Japanse consument laat het na vele 'leugens' afweten

De Japanse economie krimpt. Vooral de consumptieve bestedingen blijven ver achter. Alles draait om vertrouwen. En dat ontbreekt. Noch de overheid, noch het bedrijfsleven worden nog geloofd.

TOKIO, 16 JUNI. Wat betreft de Japanse bevolking moet de Japanse regering zelf maar uitzoeken hoe het verder moet met de economie. Een maand geleden nog voorspelde de Japanse regering een lichte economische groei voor het begrotingsjaar 1997 dat op 1 april afliep. Maar afgelopen vrijdag toonden de eindcijfers de eerste economische krimp voor het land sinds de oliecrises in de jaren zeventig.

Waar gingen de ambtenaren bij hun voorspelling de mist in? Niet bij de overheidsuitgaven die keurig overeenkwamen met hun inschatting. Wel bij de grootste post van het bruto binnenlands product: de particuliere consumptie, die met 1,2 procent veel harder daalde dan de overheid had gehoopt.

“De Japanse consument geeft zijn geld niet uit, omdat jullie de bevolking al jarenlang alleen maar leugens vertellen.” Met deze woorden verklaarde een hoogleraar economie onlangs de kopersstaking ten overstaan van secretaris-generaal Koichi Kato van de regerende Liberaal-Democratische Partij tijdens een tv-discussie. 'Leugens' verwijst naar onjuiste informatie over de 'slechte leningen' bij financiële instellingen, waardoor mensen bang zijn voor nog meer faillissementen. 'Leugens' verwijst ook naar een reeks van corruptieschandalen bij de overheid.

Opvallend was dat Kato zich voor tv-kijkend Japan niet verzette tegen de implicatie dat ook hij tot de leugenaars behoort.

De regering gaat de effecten van lage particuliere consumptie tegen met extra overheidsuitgaven dit jaar à 250 miljard gulden. De regering lijkt vast van plan om dankzij deze uitgaven de geplande groei van 1,9 procent voor het tot april lopende fiscale jaar te halen. Het is een voortzetting van het beleid waarmee de regering al zes jaar lang zonder resultaat de economie uit het slop tracht te halen.

In de tussentijd stijgen werkloosheid en faillissementen en vertrouwt 80 procent van de bevolking er niet op dat de stimuleringsmaatregelen van de regering een positief resultaat zullen hebben. Men maakt zich eerder zorgen over de eigen toekomst.

Faillissementen stegen in de maand mei met 37 procent ten opzichte van een jaar eerder, zo maakte de Teikoku Databank afgelopen vrijdag bekend. Dit instituut waarschuwt dat het stijgende aantal faillissementen in vooral het midden- en kleinbedrijf “een voorbode is van grote faillissementen”. Deze onzekerheid wat betreft werkgelegenheid houdt direct verband met de lage consumptie. In Japan duurt een werkloosheidsuitkering hooguit 300 dagen (als men ten minste 20 jaar premie heeft betaald) en een bijstandsuitkering is alleen te krijgen als eigen middelen en de mogelijkheden van ondersteuning door familieleden geheel zijn uitgeput.

Een deel van de failliete bedrijven wijt zijn faillissement aan de banken die de kredietkraan dichtdraaien wegens de vele slechte leningen die op hun balansen staan. Deze slechte leningen dateren inmiddels van acht jaar terug - het ineenstorten van de speculatiegolf in aandelen en grondprijzen - en nog steeds zieken ze voort. Het effectenhuis Yamaichi ging vorig jaar failliet wegens een groot lijk in de kast, daterend uit die periode.

Daarmee zijn we terug bij het probleem van vertrouwen, of liever gezegd het gebrek aan vertrouwen van Japanners in hun regering èn het bedrijfsleven. “Particuliere beleggers kopen in Japan geen aandelen, omdat ze vertrouwen hebben in een bepaald bedrijf, want Japanse bedrijven geven te weinig opening van zaken om te weten of het werkelijk goed gaat”, zegt een beurshandelaar in Tokio. “Mensen kopen alleen aandelen omdat ze een beurshandelaar vertrouwen.” Het instorten van de hausse acht jaar geleden heeft echter vele handelaren kopschuw gemaakt.

Ook beleggers zien voorlopig weinig brood in Japan en vluchten het land uit. Per saldo haalden binnen- en buitenlandse beleggers in de maand april 53 miljard gulden aan investeringen in Japanse aandelen en obligaties uit het land, de hoogste netto-uitstroom sinds 18 jaar, zo meldde het ministerie van Financiën gisteren.

    • Hans van der Lugt