Eendjes

We gingen de bioscoop uit, liepen het plein op en zeiden bijna tegelijk: het moet gelijkspel zijn geworden. Er was niet de meeslepende sfeer van een gelukkige menigte die slechts één doel kent, nog groter worden en anderen in het geluk laten delen, want dan klinkt feestelijk het gerinkel van etalageruiten en vastberaden het gedreun op deuren die worden ingeslagen, niet uit blinde vernielzucht maar uit grootmoedigheid, want het zou mogelijk zijn, hoe onwaarschijnlijk het ook is, dat er achter die ramen en deuren mensen waren die het goede nieuws nog niet gehoord hadden en aan wie verteld moest worden dat het na de overwinning niet zo kon zijn dat ramen en deuren een barrière tussen gelukkige mensen vormden.

Dat was er niet. En ook was er niet de grimmige sfeer van een menigte die niet meer wil groeien, maar juist gedesintegreerd is in gefrustreerde individuen die elk voor zich uiting geven aan hun woede over het menselijk tekort en in hun machteloos protest tegen de schikgodinnen en de scheidsrechter wederom ramen en deuren inslaan, maar hoe anders is het nu voor wie ogen in zijn hoofd heeft om te kijken.

Geen van beide was die avond het geval. Gelijkspel dus. Wij die in de binnenstad wonen zijn in de loop der jaren volleerde massapsychologen geworden.

Zoals ook de dieren op het tuincomplex dat binnen roepafstand ligt van de Arena een spoedcursus massacommunicatie achter de rug hebben. Was het in het begin zo dat fazanten opvlogen van hun nest, jonge eendjes in paniek bij hun moeder wegschoten en mollen vergeefs in hun diepste gangen schoten om te ontkomen aan het menselijk geloei dat op de wedstrijddagen overwoei, nu weten zij dat de bloedstollende kreet Ajax, Ajax geen kwaad in de zin heeft, maar een gelukkige hymne is waarin de eenheid van al wat leeft wordt bezongen.

Wantrouw degenen die niet in het geluk willen delen. Die zichzelf individualist noemen en niet bij de menigte willen horen. Wie de massa veracht, droomt ervan om er over te heersen. Wantrouw mij.

Een keer was het zo dat de massa geïnteresseerd was in iets dat van mij was. De schaakmatch tussen Fischer en Spassky op IJsland in 1972. Terwijl de wereld over Fischer-Spassky schreef, schreef ik over obscure schaaktoernooien in Georgië en Zuid-Amerika. Over het Grote Gebeuren waar Kissinger en Brezjnev zich mee bemoeid hadden, wilde ik het helemaal niet hebben. Hier heeft de waarheid geen kans meer, zei ik bokkig als de redactie van het tijdschrift vroeg of er op IJsland niet een schaakevenement gaande was dat de lezers meer zou interesseren. Aanstellerij natuurlijk.

Goed dat niet iedereen zo is. Sommige van mijn beste vrienden kijken naar de wedstrijden. Ik vind nog steeds dat ze zich er een beetje voor moeten schamen en dat ze zouden moeten doen alsof ze een andere verplichting hadden. Ga maar, je moet natuurlijk thuis de partijen van Georgië 1972 bestuderen, zeg ik. Koket gedrag van iemand die net doet alsof hij eigenlijk in een andere tijd leeft, zoals de man die bij Oostenrijk-Hongarije vroeg tegen wie dat land eigenlijk speelde.

Gelukkig schaamt niemand zich meer ergens voor. Ik hoor een aankondiging op de televisie. “Zondag! De weerzinwekkende thriller Surviving the Game!“ Bevrijd land waarin het woord weerzinwekkend een geuzennaam is geworden. Bevrijd van elitair cultuurpessimisme dat andermans welverdiende pleziertjes als weerzinwekkend wil beschrijven en dat nu effectief de mond gesnoerd is.

Buiten is het stil. Welke wedstrijd zou er aan de gang zijn? Je stelt je voor dat over de hele wereld alle mensen dezelfde beelden zien, en ook de dieren des velds haasten zich naar het dichtstbijzijnde huiskamerraam om mee te kijken naar de televisie. Nee, zo is het nog niet, je hoort de vogels zingen in de bomen. Zij worden straks gespaard.

Want natuurlijk heeft de massahater fantasieën over een dodelijke straling die zich op grond van een nu nog onbekend natuurkundig proces uit de toestellen los zal maken op het moment dat een kritische grens gepasseerd is en te veel mensen naar hetzelfde kijken. Dan zullen alleen de rechtvaardigen gespaard worden, zij die niet gekeken hebben.

Gelukkig het land dat immuun is voor morbide ondergangsfantasieën en waartoe niets meer doordringt dat de blijde saamhorigheid kan verstoren. Zelfs het zware woord niet dat staatssecretaris Kohnstamm, coördinerend bewindsman voor het millenniumprobleem, onlangs in de Volkskrant sprak. Want wat zei de bewindsman? Hij zei dat de millenniumproblemen oplosbaar waren. “Op één punt na. Niet helemaal oplosbaar lijkt de vraag: al die Russische kernwapens, gaan die vanzelf schieten in de nacht van 1999 op 2000? Dat weten we dus niet.“

En wie gedacht had dat dit woord een schokgolf door het land zou sturen en dat een volk dat nog maar kort geleden massaal had gekrakeeld over de fijne kneepjes van het leerstuk van de transsubstantiatie en van de besluiten van het concilie van Trente, zich nu even massaal zou storten op de Apocalyps die namens ons altijd goedlachse kabinet zo achteloos werd aangekondigd voor halverwege de komende rit van Paars II, die had gerekend buiten de bewonderenswaardige onverstoorbaarheid van dit volk in deze weken.

En zo zal het gebeuren dat in de nacht van 1999 op 2000 van het grondgebied van de staten die eens samen een zesde van het aardoppervlak besloegen, de raketten op zullen stijgen, niet door menselijke kwaadaardigheid maar door een programmeursfoutje van lang geleden, en ook uit de oceanen zullen de onderzeeboten hun ladingen afvuren en de vissen kijken verbaasd toe maar hun rust wordt niet werkelijk verstoord, en als in het laatste half uur, als steeds meer televisiezenders uit de lucht vallen, gevraagd zal worden of er dan niemand is geweest die het aan had zien komen, dan zal slechts een enkeling weten dat het inderdaad voorzien was, en wel door de profeet Jacob, maar zijn boodschap was slecht getimed geweest en werd niet gehoord.

    • Hans Ree