THE WORLD COMPETITIVENESS YEARBOOK 1998

The World Competitiveness Yearbook 1998 is een uitgave van IMD, 23 Ch. De Bellerive, PO Box 915, CH-1001 Lausanne. http;//www.imd.ch/wcy.html.

Nederland doet het goed, gemeten naar de maatstaven van The World Competitiviness Yearbook. Deze uitgave is samengesteld door IMD, een instelling in Lausanne waar jaarlijks 3500 topmanagers uit 70 landen hun kennis kunnen opfrissen. Nederland steeg dit jaar op de ranglijst van de zesde naar de vierde plaats. De Verenigde Staten, Singapore en Hong Kong vormen de nummers een, twee en drie. Finland staat als vijfde genoteerd, gevolgd door Noorwegen, Zwitserland, Denemarken en Luxemburg. Duitsland komt op de veertiende plaats, Frankrijk op de 21ste en België op de 23ste.

De IMD-lijst is gebaseerd op een analyse van 46 landen. Daarvan zijn er 28 lid van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO); de andere zestien landen vallen in de categorie opkomende economieën. De rapporteurs hebben bij hun onderzoek samengewerkt met 29 collega-instellingen in evenzoveel landen, die de gegevens verzamelden. Deze zijn getoetst aan 259 criteria verdeeld over acht factoren: binnenlandse economie, internationalisatie, overheidsbeleid, financiën, infrastructuur, management, wetenschap en technologie en mensen. Het onderzoek omvat ook een enquête onder 4314 managers.

Volgens de rapporteurs wordt het concurrentievermogen van een land tot voor kort vooral bepaald door agressiviteit in de vorm van veel export en directe buitenlandse investeringen. Duitsland, Japan en Korea waren goede voorbeelden van deze strategie, die gericht is op het maken van winst. Vandaag de dag is het vooral het vestigingsklimaat dat de doorslag geeft. Deze strategie is gericht op het ontstaan van banen, zoals in Ierland, Engeland en Maleisië.

Uit het onderzoek blijkt onder andere dat er ook in de OESO-landen grote verschillen in arbeidskosten bestaan. De arbeidskosten in de VS zijn met 17,7 dollar per uur beduidend lager dan de ruim 25 dollar in Duitsland en lager dan in de meeste andere Europese OESO-landen. De arbeidskosten in Zuidoost-Azië variëren van drie tot acht dollar per uur. In Oost-Europa en Latijns-Amerika zijn de arbeidskosten lager dan drie dollar per uur.

Landen concurreren ook met hun belastingbeleid. Volgens de rapporteurs zucht het bedrijfsleven in de Europese landen nog steeds onder een hoge belastingdruk van meer dan 40 procent van het Bruto Binnenlands Produkt. Zweden is met 52 procent koploper. In de Verenigde Staten, Japan, Engeland, Ierland en Zwitserland is de belastingdruk lager dan 35 procent. De trend tot belastingverlaging voor het bedrijfsleven zal volgens het onderzoek aanhouden. Een gevolg daarvan zal zijn dat directe belastingen als bijvoorbeeld inkomstenbelasting plaatsmaken voor indirecte belastingen als bijvoorbeeld btw.