Bob Dylan kan nog veel van Van Morrison leren

Gehoord: Bob Dylan en Van Morrison. Ahoy' Rotterdam 15/6

Na zijn bijna fatale hartkwaal en het onverwachte succes van zijn cd Time Out Of Mind, kan Bob Dylan, het gevierde en verguisde symbool van de jaren zestig, de laatste tijd geen kwaad meer doen. Hij geniet weer het voordeel van de twijfel in de media, het weekblad Time nam hem op in een overzicht van Artiesten van de Eeuw, en de muziekindustrie overlaadde hem met Grammy Awards.

In de Rotterdamse Ahoy' werd Dylan gisteren, na elf jaar afwezigheid in deze hal, welkom geheten als de verloren zoon, door een publiek van voornamelijk dertigers en veertigers dat aanvankelijk wat schuchter, maar ten slotte uitzinnig reageerde op een concert dat heel behoorlijk was, maar niet meer dan dat.

In al zijn eenvoud - rauwe zang, geen act behalve wijdbeens staan, de neus snuiten en rollen met de ogen - kan de 56-jarige Dylan op het podium nog altijd blijk geven van muzikale kracht en charisma. Maar hij kan een concert ook als geen ander uit de hand laten lopen tot een hoofdpijn-feestje, met nurks gemompel en onverschillige gitaarherrie.

Van geen van beide was gisteren in de Ahoy' sprake. Dylan, die er vitaal uitzag in een scherp gesneden zwart pak met witte schoenen, draaide in anderhalf uur een greatest hits show af die voor zijn doen soepel liep, maar geen onverwachte pieken of dalen kende. Het vakmanschap dat hij op Time Out Of Mind heeft hervonden, ging in het sportpaleis ten koste van de grillen die zijn concerten in kleinere zalen tot enerverende ervaringen maken, waarbij elk moeizaam bevochten succes kan worden ingehaald door een nieuwe mislukking.

De openers 'Leopard Skin Pillbox Hat' en 'You Ain't Going Nowhere' waren gisteren fraaie verrassingen, maar daarna ging het net iets te geolied. Favorieten als 'Just Like A Woman', 'The Times They Are A-Changing' en 'Tangled Up In Blue' werden zonder veel omhaal afgehandeld. Het onvermijdelijke 'Silvio' en de crowd pleaser 'Rainy Day Women' ('Everybody Must Get Stoned') denderden in al hun middelmatigheid langs. Gelukkig wist Dylan in de drie songs die hij speelde van zijn nieuwe cd, waaronder de single 'Love Sick', wel vuur te leggen.

Het contrast met Van Morrison, die voor de pauze eveneens zo'n anderhalf uur speelde, was groot en voor Dylan niet onverdeeld gunstig. Van 'The Man' begon jazzy en intiem, maar liet het geluid van zijn achtkoppige bandm allengs aanzwellen tot die merkwaardige combinatie van swing en melancholie waarop hij het patent heeft. Dit optreden vertoonde wel hoogtepunten - het mooie 'Cleaning Windows' bijvoorbeeld - en haperingen, zoals een gitaarsolo in 'Tupelo Honey' die nergens heen ging. Daar hadden Bob en de Grootste Hits toch nog iets van kunnen leren.

    • Sjoerd de Jong