Optiehandel blijft mistig gebied voor rechtbank

De Amsterdamse rechtbank worstelt met de complexiteit van de optiehandel. Getuige-deskundige Panjer kon gisteren evenmin helderheid scheppen in de voorkennisaffaire BolsWessanen.

AMSTERDAM, 16 JUNI. Het Openbaar Ministerie had gisteren opnieuw een moeilijke dag in de BolsWessanen-zaak, waarin zeven mensen zijn gedaagd op verdenking van misbruik van voorkennis bij effecten- en optiehandel. Voor de drie leden van de rechtbank verscheen als getuige-deskundige mr. G.S. Panjer, voorzitter van de Vereniging van Beleggingsanalisten. Zijn verklaring, bedoeld om de rechtbank meer inzicht te geven in de optiehandel, leek eerder in het tegendeel te verkeren.

Beleggers en handelaren, aldus Panjer, verrichten transacties op effecten- en optiebeurs op grond van rationele en irrationele overwegingen. Van vaste patronen in het beleggingsgedrag kan om emotionele redenen worden afgeweken. Particuliere beleggers doen dat relatief vaker dan professionele beleggers, zo zei de deskundige.

Die verklaring maakt het voor het OM moeilijk aan te tonen dat de verdachten in 1994 en 1995 met voorkennis hebben gehandeld in aandelen en opties van drank- en voedingsconcern BolsWessanen. Het zevental gaf meermalen vlak voor publicatie van slecht nieuws door BolsWessanen beursorders op, waardoor ze profiteerden van koersdalingen van dit beursfonds.

Panjer verklaarde eerder tegenover een rechter-commissaris en in een door hem opgesteld rapport dat er op de momenten dat de verdachten hun transacties deden geen redenen waren om te speculeren op koersdalingen.

Gisteren probeerden de raadslieden van de verdachten de rechtbank ervan te overtuigen dat de onlogisch ogende transacties van de verdachten niet automatisch duiden op handel met voorkennis. Op hun vragen gaf Panjer aan dat alleen uitvoerig onderzoek van het beleggingsgedrag van iedere verdachte meer helderheid zou kunnen verschaffen. In zo'n onderzoek zouden alle duizenden transacties van de verdachten over een periode van zes maanden moeten worden meegenomen, wat het voorkennis-proces met maanden zou vertragen. De rechtbank besloot hiervan af te zien.

Panjer, gewapend met viltstift en bord, ging vervolgens over tot een uitleg voor de rechtbank van termen als 'intrinsieke waarde' en opties die 'in the money' of 'out the money' zijn.

De raadslieden van de verdachten uitten gisteren twijfels aan de waarde van Panjers deskundigenrapport. Zo heeft Panjer een voorkeur voor technische analyses (koersgrafieken in retrospectief) van beursfondsen, terwijl de verdachten eerder aangaven ook op basis van fundamentele analyse (omzet- en winstcijfers) te hebben gehandeld. Panjer verklaarde desgevraagd dat hij van mening is dat zijn analysemethode in 51 procent van de gevallen een correcte koersbeweging voorspelt. “Zo weinig?”, vroeg rechter E. van Schaardenburg verbaasd. “Kun je dan niet beter gewoon gaan gokken?” Panjer: “Ik denk dat veel beleggers blij zijn met die ene procent boven de vijftig.”

Advocaat D. Doorenbos van de verdachte market maker Lex B. gaf de zitting aan het einde van een lange dag een verrassende wending. Hij probeerde aan te tonen dat Panjers rapport en verhoor niet geheel objectief zijn omdat de deskundige al in een vroeg stadium samenwerkte met de Economische Controledienst (ECD) en de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE). Twijfel aan de betrouwbaarheid van Panjers verklaringen zou de bewijsvoering in het voorkennisproces op losse schroeven kunnen zetten.

Doorenbos riep daartoe plotseling een in de zaal aanwezige opsporingsambtenaar van de ECD op te getuigen over een briefwisseling en een ontmoeting tussen deze ECD'er en twee STE-medewerkers. Zij zouden elkaar hebben getroffen in oktober 1996, vijf maanden voordat de advocaten hun goedkeuring gaven aan het optreden van Panjer als deskundige. Doorenbos liet gisteren na de zitting weten misschien niet akkoord te zijn gegaan als hij toen had geweten van Panjers contacten.

Vandaag verscheen voormalig groepsdirecteur T. van N. van BolsWessanen voor de rechtbank. Zij verwierp pogingen van zijn advocaat om het openbaar ministerie niet ontvankelijk te laten verklaren. Van N. zou de verdachten, onder meer in restaurant Blanje Bleu in Bentveld, hebben getipt over de verlaagde winstprognoses van zijn bedrijf.

De twee officieren van justitie houden naar verwachting morgen hun requisitoir. Donderdag en vrijdag staan de pleidooien van de advocaten gepland.