Borst: geen ingreep in ziektekostenpolis

DEN HAAG, 17 JUNI. Minister Borst (Volksgezondheid) ziet geen kans de zorgverzekeraars te verplichten zich aan de bedoelingen van de wet te houden. Daardoor kunnen ze in de polis de regel handhaven dat de particuliere ziektekostenverzekering eindigt als de verzekerde 65 jaar wordt.

Deze kan dan bij de verzekeraar alleen nog terecht voor een standaardpakketpolis. De verzekeraar loopt daarbij geen risico: de daadwerkelijke kosten van deze polis worden betaald door alle particulier verzekerden onder de 65 jaar in de vorm van een WTZ-bijdrage.

Dit bleek gisteren in de Tweede Kamer bij de bespreking van wijzigingen die Borst op aandrang van onder meer de Rekenkamer moet aanbrengen in de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen (WTZ). Alle fracties hekelden het gedrag van de verzekeraars die massaal hun particulier verzekerde 65-plussers naar de standaardpakketpolis verwijzen. De WTZ werd in 1986 ingevoerd toen het eerste kabinet-Lubbers besloot het vrijwillige ziekenfonds (waarbij 65-plussers zich tot dan konden verzekeren) op te heffen. De WTZ verplicht de particuliere verzekeraars bepaalde groepen, zoals 65-plussers en studenten, te verzekeren voor een met het ziekenfonds vergelijkbaar pakket tegen een door de minister vastgestelde (lage) premie. Deze premie is niet kostendekkend: de extra kosten krijgt de verzekeraar vergoed doordat deze via een extra premie op alle particulier verzekerden worden verhaald. Er zijn zo'n 550.000 mensen via de WTZ verzekerd.

Volgens de Kamer maken de verzekeraars misbruik van de situatie: de WTZ zou onder meer zijn bedoeld voor degenen die zich anders niet tegen ziektekosten zouden kunnen verzekeren. Maar particulier verzekerden zijn gewoon verzekerd en zouden dat moeten kunnen blijven ook als ze 65 jaar worden - en een groter beroep doen op de zorg. Borst verklaarde dat zij niet kan ingrijpen als verzekeraars in hun polis de bepaling opnemen dat de verzekering eindt als de verzekerde 65 jaar wordt. Dit is dan een overeenkomst tussen verzekeraar en verzekerde. Dit kan alleen veranderen als alle verzekeraars zouden besluiten deze bepaling te schrappen. Anders zou een verzekeraar zich in eigen vlees snijden “en het is begrijpelijk dat deze daar niet voor voelt”, aldus Borst.

De Kamer gaat vandaag vrijwel zeker akkoord met het wetsvoorstel. Het voorziet er onder meer in dat de minister de hoogte van de WTZ-omslag gaat bepalen (in 1998 360 gulden).