Ik wil een goed Kamerlid worden en ik ben redelijk breed inzetbaar. Maar ik hoef niet zonodig overal het woord over te voeren”. Ze is inmiddels woordvoerder cultuur en heeft daarnaast jeugdcriminaliteit in haar portefeuille. “Dat vind ik belangrijk en dat is al moeilijk genoeg.”

De wereld van het Binnenhof kent ze heel lang. Als meisje van zeven kwam ze al in het toenmalige ministerie van Justitie, tegenwoordig onderdeel van de behuizing van de Tweede Kamer. Haar vader, mr. A.D. Belinfante, de latere hoogleraar staatsrecht en rector-magnificus van de Universiteit van Amsterdam, was er raadadviseur van opeenvolgende ministers. Ze weet nog hoe imponerend ze die deftige omgeving vond, met zijn grote donkere kamers en hoge gangen. En ze weet ook nog de film die ze daarna met haar vader bezocht: Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen.

    • Kees van der Malen