'De geest van Buurmeijer waarde door de Kamer'

De uitvoering van de sociale zekerheid mocht wat werkgevers en werknemers betreft helemaal worden geprivatiseerd. De paarse partijen besloten anders.

DEN HAAG, 16 JUNI. Het is werkgevers en vakbonden niet gelukt. “Wij schrijven regeerakkoorden”, provoceerde VNO/NCW-voorzitter Hans Blankert vorige week bij de presentatie van een akkoord over de uitvoering van de sociale zekerheid. Voor het eerst in hun bestaan waren werkgevers en werknemers tot overeenstemming gekomen over de uitvoering van de sociale zekerheid. Die uitvoering, meenden ze, kon helemaal worden geprivatiseerd. Bij het afsluiten van het akkoord deed vakbondsvoorzitter Lodewijk de Waal de informateurs alvast een tekstsuggestie voor het regeerakkoord: “Er zij privatisering in de sociale zekerheid, langs de lijnen van het akkoord van de sociale partners.”

Eind vorige week schaarde ook de Sociaal Economische Raad zich achter het akkoord. Die raad bestaat naast werkgevers en werknemers uit onafhankelijke deskundigen, de zogenoemde kroonleden. De SER had, net als werkgevers en werknemers, haast gemaakt met het advies, om zo invloed uit te kunnen oefenen op de formatie van een tweede paars kabinet.

En dat is gelukt. De fractiespecialisten van PvdA, VVD en D66 hebben er gisteren vier uur lang over gesproken. Op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waar de formatiewerkgroep 'werk en inkomen' vergaderde, belandden akkoord en advies uiteindelijk in de prullenbak. “Het zou een stap terug zijn, naar de periode dat werkgevers en werknemers de dienst uitmaakten op het terrein van de sociale zekerheid”, zegt een lid van de werkgroep. “De geest van Flip Buurmeijer waarde door de kamer.”

Met dat laatste verwees hij naar de crisis van begin jaren negentig, toen het stelsel van sociale verzekeringen, waaronder werkloosheidswet en arbeidsongeschiktheidswet, onbeheersbaar dreigde te worden. Teveel mensen waren met een uitkering aan de kant komen te staan. De stijgende kosten vormden een bedreiging voor de werkgelegenheid.

Een parlementaire enquêtecommissie onder leiding van het PvdA-Kamerlid Flip Buurmeijer maakte duidelijk dat het stelsel toe was aan een ingrijpende herziening. De commissie kwam met een aantal concrete aanbevelingen, die het werkgevers en werknemers minder makkelijk moesten maken de kosten van sociale verzekeringen op de maatschappij af te wentelen. Het Nederlands werd 'verrijkt' met afkortingen als CTSV, LISV, Uvi's, Wulbz en Pemba.

Vijf jaar na het onderzoek van de enquêtecommissie zijn bijna alle aanbevelingen uitgevoerd. De maatregelen betekenen een radicale breuk met het verleden: sociale partners spelen niet langer de hoofdrol. De verantwoordelijkheden van private partijen is sterk toegenomen - en daarmee de tucht van de markt. Daarnaast ziet een onafhankelijk college toe op de uitvoering. Wel zijn politici geschrokken van de 'bijwerkingen' op sommige terreinen, zoals de zogenoemde risicoselectie door werkgevers bij het aannemen van personeel. Mensen 'met een vlekje' vinden moeilijker een baan.

Dat soort problemen kunnen in principe op twee manieren worden opgelost - waarmee de sociale zekerheid voor de fundamentele keuze staat waar het debat nu om draait: óf perfectionering van de marktwerking, óf een sterkere rol van de overheid. Het vorige kabinet heeft die keus niet gemaakt. Bedoeling is dat de knoop wordt doorgehakt in het regeerakkoord.

Het demissionair kabinet en de paarse fracties vinden nu dat de overheid niet alleen de regels moet maken voor keuringen en de beoordeling van de claims op een werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering. Ook de keuringen zélf, menen zij, moeten worden uitgevoerd door een instituut onder verantwoordelijkheid van de overheid. Marktpartijen, zoals verzekeraars, kunnen vervolgens onderling uitvechten wie die uitkering zo efficiënt en (dus) zo goedkoop mogelijk bij de rechthebbenden terecht kan laten komen.

Volgens SER en werkgevers en werknemers werkt zo'n tweedeling niet. Werklozen en arbeidsongeschikten zouden voortdurend heen en weer worden geslingerd van het overheidsloket naar het loket waarachter de commerciële organisaties zitten. Beter is het, zeggen zij, om de zogenoemde claimbeoordeling te laten waar die nu is: bij de bestaande uitvoeringsorganisaties (GAK, SFB) en bij de nieuwe, nog tot de markt nog toe te treden uitvoerders (verzekeraars). De SER noemt het kabinetsvoorstel “een potentiële bron van competentiegeschillen en onduidelijkheden over verantwoordelijkheden en bevoegdheden”.

“Wij hebben die argumentatie zeer zorgvuldig gewogen”, zegt een lid van de werkgroep 'werk en inkomen'. “En we komen unaniem tot één oordeel: niet de positie van de uitkeringsgerechtigde wordt als uitgangspunt genomen, maar die van de uitkeringsorganisatie. Dat is absoluut ongewenst. De politiek laat zich niet opnieuw, zoals eerder bij de arbeidsongeschiktheidswet, een oor aannnaaien door werkgevers en werknemers.”

“Ik hoop niet dat onze snelheid en durf beloond wordt met politiek getreuzel”, waarschuwde Blankert vorige week. Binnen een week heeft hij antwoord. Wordt vervolgd in het regeerakkoord.