De universiteit is geen bedrijf

De scherpe reactie van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam jegens enkele promotie-bursalen die uit protest tegen hun middeleeuwse arbeidsvoorwaarden de universitaire huisstijl parodieerden (NRC Handelsblad, 12 juni) werpt een aardig licht op het hedendaagse academische klimaat in Nederland.

De verbale intimidatie door de voorzitter van het college, drs. J.K.M. Gevers, die dreigde met gerechtelijke stappen en 'persoonlijke consequenties' voor de plagerige bursalen, is in ieder geval geenszins uniek. In Utrecht bijvoorbeeld worden tegenwoordig universitaire medewerkers die zich in het openbaar kritisch of ironiserend uitlaten over hun werkgever onmiddellijk bij het bestuurscollege op het matje geroepen. Daar moeten zij zich verantwoorden voor het 'beschadigen van het imago' van de universiteit.

Voor de moderne universiteit is de huisstijl heilig, en geldt het imago als nieuwe religie. Het resultaat is een sluipende maar consequente politiek van gelijkschakeling. Alma Mater dient zich vóór alles te presenteren als one happy family zonder dissidenten. Daarom bezien universitaire bestuurderen plaagstootjes zoals in Amsterdam met groeiende weerzin en zo kijken ze ook aan tegen de journalistieke onafhankelijkheid der universiteitsbladen. Dezelfde Amsterdamse collegevoorzitter drs. J.K.M. Gevers liet al weten minder nieuws in Folia te willen dat 'de beurswaarde van de universiteit omlaag haalt'. Ook het Utrechts Universiteitsblad heeft te maken met de facto bemoeienis van hogerhand bij het kiezen van de koers. Inmiddels hebben beide universiteiten alvast eigen periodieken in het leven geroepen, Athenaeum en Illuster, waarin op juichtoon de corporate identity wordt uitgedragen.

Tegelijkertijd heeft het college van bestuur van de Universiteit Utrecht officieel bedacht dat deze instelling voortaan niet langer les geeft aan studenten, doch aan young professionals. (Na urenlang beraad met de Universiteitsraad viel de aanduiding jonge academicus af en haalde young academic professional het ook niet als nieuwe benaming voor student.) Het kakelverse etiket voor de tieners in de collegebanken kwam goed van pas, want enkele weken geleden nam de letterenfaculteit van dezelfde universiteit een gehele dag vrijaf om collectief het hoofd te breken over haar mission statement. (Voor wie het niet weet: een mission statement is een reclameslogan - datgene dus waarnaar het tweede paarse kabinet ook zo naarstig op zoek is.) Nu viel alles op z'n plaats: met haar mission statement wil de faculteit meer young professionals naar letteren lokken, want sinds een ingrijpende modernisering is het aantal studenten helaas gehalveerd. En dat terwijl volgend jaar de universiteit in de Domstad zelf een concurrerend centre of excellence begint in de vorm van het Utrecht University College, een Engelstalige kostschool voor 200 eerstejaars à raison van zo'n veertig miljoen gulden.

Het is een misverstand te menen dat dit alles slechts lachwekkend is; het probleem zit veel dieper. De tragiek van de moderne universiteit is dat zij werkelijk is gaan geloven in de bedrijfskundige new-speak. Het protest door de Amsterdamse promotie-bursalen tegen hun schamele vergoeding vindt plaats tegen het licht van een universiteit waarin de bestuurderen stellig menen dat zij corporate managers zijn. Bij dit verschrikkelijke abuis op overheidskosten past een vlekkeloze corporate identity, passen mission statements, en passen afdelingen public relations & communication die omvangrijker en beter betaald zijn dan wetenschappelijke instituten.

Daarom mag het enigszins schrijnend heten dat promovendi moeten leven van minder dan 1300 gulden per maand, terwijl recentelijk nog het Utrechtse bestuurscollege zonder last of ruggespraak het eigen salaris fors verhoogde ('om in de pas te lopen met gelijksoortige topposities') en het Amsterdamse college-bestuur op persoonlijke instigatie van dezelfde drs. J.K.M. Gevers de laatste jaren achteloos miljoenen uitgaf aan onder meer een uitgeverij die het imago van de universiteit moet opkrikken, aan een kolossaal nieuw pand voor een wetenschappelijk instituutje in het buitenland waarvan Amsterdam 'penvoerder' mag zijn, aan mediagenieke 'universiteits-hoogleraren' die geen onderwijs hoeven te geven maar wel goed zijn voor de beeldvorming, en aan het nation-wide adverteren met narcistische posters (degene die werden geparodieerd).

Daarom mag het tamelijk tragisch heten dat in Utrecht de omvangrijke afdeling Voorlichting van de universiteit elke dag de Nederlandse media screent op vermeldingen van de universiteit, en dan berekent in hoeverre er gescoord is met 'positieve publiciteit'. Of dat er door dezelfde universiteit een nieuwe universiteitsbibliotheek wordt gebouwd waarvan men weet dat die te klein is (de duurbetaalde uitstraling van architect Rem Koolhaas is echter belangrijker voor het imago dan het bijeenhouden van boekencollecties).

Het is bovendien zonderling dat niemand bij de universiteit schijnt te begrijpen dat de holle Amerikaanse management-kreet 'excellence' hoort bij een wasmiddel, en niet bij een academisch instituut. Een universiteit kan nooit excellent zijn, want een universiteit dient slechts steeds beter te worden. En 'beter' wordt men waarschijnlijk niet door gelijkschakeling en ook niet door een mission statement; beter wordt men misschien wel door geduldige geleerdheid, en vooral door het met elkaar oneens te zijn. Een universiteit die zich als een grote, gelukkige en gestroomlijnde corporate firm wil presenteren, is eenvoudigweg niet serieus te nemen.

Men kan zich afvragen in hoeverre de houding van de huidige universiteitsbestuurders bijdraagt aan de gestage debilisering van Nederland. In ieder geval blijkt uit gegevens van het Cultureel Planbureau dat onder studenten - pardon young professionals - de meest gelezen krant thans De Telegraaf is, dat het meest geraadpleegde tijdschrift Nieuwe Revu is, en dat het lezen van boeken wordt gezien als 'saai' en 'tijdverspilling'. Het kan dus niet verbazen dat de ontlezing onder young professionals ongeveer twee keer zo snel gaat als onder andere bevolkingsgroepen in Nederland: studenten besteden thans ongeveer even veel tijd aan lezen als mensen met een MULO-opleiding dat dertig jaar geleden deden.

Zeker bij dit alles is slechts dat Nederlandse universiteitsbestuurders blijkbaar niet weten dat het imponeren met Engelse woorden iets is voor wannabees die zichzelf te kijk zetten als quite ridiculous.

    • Bastiaan Bommeljé