Reformatie op herhaling

Een rechtgeaarde protestant is van een roomse eucharistieviering net zo min gediend als van een oecumenisch avondmaal. Oecumene is een modernistisch misverstand, voortgekomen uit een verwarde en verwaterde leer die het wezen van de Reformatie miskent en Rome in de kaart speelt. Een verstandige protestant is een argwanende protestant die zijn vingers natelt nadat hij een kardinaal een hand gegeven heeft (vrij naar Hans Gruyters) en zich door geen enkele roomse tegemoetkomendheid in de waan laat brengen dat hij door Rome ook maar een seconde serieus genomen wordt.

Om zijn argwaan te scherpen herleest hij regelmatig Luther, Calvijn en Melanchton, om er onmiddellijk weer van doordrongen te raken dat het bij de scheuring van destijds niet om wissewasjes ging die zich door oecumenische wonderpleisters even laten wegplakken.

De oude hervormers vlogen elkaar over alles en nog wat in de haren, maar ze waren eensgezind in hun afwijzing van de rooms-katholieke avondmaalsleer, die in de Heidelbergse Catechismus als 'vervloekte afgoderij' zou worden bestempeld. Het moderamen van de Hervormde Synode is te veel een orgaan van diplomatie om nog zulke duidelijke woorden te gebruiken, maar de verleiding moet deze keer toch groot zijn geweest om de rooms-katholieke gesprekspartner op de nog altijd cruciale Zondag 30 uit dit boek van reformatorische kernwaarheden te trakteren. Te oordelen naar de beverige verklaringen die het heeft uitgegeven, is het bestuur van de hervormde kerk danig in verlegenheid geraakt door het veto dat de rooms-katholieke kerkleiding over het deelnemen van protestanten aan de viering van de eucharistie heeft uitgesproken. Misschien is dat maar goed ook. Het veto van kardinaal Simonis heeft ongetwijfeld dure verwachtingen in protestants Nederland beschaamd, maar dat scheelt ook weer een valse illusie over de oecumenische gezindheid van Rome. Uit Simonis' verklaringen blijkt niet alleen dat er in zijn theologie geen ruimte is voor compromissen, maar ook dat de protestantse kerkleer wat hem betreft niet hoeft te rekenen op erkenning en gelijkwaardige behandeling. Die verklaringen getuigen van een onveranderd hegemoniale gezindheid, die onder het begrip samen op weg de richting naar Rome verstaat en onder avondmaal en communie uitsluitend de r.k. sacramenten.

Met die opvatting kan het verlichte protestantisme dialoog voeren zoveel het wil, het zal er de oecumene niet mee vooruit helpen. Het realiteitsgehalte van de dialoog tussen Rome en de Reformatie kan daar alleen maar door toenemen. Ontdaan van de vernis die daarop was aangebracht, blijkt nu dat de r.k. kerk niet tot transigeren bereid is en dat er voor het protestantisme niets te winnen valt. Theologische tegenstellingen, die onder de schijn van eenwording waren toegedekt, zijn weer net zo scherp tevoorschijn gekomen als ze door de eeuwen heen geweest zijn. Voor de praktijk van het geloofsleven betekent dit, dat de eucharistie maar op één manier gevierd kan worden: volgens de regels van de rooms-katholieke kerk.

Er zullen twee avondmaalsleren blijven bestaan, die niet met elkaar te verzoenen zijn. Het Avondmaal, gesteld door Christus, vlak voor zijn sterven, “in de nacht in welke Hij verraden werd”, predikt door de beelden van brood en wijn. “Omdat het één brood is, zijn wij, hoevelen ook, één lichaam; wij hebben immers allen deel aan het ene lichaam.” En: “Dit is mijn lichaam. Want dit is het bloed van mijn verbond.” In de reformatorische visie sprak Christus over zijn tegenwoordigheid in de geest. De rooms-katholieke kerk leert, dat Christus letterlijk zijn lichaam en zijn bloed bedoelde, en dat brood en wijn daarin veranderen (transsubstantiatie). Die leer wil er bij de protestanten niet in, aangezien Christus volgens de reformatorische visie geen lichamelijke, maar geestelijke tegenwoordigheid bij de viering van het avondmaal bedoelde. Hij kon dat niet anders bedoeld hebben, want toen hij dat zei zat hij zelf nog lichamelijk aan tafel.

Sinds Simonis gesproken heeft kunnen verlichte zielen niet meer zeggen: zand erover, in het belang van de kerkelijke eenwording, want de aartsbisschop van Utrecht houdt vast aan zijn opvattingen die onveranderlijk r.k. zijn. Voor protestanten die daar niet blind voor zijn en hun eigen inzichten serieus nemen, is dat onverteerbare dogmatiek. In deze trant schreef de Sittardse gynaecoloog dr. G.P.M. Kruyver al eerder in de discussiebijdragen over communie en avondmaal op de Opiniepagina. Hij noemde de r.k. opvatting over de wezensverandering van brood en wijn in lichaam en bloed van Christus in strijd met de natuurwetenschappelijke wetten en ervaring, maar wees ook op de gevolgen daarvan. Zolang de katholieke dogmatici, “die toch niet verstoken kunnen zijn van gezond verstand en enige natuurwetenschappelijke scholing”, aan een dergelijke dogmatiek blijven vasthouden zal volgens hem van een waarlijke oecumene nooit sprake kunnen zijn (NRC Handelsblad, 4 juni). Daar moeten intussen ook de optimisten in de oecumenische beweging van overtuigd zijn geraakt. Sommigen moeten blijkbaar eerst persoonlijk in hun eer gekwetst worden en tot tweederangs gelovigen worden gedegradeerd voordat ze tot het inzicht komen dat de oecumenische ontwikkeling zich alleen voltrekt op de voorwaarden van Rome.

Hoe onveranderlijk die katholieke dogmatiek is, leert een vergelijking met de kerkelijke verwikkelingen na de overgang van prinses Irene tot het katholicisme in 1964. Ook toen deed zich een hoogkerkelijk conflict voor over een van de sacramenten in een zaak waarin het Koninklijk Huis was betrokken. De aanleiding was de herdoop van Irene in de katholieke kerk. Die doop kwetste niet alleen het hervormde eergevoel, omdat ze in het geheim was uitgevoerd, maar vooral omdat ze een fundamentele miskenning van een protestants sacrament inhield. Irene had als lid van de hervormde kerk namelijk de kinderdoop gehad en volgens de protestantse geloofsleer betekende dat: voor het leven. De toenmalige kardinaal Alfrink kwam daar niet rond voor uit, beriep zich op misverstanden, maar trok zich niets aan van het vuistje waarmee de protestanten zwaaiden en liet alle hervormde protesten langs zijn purperen soutane glijden.

    • Harry van Wijnen