De moordende mijnenvelden van Afghanistan

Afghanistan is na bijna twintig jaar oorlog bezaaid met naar schatting tien miljoen landmijnen. Ondanks een uitvoerig opruimingsprogramma vallen er dagelijks doden onder de burgerbevolking.

DEH KARNAYL, 16 JUNI. Toen Khalid en zijn broertje Ahmed de koe eten gingen brengen op het hobbelige veldje vlakbij hun huis, ondernamen ze hun laatste tocht. De jongens sloegen met al hun kracht een paaltje in de drassige grond om de koe aan vast te binden. Bij de knal van de exploderende landmijn dachten boeren en nomaden in de omgeving van Deh Karnayl dat de oorlog weer was uitgebroken in het westen van Afghanistan. Maar de mijn was er vermoedelijk meer dan twaalf jaar geleden begraven door een Russische soldaat.

Ongelukken met landmijnen zijn in Afghanistan aan de orde van de dag. Volgens schattingen liggen er in de Afghaanse bodem ongeveer tien miljoen mijnen - het gevolg van tien jaar oorlog en nog eens tien jaar burgeroorlog. Sindsdien zijn naar schatting 400.000 slachtoffers gevallen door landmijnen, ooit neergelegd door onderbezette legers om wegen, dorpen en steden beter te kunnen controleren en af te grendelen voor de vijand. Bijna 10.000 voertuigen - van pantserwagens tot karren met kamelen of ezels - werden opgeblazen. Behalve in alle Afghaanse steden - de hoofdstad Kabul is vermoedelijk de zwaarst ondermijnde stad ter wereld - zijn in en rond 1.500 dorpen mijnen ontdekt.

Nog elke dag worden in Afghanistan tien mensen getroffen door een exploderende mijn. Ze sterven of raken invalide. Sommigen worden het slachtoffer door onwetendheid, anderen omdat zij bewust het risico namen een bepaald dorp, een rivier of een heuvel te bereiken via een onbeproefde route. Eenderde van de slachtoffers zijn spelende kinderen.

“Negentig procent van de mijnen in Afghanistan is gelegd in bewoonde gebieden, op of rond de wegen of bij irrigatieprojecten”, zegt ir. Naik Mohammad, hoofd van de Organisatie voor Mijnopruiming (OMAR) in het westen en zuiden van Afghanistan. Op zijn kamer hangt een grote landkaart met gearceerde gebieden - rood voor mijnenvelden, groen voor ontmijnde velden.

“De vele ongelukken met mijnen vormen voor veel vluchtelingen in het buitenland een van de grootste struikelblokken om terug te keren naar hun vaderland”, zegt hij. Het duurt maar een paar seconde om een mijn te leggen. Het opsporen, blootleggen en onschadelijk maken neemt ongeveer honderd keer zoveel tijd in beslag.

De Afghaanse mijnopruimers speuren dagelijks in velden en langs wegen naar gebieden die een gevaar kunnen opleveren voor de bevolking. “De Russen hebben ons enkele kaarten gegeven van plekken waar zij destijds mijnen hebben neergelegd”, zegt hij. “De mujahedeen hebben ook vele mijnen neergelegd, maar we hebben geen idee waar. We proberen met interviews zoveel mogelijk te achterhalen, maar erg betrouwbaar is die informatie niet. Laatst vertelde een oud-verzetsstrijder dat hij alleen in een paar jaar tijd 27.000 mijnen had neergelegd in een bepaalde sector. In de meeste gevallen gaan we een plek onderzoeken nadat er een ongeluk is gebeurd.”

Getooid met een plastic helm en met een lang mes in de hand schraapt een geüniformeerde medewerker van OMAR centimeter voor centimeter af van een heuvel waar mijnen en ongeëxplodeerde granaten zijn aangetroffen. Van de huisjes die erop stonden staat alleen hier en daar nog een halve muur. Een vrouw in een donkere sluier loopt over een paadje dat volgens de mijnopruimers is “schoongemaakt”, maar meer dan enkele tientallen centimeters breed is het niet. Op honderd meter van het mijnenveld staan twee verpleegkundigen in witte jassen te wachten naast een open tentje. Iets meer dan honderd dollar per maand verdienen de mijnopruimers. Na een snelle cursus worden zij het veld ingestuurd. Dat hun werk niet zonder gevaar is blijkt uit het dodental over 1997: vijfenzestig Afghaanse mijnopruimers kwamen om het leven, meer dan één per week.

Met hulp van de Verenigde Naties is inmiddels een groot voorlichtingsprogramma opgezet om de bevolking bewust te maken van de gevaren. De radicaal-islamitische Talibaan die het grootste deel van Afghanistan controleren, laten zelfs meisjes toe tot de mijnen-cursus, hoewel elke andere vorm van onderwijs voor hen is verboden.

Een grote poster geeft aan hoe de explosieven er kunnen uitzien. Van hele grote - bedoeld voor tanks en voertuigen - tot hele kleine, platte en ronde mijnen die afgaan als er een gewicht van drie kilo op neerdaalt. Meestal leiden explosies van deze mijnen - gericht tegen mensen - tot het verlies van één of beide benen.

“De mijnen liggen vaak op ongebruikte paden of wegen”, zegt een docent van de cursus. “We leren de bevolking dat ze aan bepaalde dingen kunnen zien of ze in een mijnenveld lopen of niet. Het kadaver van een koe, schaap, ezel of een hond, een uitgebrande auto of een verwoest of verlaten huis kunnen allemaal indicaties zijn. We raden mensen dan aan, als het mogelijk is, terug te lopen in dezelfde voetsporen en de omgeving te markeren met keien, zodat anderen gewaarschuwd zijn. Als de ontruimingsdienst is ingelicht maken zij de keien rood. Zodra het gebied is ontmijnd verven ze de keien wit.”

Er is ook kritiek op het werk van OMAR, dat stelt het grootste anti-mijnproject ter wereld uit te voeren. Vooral vanuit de buitenlandse hulporganisaties in Afghanistan wordt met enige zorg gekeken naar het gemak waarmee OMAR een dorp of veld vrijgeeft voor bewoning. “Ze sturen er een paar snuffelhonden overheen en rijden een paar rondjes met een tractor en het gebied is veilig”, zegt een Amerikaanse hulpverlener.

OMAR-baas Naik Mohammed bestrijdt dat. “We onderzoeken elke decimeter van het gemarkeerde terrein. De kans dat onze mensen een mijn missen is heel, heel erg klein. We hebben tot nu toe nog geen ongelukken gerapporteerd gekregen van plekken die wij hadden vrijgegeven.”

    • Rob Schoof