Alles hier rustig en veilig

Dit is Copacabana, een van de duurste wijken van Rio de Janeiro, niet meer dan vier blokken diep, maar met meer dan 25.000 inwoners per vierkante kilometer wel een van de dichtstbevolkte. De acht rijstroken van de Avenida Atlantica, de weg langs het beroemde strand, staan 's morgens alleen open in de richting van het centrum van Rio, maar om acht uur zit alles vast.

Ik logeer bij een collega in het laatste flatgebouw, dat met veel moeite nog net een plaatsje vond tegen de loodrechte berghelling achter Copacabana. Vanuit mijn slaapkamer heb ik uitzicht op zee en links zie ik nog net het beroemde suikerbrood liggen (het heet ook echt zo: Pao de Acucar).

Het is hier heel rustig en veilig. De doodlopende straat naar de flat is afgezet door twee wachtposten met een slagboom, die precies bijhouden wie in- en uitgaat.

Boven de parkeergarage van de flat zit weer een wachtpost. Tegen de criminaliteit, maar ook voor de veiligheid, want de in- en uitrit van de parkeergarage heeft de vorm van een kurketrekker en de vaart die je moet zetten om omhoog te komen, is fataal als de buurman op hetzelfde moment naar beneden wil.

In de hal van de flat zitten bij de liften twee portiers, die ook het kinderspeelplaatsje in de gaten houden. De parkeergarage drijft 's morgens van het water. Alle auto's zijn fris gewassen en hun ruitenwissers steken trots naar voren.

'Desj' (je mag naar beneden) roept de wachtpost via de intercom en met grote snelheid schieten we door het al openstaande hek de straat op.

'Wat kost dat nou?' vraag ik mijn collega, als de jongens beneden ons door de slagboom wuiven. Het blijkt nog geen honderd gulden per maand te zijn.