Kaars uit in Cardiff

ZEG MAAR DAT de Europese Unie geen gemeenschappelijk buitenlands beleid heeft. Gisteren besloot zij op de top van Cardiff de Joegoslavische luchtvaartmaatschappij JAT landingsrechten te onthouden zolang president Miloševic in Kosovo zijn politie op onschuldige burgers laat schieten.

Verder hebben, op Luxemburg na, de lidstaten van de Unie die ook tot de NAVO behoren, meegedaan aan de oefening Vastberaden Valk die dezelfde Miloševic moest intimideren. De EU-'neutralen' protesteerden niet. Ten slotte heeft de Unie, nu weer gezamenlijk, president Jeltsin aangemoedigd om in een onderhoud vandaag zijn Joegoslavische ambtgenoot te bewegen tot een geweldloze oplossing voor Kosovo. Over wat vervolgens moet gebeuren heeft de Unie geen zeggenschap. Haar ontbreken de geëigende middelen.

De bijeenkomst in Cardiff betekende het feitelijke einde van het Britse voorzitterschap. Om in actuele termen te spreken: de Britten spelen niet in de Europese basis. Zij hebben gecoached op afstand. Dat was te merken. Bij de beslissende bijeenkomst in Brussel waar de president van de Europese Centrale Bank moest worden benoemd, ontglipte premier Blair de regie volledig. Het was om te beginnen al een vreemde zaak dat uitgerekend het land dat nog even niet meedoet aan de euro het debat over deze gevoelige kwestie moest leiden. Maar Blair had, als outsider, van de nood een deugd kunnen maken. Hij was immers niet een direct belanghebbende. Onvoldoende inzicht in de opstelling van de belangrijkste spelers speelde de Britten parten.

Zo ging het Britse voorzitterschap in Cardiff als een nachtkaars uit. President Chirac en kanselier Kohl hadden, voor het Frans-Duitse koppel gebruikelijk, nog geprobeerd met een briefje aan de voorzitter de discussie enig leven in te blazen. Maar het briefje was vaag en de begeleidende uitspraken van beide auteurs gaven aan dat het de twee ernstig verzwakte politici er om te doen was het imago thuis wat op te poetsen. Vooral het Franse staatshoofd maakt het bont. Dan is het Nederland ('narco-staat'), dan is het de Europese Commissie ('machtsmisbruik'), dan is het Duisenberg die het moet ontgelden. Maar dat alles kan niet verhelen dat de linkse regering-Jospin momenteel Frankrijks Europese politiek maakt.

TOCH IS ER IN DE Unie een beweging op gang gekomen waarover zeker Nederland zich zorgen moet maken. In Duitsland is de afgelopen jaren een kentering ingetreden met als gevolg dat nu alle drie grote landen in de Gemeenschap een anti-communautaire houding ontwikkelen. Dat is des te merkwaardiger nu de vergemeenschappelijking een (voorlopig) sluitstuk heeft gekregen met de invoering van de euro. Al in het verdrag van Maastricht is het begrip subsidiariteit opgenomen: zaken moeten op het beleidsniveau worden geregeld dat daarvoor het meest in aanmerking komt. Steeds vaker wordt dat begrip uitgelegd als: er moet zo weinig mogelijk op het niveau van de Unie worden geregeld, ofwel, de Europese Commissie moet inbinden.

Zonder de Commissie is er geen gemeenschappelijkheid, is er geen verdere integratie en is er ook geen handhaving en bewaking van de gerealiseerde eenwording. Een zwakke Commissie geeft alle ruimte aan sterke, lees: grote, landen om de rest hun wil op te leggen. Duitsland heeft een paar gevoelige tikken uitgedeeld gekregen, zowel van de Commissie als van het Hof, het heeft moeite met de omvang van zijn bijdrage aan de gemeenschappelijke kas en het wordt gehinderd door Länder die vasthouden aan hun rechten. Het is teleurstellend dat het zich zo snel na de eenwording laat verleiden door de sirene van het benauwde nationale eigenbelang. Juist de Bondsrepubliek zou gezien haar oude voortrekkersrol een voorbeeld moeten zijn. Het Duitse voorzitterschap begint op 1 januari 1999. Een aanleiding tot bezinning.