Grootste woordenboek ter wereld eindelijk klaar

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal beschrijft in veertig dikke banden tussen de 350.000 en 400.000 woorden. Het is wel de moeder aller woordenboeken genoemd.

LEIDEN, 16 JUNI. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) is klaar! Dat is vanmiddag op het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden gevierd met een bescheiden presentatie, een rondleiding en een borrel. Aan het eind van het jaar, op 1 december, volgt een groot feest en verschijnen er allerlei speciale publicaties, maar de redactie was ingelopen op het productieschema zodat de allerlaatste aflevering vanmiddag al kon worden gepresenteerd.

Fons Moerdijk, hoofdredacteur van het WNT, maakte bij die gelegenheid de belangrijkste cijfers bekend. In veertig dikke banden beschrijft het WNT het Nederlands van 1500 tot grofweg 1921. Voor de woordenboekartikelen werd gebruik gemaakt van zo'n drie miljoen citaten uit bijna tienduizend bronnen. Zo'n 1,6 miljoen citaten kwamen in het Woordenboek terecht. In totaal behandelt het Woordenboek, dat met 45.805 bladzijden met gemak het grootste ter wereld is, tussen de 350.000 en 400.000 woorden. De voorbereidingen begonnen in 1851, de eerste aflevering verscheen in 1864 en de laatste eindigt met het woord zythum “een door gisting bereide drank”. De elfkoppige redactie is nog een tijdje op zoek geweest naar een vroege vindplaats voor zzz, het geluid van een zoemende bij of van iemand die slaapt, maar zo'n citaat bleek in de redactiebibliotheek niet te vinden.

Dat de laatste aflevering nu iets eerder is verschenen dan gepland, mag ironisch heten, want het hele project is ongeveer 125 jaar uitgelopen. Toen de taalkundige Matthias de Vries in 1851 van het Letterkundig Congres de opdracht kreeg om een hedendaags, beschrijvend en normatief woordenboek op te stellen, dacht hij daar 25 jaar en ongeveer acht banden voor nodig te hebben. Al snel bleek echter dat het veel langer zou gaan duren. In 1884 schreef mr. Hubrecht, namens de overheid verantwoordelijk voor de financiën van het WNT, op een brief van De Vries:

Als wij aan het woord zij zijn

Zullen allen blij zijn

Die er bij zijn

Dat zullen niet wij zijn.

Dat het Woordenboek 106 jaar na de dood van De Vries nu toch is voltooid, is voor een belangrijk deel te danken aan het Instituut voor Nederlandse Lexicologie. Dit instituut werd in 1967 opgericht. Er kwam productiecontrole, bij de redactie van het WNT een tot dan toe onbekend fenomeen. In 1976 volgde het besluit om geen woorden van na 1921 meer te bewerken. Toch is de redactie nooit overgegaan op de computer. Ook bij de laatste aflevering werkten de redacteuren met kaartenbakken, precies zoals in de vorige eeuw.

Het WNT is een onevenwichtig woordenboek. Het uitgangspunt werd een paar maal aangepast en er is door vijf generaties redacteuren aan gewerkt. Hoofdredacteur Fons Moerdijk heeft uitgerekend dat je soms op wel 25 plaatsen moet kijken om zeker te weten of iets al dan niet in het Woordenboek staat. Een probleem voor de huidige gebruiker is bovendien dat men altijd is blijven schrijven in de spelling De Vries en Te Winkel uit 1864. Dit geldt zelfs nog voor de drie aanvullingsdelen, die in 1999 zullen verschijnen. Daarin zullen zo'n 25.000 à 30.000 lacunes worden weggewerkt. In het WNT ontbreken vooral veel wetenschappelijk woorden, leenwoorden en taboewoorden. Maar ook sommige gangbare woorden zijn vergeten. De bekendste voorbeelden zijn februari - de overige elf maandnamen staan er wel in en Belg en Belgisch. Dat laatste is nogal pijnlijk omdat het WNT mede door België is gefinancierd. De laatste jaren kreeg het Woordenboek jaarlijks twee miljoen gulden subsidie.

Ondanks alle tekortkomingen is het WNT een onmisbaar wetenschappelijk monument voor het Nederlands. Andere woordenboeken, zoals Van Dale, Koenen en Kramers, leunen zeer zwaar op het WNT, dat daarom wel “de moeder aller woordenboeken” is genoemd. De bruikbaarheid van het WNT is explosief toegenomen doordat het tot dan toe voltooide gedeelte in 1995 op cd-rom is gezet. Binnen seconden wordt nu bijvoorbeeld duidelijk dat de N. Rott. Cour. 1842 maal als bron heeft gediend en de N.R.C. 294 keer. Spijtig is wel dat verschillende gedeeltes uit het Woordenboek per ongeluk niet op de cd-rom terecht zijn gekomen. Het grootste 'gat' bedraagt maar liefst 152 bladzijden.

Overigens is men op het INL onder leiding van prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg al begonnen aan de voorbereiding van een nieuw megaproject. Namelijk aan een wetenschappelijk woordenboek dat de taal van de twintigste eeuw gaat beschrijven. Dit moet in 2024 klaar zijn.

    • Ewoud Sanders