'Geen lidmaatschap van de EU tot elke prijs'; Turkse minister Sükrü Sina Gürel over de Europese aspiraties van Ankara

Vandaag buigt de Europese top in Cardiff zich opnieuw over de band tussen de Europese Unie en Turkije. Ankara raakt steeds geïrriteerder over het gebrek aan Europese toezeggingen. “Wat voor redenen hebben we nog om aan de deur in Brussel te blijven wachten?”

ANKARA, 16 JUNI. “Turkije is er niet langer op gebrand om onder elke voorwaarde tot de Europese Unie (EU) te behoren”, aldus de Turkse staatsminister voor Europese aangelegenheden en Cyprus, Sükrü Sina Gürel. “Wat voor redenen hebben we nog om aan de deur in Brussel te blijven wachten nu de ene na de andere Europese staatsman ons vertelt dat we slechts op zeer lange termijn als kandidaat-lid zullen worden aangemerkt?”

In een vraaggesprek in Ankara, onderstreept de Turkse bewindsman dat “dit niet betekent dat we onze politieke en economische aspiraties hebben opgegeven om tot het Westen te behoren. Maar dat behoeft niet noodzakelijkerwijs via de EU gestalte te krijgen.”

Veel meer dan het EU-lid Griekenland, een aartsrivaal van Turkije, wordt Duitsland door Ankara verantwoordelijk gehouden voor het feit dat Turkije niet tot de lijst met landen behoort die op termijn lid mogen worden van de EU. “Duitsland dicteert het uitbreidingsproces van de EU”, claimt Gürel. “Het land verschuilt zich wat Turkije betreft achter Griekenland, dat geen mogelijkheid onbenut laat om onze integratie met Europa te blokkeren.”

De Turkse minister voorspelt dat de toetredingsgesprekken tussen (Grieks-)Cyprus en de EU, die recentelijk zijn begonnen, “uiteindelijk zullen leiden tot een definitieve opdeling van het eiland. Daarvoor moet de EU de verantwoordelijkheid dragen.” Met nadruk stelt hij dat “Turkije Cyprus nooit zal opgeven”.

Na de EU-top in Luxemburg van half december, waar het nieuwe Europa werd ingekleurd, verbrak Ankara uit protest over de Turkse uitsluiting van het uitbreidingsproces de politieke dialoog met de EU. Ankara weigert om nog langer met Brussel te praten over zaken als de geschillen met het buurland Griekenland, schending van de mensenrechten en de Cyprus-kwestie. Bovendien wordt het door Turkije als onrechtvaardig ervaren dat de EU zich niet houdt aan de afspraken die er bij het afsluiten van de douane-unie (ingegaan op 1 januari 1996) zijn gemaakt. Het betreft de noodzaak van een politieke consultatie met Turkije en het verstrekken van compensatiegelden voor de verliezen als gevolg van het akkoord.

Ook al is Turkije geen kandidaat-lid, de EU wil de band met Ankara wel verbreden en verdiepen aan de hand van de bestaande associatieraad en een uitbreiding van de douane-unie met landbouwproducten en diensten. Om dat te bereiken, erkent ook de EU, moeten ten minste de compensatiegelden voor de douane-unie die zijn geblokkeerd als gevolg van een Grieks veto, worden vrijgegeven. Omdat daarover geen overeenstemming kon worden bereikt in Brussel, weigerde Turkije eind april om deel te nemen aan een door het Britse voorzitterschap op de agenda gezette bijeenkomst van de associatieraad. “Feitelijk zijn we - ook na het bezoek van de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Cook, aan Ankara in april - geen stap verder dan midden december”, constateert Gürel. Wel heeft Ankara inmiddels een eigen pakket met voorwaarden opgesteld om de band met de EU te verbreden. Het is de eerste keer dat Turkije met een eigen strategie wat betreft de EU naar buiten komt.

De aanvullende eisen van Turkije hebben vooral betrekking op de noodzaak van een mechanisme voor politieke consultaties en een vrij verkeer van Turkse burgers die al in de EU wonen, om ook in de andere lidstaten te kunnen werken. Gürel: “We moeten betrokken worden bij de beslissingen die de EU neemt. Als we vooraf worden geraadpleegd, zijn we in ieder geval in staat een bijdrage te leveren aan de besluitvorming.” Hij zegt “er begrip voor te kunnen opbrengen dat niet alle Turkse burgers onbeperkt werk kunnen zoeken in Europa. Maar die tolerantie moet tenminste worden opgebracht voor de Turken die al in een EU-land wonen.”

Gürel, een academicus de dikke boeken over de geschiedens van Cyprus heeft geschreven, stelt bovendien dat de “EU een grote fout heeft gemaakt wat betreft Cyprus”. “Wij hebben er voortdurend in Brussel op aangedrongen om de onderhandelingen met (Grieks-)Cyprus voorlopig niet te openen, omdat dat tot een definitieve opdeling van het eiland zou leiden. Maar dat is toch gebeurd.” Turkije op zijn beurt haalt de banden met Turks-Cyprus nu aan, parallel aan de voortgang van besprekingen over het lidmaatschap tussen (Grieks-)Cyprus en de EU. De Turkse bewindsman voorspelt dat de impasse tussen de twee gemeenschappen op het eiland pas kan worden doorbroken als alle betrokkenen de realiteit in ogenschouw nemen: “De Turks-Cyprioten hebben hun eigen politieke organisaties opgericht. Je kan het een staat of een eenheid noemen. De werkeljkheid is dat de Turks-Cyprioten sinds 1964 buiten de regering op het eiland zijn gehouden en werden gedwongen om in een enclave te leven. Ze zullen zich er tot de laatste snik tegen verzetten om opnieuw tot een minderheid te worden veroordeeld.” [De Turks-Cyproten bezitten sinds de Turkse militaire interventie in 1974 ruim 30 procent van het eiland.] Volgens Gürel heeft Turkije niet zozeer moeite met het feit dat Griekenland lid is van de EU en op die manier de mogelijkheid heeft om Turkije buiten Europa te houden. “Maar realiseert Brussel zch wel dat als de onderhandelingen met (Grieks-)Cyprus zijn afgerond, de EU twee Griekse lidstaten telt?”

Op de vraag of het Turkse leger, zoals aangekondigd, tot bombardementen zullen overgaan als later dit jaar de leverantie van door Grieks-Cyprus bestelde Russische S-300 raketten daadwerkelijk plaatst, citeert Gürel een verklaring van de Turkse premier, Mesut Yilmaz: Ankara heeft het leger opdracht gegeven extra militaire maatregelen te treffen met betrekking tot de voorgenomen plaatsing van de S-300 raketten op Grieks-Cyprus, die zowel als een bedreiging voor Turkije als voor de regionale stabiliteit en vrede worden aangemerkt.

    • Froukje Santing