Duitsers ook zonder leider titelfavoriet

PARIJS, 16 JUNI. De Duitsers hebben een leider nodig. Ein Leader, zoals ze graag zeggen, Chef der Mannschaft. Een sterke man zoals Beckenbauer in de jaren zeventig, Matthäus in de jaren tachtig en Sammer in 1996 toen Duitsland de Europese titel won. Een speler die zowel in en als buiten het veld de baas is van het elftal en de contacten onderhoudt met bondscoach Vogts. Zonder een leider zeggen de Duitsers niet goed te kunnen voetballen. Zonder ein Leader worden ze nooit meer wereldkampioen.

Gisteravond wonnen de Duitsers in het Parc des Princes van Parijs hun eerste wedstrijd van het wereldkampioenschap met 2-0 van het elftal van de Verenigde Staten. Op het eerste gezicht werd er geen leider gemist. Degelijk, snel, vechtlustig, soms routineus en bij vlagen goed voetballend hield de Europese kampioen zich de minder talentvolle, maar ijverige Amerikanen van het lijf. Wat wil je ook met zoveel ervaren spelers in het elftal. De Duitsers vormen met een gemiddelde leeftijd van 29 jaar en acht maanden zelfs de oudste selectie op het WK.

Met een van de beste keepers van Europa, Köpke, de hardste voorstopper van Europa, Kohler, een kleine maar slimme, trapvaste en balvaardige vrije verdediger, Thon, twee prachtige aanvallende middenvelders, Möller en Hässler, en twee doeltreffende spitsen, Klinsmann en Bierhoff. Daar omheen spelers die altijd tot inzet bereid zijn: Reuter, Wörns, Heinrich en Jeremies. En dan zit de reservebank vol met goede voetballers als Helmer, Ziege, Freund, Marschall, Kirsten en de oude Matthäus.

Waarom klagen die Duitsers toch dat ze geen leider hebben? Waarschijnlijk omdat ze gewend zijn een dergelijke speler in hun midden te hebben. Misschien wel omdat ze eraan gewend zijn altijd discussies en conflicten te hebben over wie de leider moet zijn. Zoals Nederlandse voetballers altijd en eeuwig zeuren over te weinig geld, verwijten Duitsers elkaar altijd te veel eer te willen opstrijken. Twee of meer spelmakers die met elkaar strijden over wie het grootste ego bezit. Zoals vroeger Overath en Netzer, zoals kortelings Möller, Hässler, Basler en Effenberg en zoals nu Hässler en Möller. Elk toernooi loopt er wel iemand weg uit het kamp of wordt hij weggestuurd door de trainer, zoals Effenberg op het WK van 1994 door Vogts.

De kleine, strenge Vogts heeft er dit jaar wat op gevonden. Noodgedwongen bijna. Ook bij de Duitsers is teambuilding een begrip geworden. Duitsers met hun gevoel van harmonie en eenheid zouden dat niet nodig moeten hebben, maar Vogts kan zich kennelijk niet losmaken van dit moderne, uit Amerika overgewaaide maniertje om de handen ineen te slaan. Hij laat ze nog net niet hand in hand het Deutschland, Deutschland, über alles zingen. Maar vlak voor de aftrap in een kringetje bij elkaar kruipen, armen over elkaars schouders een soort rugbyscrum vormen en dan elkaar moed inschreeuwen. Dat wel. Het lijken wel volleyballers.

En dan is er de manier waarop de reserves - want ook zij maken immers deel uit van het team - de basisspelers aanmoedigen. Zelfs de oude en te elfder ure opgeroepen Matthäus, die vroeger wanneer hij op de reservebank was beland de sfeer zat te verpesten, doet er aan mee. Nota bene onder zijn aanvoering sloegen de reserves hun medespelers op de schouders en billen en bezondigden ze zich aan high-fives. Niet erg typisch Duits. Maar wanneer er geen leider is, moeten ze het maar met elkaar doen.

En dan zowaar al die egotrippers samen in het veld die hun eigen belang ondergeschikt maken aan die van het elftal. Möller werkt voor Hässler, Hässler werkt voor Möller, Klinsmann gunt Bierhoff een doelpunt en andersom. Wanneer ontploft de bom in het Duitse kamp? Vogts is er als de dood voor. En wanneer de sfeer in de selectie wél goed is, hangen de columns in de Duitse kranten en de commentaren voor de televisie van wijsneuzen als Beckenbauer als zware wolken boven het trainingskamp. Te hopen is voor Vogts dat de Mannschaftsrat (Klinsmann, Köpke, Helmer en Kohler) sterk genoeg is om de gelederen gesloten te houden.

Tegen de Amerikanen maakte de Duitsers niet alleen de van hen bekende ambitieuze indruk, maar ze voetbalden ook opvallend fris en allerminst verkrampt. Vooral Möller speelde in de eerste helft zeer sterk, snel en met veel overleg. Hij maakte ook het eerste doelpunt. Uit een hoekschop van Thon kopte Klinsmann de bal door naar Möller die de bal gemakkelijk in het doel kon knikken. Eigenlijk hadden de Duitsers in het begin geen kind aan de Amerikanen, die weliswaar niet meer zo naïef en wild speelden als op hun eigen WK in 1994, maar nog altijd niet tot de wereldtop behoren. Maar de Duitsers verzuimden afstand te nemen en gaven daardoor de Amerikanen de kans terug te komen.

Gemakzucht en zelfgenoegzaamheid zijn eigenschappen die Duitsers niet vreemd zijn, wanneer de overwinning in zicht is. Daarvan profiteerde de Amerikanen die onder leiding van coach Sampson tactisch vooruitgang hebben geboekt. Met acht spelers in de selectie die voor Duitse clubs spelen of hebben gespeeld, is de Amerikaanse ploeg degelijk en Europees gaan voetballen.

De kleine Reyna, een Amerikaan van Argentijnse afkomst die wekelijks bij de Bundesliga-club Wolfsburg de sterren van de hemel speelt, ontpopte zich als een goede spelverdeler. Maar op een fraaie kopbal van Hejduk na die Köpke met een snelle reactie uit zijn doel sloeg, kregen de Amerikanen geen kansen. En toen Kohler het sein gaf voor een grovere aanpak en een paar Amerikanen torpedeerde, was het gauw gedaan met de Amerikaanse aanvalsdrift. Halverwege de tweede helft maakte Klinsmann uit een voorzet van Bierhoff het voor de Duitsers verlossende tweede doelpunt. De Duitsers waren het WK goed begonnen en maken zich als team op voor de wereldtitel. Zonder ein Leader.

    • Guus van Holland