Ook banken hebben ernst situatie onderschat; Beurs zet zich schrap voor tweede crisisgolf Azië

De aandelenkoersen in het Westen leken lange tijd immuun voor de crisis in Azië. Nu die crisis een tweede fase beleeft, wordt het de vraag of de Westerse ongenaakbaarheid stand houdt.

ROTTERDAM, 16 JUNI. Blijven de aandelenkoersen in Amsterdam immuun voor de Azië-crisis? Tot voor kort leken Westerse beurzen alleen maar te profiteren van de moeilijkheden in Azië. De groei van de bedrijfswinsten kon misschien wat lager uitvallen, maar dat woog niet op tegen de heilzame werking van andere bijverschijnselen van de crisis.

De dalende grondstoffenprij- zen, lagere valuta's van opkomende markten en vraaguitval in Azië zorgden voor dusdanig lagere inflatievooruitzichten, dat de rentes in Europa en de VS meedaalden. En die lagere rente was weer goed voor de waardering van aandelen.

Bovendien vluchtten beleggers uit opkomende markten in de vertrouwde Westerse markten, en dreven de koersen extra op. Europa en de VS kunnen bovendien bogen op een gunstige economie. Eind juni vorig jaar, toen de Azië-crisis op uitbreken stond, noteerde de AEX-index 861 punten. Op 25 mei van dit jaar zette de index een slotrecord neer van bijna 1220 punten.

De eerste golf van de Azië-crisis is daarmee, op een kleine dip in oktober vorig jaar na, goed doorstaan. De vraag is - nu de Japanse malaise, de dalende yen en de vrees voor een Chinese devaluatie een tweede crisisgolf in Azië hebben veroorzaakt - of de koersen op het Damrak even ongenaakbaar blijven.

Volgens analist Peter van Doesburg van Effectenbank Stroeve worden de meeste beursfondsen nu of op korte termijn door de Azië-crisis geplaagd, “hoewel sommige bedrijven nog steeds in de ontkenningsfase zitten”.

Dat winstwaarschuwingen op grote schaal nog zijn uitgebleven zegt hem niet veel. “Ook ASML, toeleverancier aan de chipindustrie, ontkende tot voor kort dat zij last van de crisis in Azië zou hebben.” Inmiddels heeft het Veldhovense bedrijf voor een lagere winst gewaarschuwd met een koersdaling van 20 procent tot gevolg.

Ook de banken hebben de ernst van de situatie langdurig gebagatelliseerd. “Ik verwacht dat ABN Amro bij de komende halfjaarcijfers weer met een voorziening van 500 miljoen gulden zal aankomen. Bij de kwartaalcijfers van ING werden we onlangs verrast door de omvang van de kredietportefeuille die plotseling even groot als die van ABN Amro bleek te zijn”, aldus Van Doesburg. Vorige maand heeft ING nog een extra voorziening van 400 miljoen getroffen en sindsdien is de koers met 7 procent gedaald.

Niet alleen de effecten op korte termijn, zoals een lagere winstverwachting voor het lopende jaar, hebben een drukkend effect op de koersen. “Van alle AEX-fondsen wordt gemiddeld slechts 30 procent van de koers bepaald door de verwachtingen in de komende tien jaar. Voor de resterende 70 procent spelen de lange-termijnverwachtingen (na 10 jaar) een hoofdrol. Met name Azië zou de komende jaren voor de groeimogelijkheden moeten zorgen, maar deze vooruitzichten worden met zeker vijf jaar vertraagd. Ahold, dat nauwelijks directe schade in Azië lijdt, is daar met zijn expansieplannen een mooi voorbeeld van.”

Juist bedrijven met een relatief hoge koers zijn dan gevoelig voor tegenvallende lange-termijnfactoren. Hoge bomen vangen veel wind. “Automatiseerder Baan is momenteel 70 keer zijn winst waard. Die koers wordt grotendeels door de winstverwachting op de langere termijn bepaald”, aldus Van Doesburg. Dat met name die 'dure' automatiseringsfondsen worden getroffen door de financiële crisis in het Verre Oosten heeft volgens ING-analist Steven Vrolijk vooral met sentiment te maken. “Bij bedrijven als Cap Gemini en Ordina is de directe schade natuurlijk nul, maar er wordt blijkbaar niet altijd even rationeel gedacht. Baan, wel actief in Azië, kan op termijn te maken krijgen met een lagere orderontvangst.” Los van de Azie-crisis heeft het aandeel Baan ook verlies geleden door de gebrekkige voorlichting aan beleggers. “Deze hectische tijden vormen als het ware een test of de belegger op de informatie vertrouwt.” Sinds een koersrecord van 127,80 gulden in april heeft Baan al een kwart van zijn waarde verloren.

Het negatieve sentiment lijkt na een jaar crisis de overhand te krijgen. Door een hernieuwde 'vlucht in kwaliteit' vanuit de opkomende markten naar de markten in het Westen zijn de koersen van obligaties in de Verenigde Staten en Europa de laatste weken flink gestegen, waardoor in Nederland de lange-termijnrente kon dalen van 5,05 procent naar 4,80 procent. Maar anders dan voorheen hebben de aandelenkoersen daar niet van geprofiteerd. In dezelfde periode ging de AEX-index met bijna 5 procent naar beneden. Omdat de uitgekeerde dividenden inmiddels zijn gestegen, is het gemiddelde dividendrendement op aandelen extra omhoog gegaan, bij een dalende rente.

De relatieve waardering van aandelen, die half mei een piek bereikte, is door de schuivende verhouding tussen rente en dividendrendement teruggevallen tot het niveau van voor de campinghausse van vorig jaar. Deze 'ontkoppeling' tussen obligaties en aandelen is nog pril, en hoeft niet door te zetten, maar wijst er wel op dat het negatieve sentiment over de bedrijfswinsten het dezer weken wint van het positieve effect van de Azië crisis op de inflatie.

Of de sluimerende vrees voor negatieve koerseffecten van de huidige, tweede, Azië-crisis doorzet, is de vraag. Vanmorgen herstelde het Damrak met een winstje van een half procent licht van de koersdaling met 1,5 procent gisteren. Beleggers hebben hun stressbestendigheid voorlopig nog niet verloren.